James Coburn

In een reeks profielen van gezichtsbepalende sterren deze week James Coburn, de westernheld die James Bond parodieerde en nu aan sledehondenraces doet in `Snow Dogs'.

Sommige Hollywoodsterren op leeftijd worden bekender doordat ze met bomen gaan knuffelen, het wapenbezit steunen of de Dalai Lama bewonderen dan om de rollen waarmee ze ooit eens een gooi naar de onsterfelijkheid deden. James Coburn, die het vanaf 1979 rustiger aan moest gaan doen met spelen en stunten vanwege gewrichtsreumatiek, haalt de afgelopen jaren voornamelijk de pers door zijn reclame voor het voedingssupplement MSM, dat hij in 1998 op aanraden van een holistische therapeut ging gebruiken. En ziedaar, zo concludeerde hij energieker dan ooit: het leverde hem een jaar later een Oscar op voor zijn rol van alcoholistische vader in Paul Schraders Affliction. Naar eigen zeggen baseerde hij die rol op regisseur Sam Peckinpah, met wie hij zes keer werkte: aan de tv-serie Klondike (1960), Major Dundee (1965), Pat Garrett and Billy the Kid (1973) en Cross of Iron (1977), als second-unit regisseur bij Convoy (1978) en als medescenarist aan Circle of Iron (1979).

James Coburn werd op 31 augustus 1928 geboren in Laurel, Nebraska. Door zijn lichte gelijkenis met Lee Marvin werd hij al gauw gecast voor rollen waarvoor de revolverheld bedankte. Een rol in de westernklassieker The Magnificent Seven (1960, John Sturges) zette de vilein grijnzende, maar immer charmante atleet temidden van andere acteerzwaargewichten van die tijd als Steve McQueen en Charles Bronson op de kaart.

Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog en kort na de eerste James Bond-films stal hij echter als voorloper van de sexy, stuntelende superspion Austin Powers de show in een tweetal films over geheim agent Derek Flint (Our Man Flint, 1965 en In Like Flint, 1967). Met zijn eigen productiemaatschappij Panpiper maakte hij vervolgens het geflopte The Presidents Analyst (1967) dat dankzij zijn nietsontziende cynisme tot een cultklassieker uitgroeide.

Hoewel zijn eerste filmwapen een mes was (in The Magnificent Seven), trad Coburn behalve tegenover uiteenlopende sterren als Henry Fonda, Audrey Hepburn, Cameron Diaz, Mel Gibson en Nick Nolte (stoere mannen en mooie vrouwen van verschillende generaties) het meeste op met zijn onafscheidelijke schietijzer. Bruce Lee bracht hem daarnaast nog Oosterse vechtsporten bij. In 2001 werd het, zo verklaarde hij oud en wijs geworden, tijd om in de film American Gun terug te kijken op de gevolgen van de vrije beschikbaarheid van wapens. In het recente Snow Dogs doet hij aan het minder dodelijke sledehondenracen.

    • Dana Linssen