Illegalenbeleid moet effectiever

De visumplicht voor Oost-Europeanen moet terug en in internationale verdragen moet een terugkeerregeling voor illegalen worden opgenomen, vindt Gerrit Zalm.

In het schijnsel van blauwe zwaailichten wordt een aantal panden in Den Haag leeggehaald. De tientallen Bulgaren die worden aangetroffen, worden onmiddellijk uitgewezen. In Amsterdam wordt een netwerk van vrouwenhandelaren ontmanteld. De opgepakte illegale prostituees worden met geblindeerde bussen tegelijkertijd afgevoerd. Het waren opmerkelijke staaltjes van daadkracht tegen illegalen die we de afgelopen twee weken kregen voorgeschoteld.

Dit optreden verdient lof. De problemen rondom het illegaal verblijf van personen in Nederland zijn groot. Bovenstaande voorbeelden leggen de vinger op een aantal zere plekken. Illegalen verkeren letterlijk in de spelonken van onze samenleving en hun leefwijzen en -omstandigheden zijn daar ook naar. De woonomstandigheden van illegalen zijn vaak abominabel. Veel panden waarin zij dikwijls met tientallen opeengepakt leven, leveren overlast op voor toch al kwetsbare wijken. Degenen die werken, worden omdat zij een rechtenloze status hebben vaak schaamteloos uitgebuit. Velen voorzien dan ook in hun bestaan door middel van criminaliteit of prostitutie, als zij al niet expliciet met deze bedoelingen naar Nederland zijn gekomen.

Om te voorkomen dat bovengenoemde acties de geschiedenis ingaan als goedbedoeld maar betrekkelijk zinloos, is een aantal meer structurele maatregelen geboden.

Ten eerste moet beter rekening worden gehouden met de problemen die de aanstaande uitbreiding van de Europese Unie in oostelijke richting nu al met zich meebrengt. Nog voordat die uitbreiding een feit is, blijkt dat criminelen en prostituees zich een weg naar Nederland banen, en dat velen hier zonder werkvergunning arbeid verrichten. De politie in Amsterdam arresteerde tientallen personen uit Bulgarije en Roemenië die nu zonder visum naar ons land kunnen komen. Het afschaffen van de visumplicht is overhaast gebeurd. Het is gewenst dat de visumplicht voor dit soort landen wordt hersteld. Maar ook voordat de visumplicht is hersteld kan de regering maatregelen nemen, bijvoorbeeld door eenmaal uitgezette personen tot ongewenste vreemdeling te verklaren.

Ten tweede moet in internationale verdragen een adequate terugnameverplichting van illegalen worden opgenomen. Het verdrag van Cotonou regelt de ontwikkelingsrelatie van de EU met maar liefst 77 voormalige koloniën in de Stille Oceaan, Afrika en het Caraïbisch gebied, door middel van handelspreferenties.

Ik bezie het verdrag om meer dan één reden met enige argwaan, want het staat veraf van de door mij bepleite vrijhandel en het richt zich ook op redelijk ontwikkelde landen en sommige landen met een verwerpelijk regime. Mijn grootste bezwaar tegen het verdrag geldt echter het ontbreken van een expliciete en volledige terug- en overnameverplichting van hun inwoners die illegaal in Nederland verblijven, of van derden die via dat land naar Nederland zijn gekomen.

Cruciaal in het beleid om illegalen te laten vertrekken is de bereidheid van landen om hun onderdanen, en anderen die vanuit dat land naar Nederland zijn gekomen, terug te nemen. Daarover zijn met deze 77 landen onvoldoende afspraken gemaakt. Het gevolg is dat instemmen met het verdrag betekent dat wanneer wij straks afgewezen asielzoekers willen terugsturen naar de betreffende landen, die landen zich onwillig kunnen opstellen en wij toch gedwongen zijn hen handelspreferenties te geven.

De Europese Commissie zal haar huiswerk over moeten doen. Ik wil dat de EU opnieuw onderhandelt met de betrokken landen over een volledige terug- en overnameregeling. Als deze landen onze hulp willen bij hun problemen, dan moeten zij ook hun hulp geven bij onze problemen. Het verdrag van Cotonou spreekt tenslotte over een gelijkwaardige relatie.

Ten derde een lokaal aspect. Ik werd getroffen door de opstelling van vijf Brabantse gemeenten die onlangs bekend maakten dat zij uitgeprocedeerde asielzoekers opvang blijven verlenen. In de vreemdelingenwet is niet voor niets vastgelegd dat alleen nog opvang wordt geboden tijdens de beoordeling van het eerste asielverzoek. Toen asielzoekers nog opvang kregen zolang de procedure duurde, werd eindeloos doorgeprocedeerd. Nederland leek een asielzoekersparadijs en een grote toestroom van asielzoekers was het gevolg. Hoewel de nieuwe wet strenger is geworden, blijft het een rechtvaardig beleid. Onder de nieuwe vreemdelingenwet krijgt een afgewezen asielzoeker 28 dagen de tijd om zelf te vertrekken. Hij kan daarbij een beroep doen op de hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie, die een bijdrage biedt in de kosten van de terugreis en de eerste periode van verblijf in het land van herkomst.

Gemeenten moeten die periode waarbinnen het land moet worden verlaten, niet op eigen houtje verlengen. In de eerste plaats vraag ik mij af waar gemeenten het recht vandaan denken te halen om rijksbeleid naar eigen goeddunken te frustreren. Daarbij wordt de betrokken mensen valse hoop gegeven. Er zou hen niets anders moeten resten dan vrijwillige terugkeer, maar de betrokken gemeenten bieden hen de illusie van een andere mogelijkheid: een verblijf in Nederland.

Reeds bij de algemene politieke beschouwingen twee weken geleden sprak ik premier Balkenende aan op het risico dat gemeenten niet stoppen met het bieden van voorzieningen. Zijn antwoord heb ik goed onthouden: ,,U kunt ervan verzekerd zijn dat de betrokken minister dit indringend met gemeenten aan de orde stelt en dat er zo nodig maatregelen worden getroffen''. Wat mij betreft mogen die maatregelen er komen.

Ten vierde de rol van het rijk. Er bestaat een uitstekende professionele organisatie voor het opvangen van asielzoekers – de COA – die zelfs overeind bleef toen er zich onverwachts 45.000 asielzoekers in één jaar aanmeldden. De toenmalige directeur van die organisatie is niet voor niets overheidsmanager van het jaar geworden. Wat ontbreekt is een vergelijkbare professionele organisatie voor het uitzetten van illegalen inclusief uitgeprocedeerde asielzoekers. Die zou ook het probleem van gemeenten en vreemdelingendiensten kunnen verlichten. Ook hier wacht ik met ongeduld op concrete acties van de regering. De minister van Vreemdelingenzaken en Integratie zou zijn naam kunnen verbinden aan `de bus van Nawijn' en aan het `vliegtuig van Nawijn'.

Al met al kan de regering nog veel duidelijkheid en daadkracht tonen bij het illegalenbeleid.

Gerrit Zalm is fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer.