Hutspot, haring en glippers

Vandaag en morgen ligt het openbare leven in Leiden plat voor de viering van Leidens Ontzet. Een portret van het grootste volksfeest boven de grote rivieren.

Een enorme optocht, een grote kermis (op Tilburg na de grootste van het land) en een gigantische braderie staan ieder afzonderlijk al garant voor een flinke opkomst. Maar bij de viering van Leidens Ontzet geldt de overtreffende trap: in een tijdsbestek van amper anderhalve dag worden de inwoners van Leiden op nog veel meer festiviteiten getrakteerd.

Het grootste volksfeest boven de grote rivieren herinnert aan de hachelijkste periode uit de geschiedenis van Leiden. Het verhaal van het beleg en het ontzet van Leiden in 1574 heeft als onderdeel van de Tachtigjarige Oorlog een rotsvaste plaats in de vaderlandse geschiedenisboekjes verworven. De Spaanse belegeraar, die ervoor had gekozen de stad door uithongering tot overgave te dwingen, werd uiteindelijk verjaagd met het doorsteken van de dijken. Huursoldaten houden immers niet van natte voeten. Toen in de nacht van 2 op 3 oktober bovendien een stuk stadsmuur instortte en het Spaanse leger vreesde voor een uitval van de bevolking, namen de soldaten onmiddellijk de benen. In het kampement bleef de hutspot zelfs onaangeroerd boven het vuur hangen. De gereedliggende Geuzenvloot van zo'n 200 platbodemvaartuigen – waarvan de helft gevuld was met mondvoorraad, vooral wittebrood en haringen – kon zonder noemenswaardige tegenstand richting Leiden zeilen.

Een kleine jongen, Cornelis Joppensz., bracht de Leidenaars volgens de overlevering de blijde tijding van het ontzet. De jongen was in het geniep naar de meest vooruitgeschoven post van de Spanjaarden geslopen, de Lammenschans, waar hij alleen nog maar de hutspot aantrof. Joppensz. sleepte de kookpot, met een mengsel van wortelen, uien, vlees (klapstuk) en pastinaken, als een overwinningstrofee de stad in. Een enkeling kreeg voor het eerst sinds lange tijd weer eens een echte maaltijd. De anderen moesten wachten totdat op 3 oktober om acht uur in de morgen, de Geuzen de haring en het wittebrood in de stad op de kade afleverden. Nadat ze zich tot barstens toe hadden volgevreten – sommigen aten zich letterlijk dood – gingen ze naar de Pieterskerk om God te danken voor de bevrijding.

Al deze historische ingrediënten zijn verwerkt in een uitgebreid feestprogramma. Op het plein voor de Pieterskerk eten vandaag zo'n 2.500 mensen in de openlucht een bord hutspot. Veel `Leienaars' kiezen morgen voor hetzelfde ontbijt als hun verre voorouders na de glorieuze intocht van de Geuzen. Naar schatting worden morgenvroeg 20.000 broden en 40.000 haringen geserveerd.

Anderhalve eeuw geleden zag het er nog niet naar uit dat de viering van het Ontzet van Leiden het begin van de twintigste eeuw zou halen. Aanvankelijk vierde de bevolking van Leiden het heldhaftig standhouden tegen de Spaanse onderdrukker zonder dat daar een strakke organisatie aan voorafging. Het stadsbestuur maakte in 1577 van 3 oktober een officiële feestdag, inclusief jaarmarkt-kermis die ten tijde van de pest in 1655 werd opgeheven. Bij het tweede eeuwfeest in 1774 werd het ontzet weer met een grootschalige viering herdacht, waardoor het jaarlijkse feest een nieuwe impuls kreeg. Vooral de studenten van de universiteit, door Willem van Oranje gesticht ter dankbare herinnering aan de Leidse standvastigheid, vierden uitbundig feest. Het stadsbestuur stoorde zich aan die uitbundigheid en probeerde de festiviteiten in de loop van de negentiende eeuw in te tomen en in meer beschaafde, oranjegezinde banen te leiden.

Het waren de studenten van het Leidsch Studenten Corps – nu bekend als de studentenvereniging Minerva – die het doodbloeden van de viering van het Ontzet van Leiden met lede ogen aanschouwden. Zij richtten op 13 mei 1886 de 3 October Vereeniging op, die sindsdien verantwoordelijk is voor de organisatie van de feestelijkheden. Deze vereniging heeft zo'n 7.000 betalende leden en kan over vele vrijwilligers beschikken. Zo maken morgenvroeg 35 liefhebbers op de Aalmarkt de haringen ter plekke schoon.

Het feest groeit de 3 October Vereeniging de laatste jaren boven het hoofd. Het kost steeds meer moeite de zaak financieel rond te krijgen en de rust en orde, vooral in de kleine uurtjes, te kunnen handhaven. Hoe keurig de officiële rituele elementen van het feest (uitdeling, koraalzingen bij het standbeeld van burgemeester Van der Werf, de herdenkingsdienst) ook gestructureerd zijn, de vierders geven er telkens hun eigen speelse – bijna carnavaleske – invullingen aan. Incidenteel loopt het uit de hand en mondt het feest uit in vernielingen en knokpartijen.

Alle beschavingsoffensieven ten spijt, voor veel deelnemers is de viering van het Leidens Ontzet een mooie gelegenheid om flink wat glazen bier achterover te slaan. Saillante overeenkomst met 1574 is dat de stedelijke autoriteiten zowel toen als nu grote moeite hebben om greep te krijgen op de `glippers'. Waren het toen Leidenaars die contact zochten met de Spaanse belegeraars, nu zijn het vooral illegale bierverkopers. Enkele jaren geleden werd op 2 en 3 oktober nog een volle vrachtwagen met bierblikjes illegaal verkocht. Dit jaar probeert men dit schoolvoorbeeld van Hollandse koopmansgeest – toch ook een erfenis uit de zestiende eeuw – de kop in te drukken.