De LPF-puinhopen

In de naam LPF ligt de structurele oorzaak van het probleem eigenlijk al besloten. De Lijst Pim Fortuyn wàs Pim Fortuyn. Toen Fortuyn als gevolg van de moord op 6 mei wegviel, bleek alles wat er verder achter de partij schuilging niet meer dan een broos en onsamenhangend geheel. De laatste operetteachtige taferelen aan het Binnenhof zijn hiervan de zoveelste bevestiging.

Bij de LPF-fractie kan niet langer gesproken geworden van beginnersfouten dan wel een gewenningsfase. Hier is sprake van een authentiek misbaksel. Nog geen vijf maanden na de spectaculaire entree van de partij is de eerste scheuring een feit. De Tweede-Kamerleden De Jong en Eberhard zijn gisteren na een tumultueus verlopen vergadering uit de fractie gezet. Dat het bij deze twee zal blijven, lijkt uitgesloten. Het is slechts een kwestie van tijd totdat het volgende personele conflict zich zal voordoen.

De problemen in de fractie volgen op de ruzie die de partij in het land eerder teisterde. De permanente bestuurscrisis werd uiteindelijk beslecht met de aanstelling als voorzitter van vastgoedondernemer Maas (hij was goed voor een donatie van 50.000 euro, plus betaling van een advocatenrekening van eveneens 50.000 euro). Toen stond tegenover de kibbelende partijleden nog de LPF-fractie als stabiliserende factor. Nu is het de fractie zelf waar onrust en chaos heersen.

Ondertussen is van een relevante inhoudelijke inbreng van de LPF in de Tweede Kamer nog maar bitter weinig gebleken. De fractieleden vallen vooral op door hun afwezigheid of door geschutter, zoals het optreden van fractieleider Wijnschenk tijdens de algemene politieke beschouwingen.

Resteert nog de derde component: de bewindslieden van de LPF. Zij zijn tot nu het werkelijke rustpunt van de partij geweest. Op zichzelf is dat niet vreemd, want de directe LPF-betrokkenheid onder hen is gering: drie van de vier ministers hebben bij de verkiezingen niet eens op de LPF gestemd en waren lid van een andere partij. Of minister Heinsbroek van Economische Zaken, de enige échte LPF'er onder de ministers, straks als `politiek leider' voor enige cohesie zal kunnen zorgen, moet vanzelfsprekend nog blijken. Wel wordt hierdoor het risico groter dat de LPF-brand ook het kabinet zelf bereikt en daarmee de coalitie in het geding brengt. Voorlopig is dat nog niet het geval. Van belang voor het kabinet is dat het op een meerderheid in de Tweede Kamer kan blijven rekenen. Daarvoor zijn niet meer dan negen LPF-stemmen nodig.

De grote verliezers van het LPF-drama zijn natuurlijk de ruim 1,6 miljoen kiezers die op 15 mei hun stem op de partij uitbrachten. Voor zover bij hen van een gezamenlijke drijfveer kon worden gesproken, was dit het gevoel door de gevestigde politiek in de steek gelaten te zijn. Zij hoopten te worden gehoord. Maar juist deze kiezers worden momenteel als gevolg van het optreden van de LPF dagelijks beledigd.