Zwarte september

In een duikvlucht zijn de beurskoersen de laatste dagen van september verder naar beneden gegaan. Na een rampzalig verlopen tweede kwartaal is het derde kwartaal wereldwijd met verdere verliezen afgesloten. In Amsterdam verloor de AEX bijna een derde van zijn waarde, het slechtste kwartaalresultaat na de Tweede Wereldoorlog. Sinds het begin van dit jaar heeft de AEX tweevijfde en sinds de recordbrekende zomer van 2000 ruim drievijfde van zijn waarde zien verdampen. De beurswaarde van Nederlandse aandelen is in twee jaar met ruim 410 miljard euro afgenomen. Elders in Europa en in de Verenigde Staten vinden vergelijkbare financiële slachtingen plaats. Niet eerder sinds de krach van 1929 zijn zoveel opeenvolgende kwartalen van neergaande beurskoersen geregistreerd. Veteranen van de effectenhandel spreken van de `slechtste tijden van somberheid' die ze ooit hebben meegemaakt; anderen wijzen op het gevaar van een zichzelf voedende machine die aandeelhouderswaarde vernietigt.

De achterliggende oorzaken zijn inmiddels genoegzaam bekend. De opgeblazen beurskoersen van de internet-hype, de overinvesteringen in ICT, de excessen in de top van het Amerikaanse bedrijfsleven met de optiegestuurde bedrijfsresultaten, de schuldenberg van de telecombedrijven – dat alles moet worden verwerkt. Beleggers betalen collectief voor de exuberantie en hebzucht van het einde van de jaren negentig. Dit kost tijd. Ondertussen wordt het financieel-economische vertrouwen verder ondermijnd door de dreiging van een Amerikaanse oorlog tegen Irak. De oorlogsretoriek van president Bush richt grotere schade aan op de beurzen dan de terreuraanslagen van Osama bin Laden. Dat kan de Republikeinen, de partij van Bush, bij de aanstaande mid term verkiezingen voor het Congres nog lelijk opbreken. Amerikanen wenden zich af van politieke leiders die de effecten van chronisch dalende beurskoersen op de stock market veronachtzamen.

De zichzelf versnellende krach heeft verregaande gevolgen. De kapitaalverstrekking door effectenbeurzen aan bestaande en nieuwe bedrijven is opgedroogd. Overcapaciteit wordt afgestoten. Kelderende beurskoersen zijn een vorm van kapitaalvernietiging. Met als ultiem risico – zie hedendaags Japan of Amerika en Europa in de jaren dertig – vraaguitval, deflatie en stagnatie. Daar zit niemand op te wachten. Ook in Nederland niet, al richt de politieke opwinding zich hier niet op de effecten van de AEX-crisis, maar op de vrije valpartijen in het circus-LPF. Dat is begrijpelijk, maar het mag de aandacht voor de financieel-economische problemen niet wegdrukken. Daar zijn die te belangrijk voor en de gevolgen ervan te vèrstrekkend.

De economische onevenwichtigheden zijn nog lang niet allemaal verwerkt; de ontgoocheling van beleggers kan jaren doorwerken. De koersen van aandelen van gerenommeerde ondernemingen zijn inmiddels zo ver onder hun historische niveau gezakt, dat de vraag opgeworpen kan worden of in een internationale coördinatie overheden als een buyer of last resort moeten gaan optreden, vergelijkbaar met de manier waarop centrale banken staatsobligaties kopen om schommelingen in valutakoersen tegen te gaan. Voor zo'n dramatische stap is het nu nog te vroeg, de markt moet zijn reinigende werking kunnen verrichten. Maar nadenken over een onorthodoxe reddingsoperatie is beter dan een ineenstorting van het financiële systeem passief laten gebeuren.