`Oorlog tegen Irak is niet onvermijdelijk'

Minister De Hoop Scheffer (Buitenlandse Zaken) gelooft niet dat een oorlog tegen Irak onvermijdelijk is en evenmin denkt hij dat Nederland daarbij per se betrokken zal raken.

,,De Nederlandse regering laat zich niet meezuigen'', zei De Hoop Scheffer gisteren in de Tweede Kamer. ,,Ze heeft altijd een volstrekt eigen afweging.''

Niettemin maakte de minister duidelijk dat een militaire interventie in Irak wel degelijk tot de mogelijkheden behoort. Volgens hem is de dreiging daarmee ook noodzakelijk om de Iraakse regering ertoe te brengen mee te werken aan grondige nieuwe inspecties naar massavernietigingswapens in het land.

,,Als we niet de maximale politieke en militaire druk uitoefenen, laat Saddam Hussein de inspecteurs van de Verenigde Naties niet toe'', aldus de minister. In dat licht ziet hij ook de troepenopbouw in het Midden-Oosten waarmee de Verenigde Staten inmiddels zijn begonnen.

Terwijl De Hoop Scheffer op steun kon rekenen van de regeringspartijen – behalve de LPF die afwezig was wegens crisisberaad – toonden de linkse oppositiepartijen zich huiverig voor een oorlog. Volgens de PvdA'er Koenders moet het kabinet ,,geen blanco cheques'' afgeven. Ook De Graaf (D66), Karimi (GroenLinks) en Van Bommel (SP) meenden dat de Verenigde Staten, gesteund door Nederland, te hard van stapel lopen.

De internationale gemeenschap moet zich echter volgens De Hoop Scheffer ditmaal niet door de Iraakse leider Saddam Hussein ,,in het ootje laten nemen''. Dat was volgens hem de afgelopen jaren te veel gebeurd. De bewindsman hield de oppositie in de Tweede Kamer, die had betoogd dat de bewijzen over massavernietigingswapens in Irak tot dusverre niet overtuigend waren, voor, dat het juist aan Saddam Hussein is hierover helderheid te verschaffen. ,,Laten we niet in de val trappen dat de bewijslast wordt omgedraaid'', aldus de minister. ,,Ik ben niet naïef.''

De Hoop Scheffer erkende dat er grote risico's kleven aan het gebruik van geweld, vooral voor de Iraakse bevolking. Maar evenzeer wees hij op de gevaren van passiviteit. De Iraakse leider Saddam Hussein is immers naar zijn stellige overtuiging de afgelopen jaren onverstoorbaar doorgegaan met het aanleggen van een arsenaal aan massavernietigingswapens. Hij zei echter Irak na een eventuele oorlog ,,niet verweesd'' te willen achterlaten.

De minister zei te verwachten dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties het uiteindelijk eens zou kunnen worden over één krachtige nieuwe resolutie, die volledige medewerking van Irak aan nieuwe inspecties eist. Als het land daaraan niet voldeed, zou de resolutie militaire actie in het vooruitzicht stellen.

De Hoop Scheffer erkende na het overleg dat de invloed van Nederland op de opstelling van de Veiligheidsraad gering was, omdat het daarin zelf op het ogenblik geen zitting heeft. Zo zou het tot het inzetten van geweld tegen Irak kunnen komen zonder dat Nederland daarin had toegestemd. Mocht het zover komen, dan zou hij in elk geval het kabinet en de Tweede Kamer op zo kort mogelijke termijn uitvoerig over de stand van zaken willen informeren.