Eerste onthulling in zaak Lam Gods

,,Ziezo we zijn vertrokken met de onthulling van de bergplaats.'' Zo begon de anonieme `Arsène G.' gisteravond op zijn website met de beloofde bekendmaking van de bergplaats van het vijftiende-eeuwse paneel De Rechtvaardige Rechters van de gebroeders Van Eyck. Het paneel uit het wereldberoemde twaalfluik De aanbidding van het Lam Gods werd in 1934 uit de Gentse Sint-Baafskathedraal gestolen, waarna vergeefs werd gepoogd het bisdom een miljoen frank af te persen. Bij de diefstal waren waarschijnlijk geestelijken betrokken en ook enkele politici zouden er meer van hebben geweten.

Op de website (dua.host4all.be) verscheen gisteren een foto van een soort maquette van houten planken, die als bergplaats van het gestolen paneel zou hebben gediend. De constructie is volgens `Arsene G.' gebaseerd op tekeningen die de wisselagent Arsène Goedertier uit Wetteren in 1934 heeft nagelaten. Deze Goedertier, die bij de afpersing betrokken zou zijn geweest, had op zijn sterfbed gezegd te weten waar het paneel zich bevond. Op de website zijn ook de schetsen afgebeeld die Goedertier naliet. Op de website wordt precies beschreven hoe de houten bergplaats destijd moet zijn geconstrueerd. Volgens Arsène G. waren er veertien planken nodig, waarvan zes om de bergplaats te maskeren. ,,Anno 2002 zou u gewoon een doe-het-zelfzaak binnenlopen en deze elementen op maat laten maken, maar in 1934 lagen de zaken enigszins anders'', zo staat op de website.

Over de persoon die achter de website schuilgaat is nu wat meer bekend. Het dagblad Het Volk onthulde zijn initialen G.D.R. Aan het dagblad De Morgen liet hij per e-mail weten een 65-jarige gepensioneerde taxichauffeur uit Gent te zijn. Op de website is aangekondigd dat de onthulling over een van de meest geruchtmakende kunstroven komende vrijdag zal worden voltooid

Het aantal bezoekers van de website is intussen sterk gestegen, sinds het Amerikaanse persbureau Associated Press er gisteren aandacht aan besteedde. In een e-mail aan deze krant maakte Arsène G. duidelijk zich geen zorgen te maken over de grote scepsis bij de buitenwacht. ,,Tijd zal raad brengen...'', zo schrijft hij.