`Zo is de horeca. Liever werken dan staken'

Gisteren sloten de horecabonden van FNV en CNV een maand actievoeren voor een CAO af met een manifestatie. `Mogen we verdorie wat van de prijsverhogingen terughebben?'

Actievoerders staan in de kelderachtige evenementenhal van de Jaarbeurs en luisteren naar een coverbandje. Overal is het geel van de ballonnen, petjes en T-shirts. Zo'n 450 bezoekers zijn er, terwijl de vakorganisaties CNV en FNV ongeveer 40.000 leden hebben in een sector die aan 300.000 man werk biedt. ,,Dit is eigenlijk triest'', zegt een vakbondslid uit Heerenveen. ,,Maar ja, zo is de horeca. Wij werken liever.''

De assistent-bedrijfsleider uit het Abe Lenstra-stadion is hier wel, met het oog op de financiering van zijn pensioen. ,,Bij veel acties kon ik niet meedoen omdat ik moest werken. Maar ik wil bij de landelijke actiedag zijn om niet tegen mezelf te moeten zeggen dat ik er niets voor gedaan heb.'' Ook meegekomen zijn twee vrouwen van 20 en 23 jaar, die allebei lid zijn van de vakbond. Het moderne vakbondslid is individualistisch, zo blijkt. De jonge vrouwen zijn somber over de actiebereidheid. ,,In de horeca is nog nooit gestaakt. Zo'n vakbondsman stelt op het podium voor om in het bedrijf een happy hour te houden. Je weet al dat het er niet van zal komen. Wie moet dat betalen?''

De kleine minderheid van actieve leden weet wat de zwijgende meerderheid wil, namelijk een CAO waarin alle arbeidsvoorwaarden goed geregeld zijn. De horeca blijft een bedrijfstak waar vaak extreme uren worden gedraaid en waar veel variatie is in de beloning. Ongeveer de helft van de bedrijven betaalt wel eens zwart en de verplichte zondagstoeslag ontbreekt vaak. Anderzijds verdient de helft tot driekwart van het horeca-personeel meer dan in het CAO-boekje staat.

Zo ook de bedrijfsleider van een restaurant in Breda, die samen met twee vrienden aan een tafeltje staat. Ze verdient per maand 150 tot 200 euro bovenop het CAO-loon. Als je al een paar jaar voor dezelfde baas werkt, dan kun je eisen stellen. ,,Het is een spelletje'', zegt ze met een halve glimlach. ,,Nee heb je.'' Haar twee collega's uit de keuken verdienen precies het CAO-loon.

Het is tekenend voor de tweedeling in de horeca. Er zijn de werknemers met een beroepsopleiding en werkervaring. Zij zijn mondig. En er zijn de ongeschoolde krachten en jongeren met een bijbaantje. Zij kunnen veel minder eisen stellen.

Als het aan de werkgevers ligt, is de centrale CAO verleden tijd. Werkgeversvereniging Koninklijke Horeca Nederland wil dat per bedrijf afspraken gemaakt worden, zoals in de voorbije jaren al op grote schaal gebeurde, in een overspannen arbeidsmarkt. Daarom deden de werkgevers in juni een voorstel met daarin de bepaling dat alleen de `boekjeslonen' omhoog gaan. Een meerderheid verdient al extra en krijgt dus geen automatische loonsverhoging.

De bonden zijn mordicus tegen. Doekle Terpstra, voorzitter van de vakcentrale CNV, maakt zich in zijn toespraak kwaad op de werkgevers. Op voorzitter Jacques Schraven van VNO-NCW (de centrale werkgeversorganisatie), die in deze krant zei dat de werkgevers hun rug recht moeten houden in de onderhandelingen met de bonden. Terpstra vanaf het podium: ,,De laatste jaren hebben jullie bazen overal werknemers van elkaar weggekocht met hoger loon. Dus, wie hebben de hoge lonen veroorzaakt?'' Zijn FNV-evenknie Lodewijk de Waal sneert dat de horeca dit jaar de prijzen flink heeft verhoogd, maar het personeel niets gunt. ,,Mogen we daar verdorie wat van terughebben?''

De bezoekers vermaken zich in de Jaarbeurs, met het bandje, de toespraken en de slotact van Nederpopgroep Van Dik Hout. Het plafond ziet inmiddels geel van de actieballonnen. Twee wat oudere mannen proberen ook een actiepetje op te laten stijgen aan een tros. Een mevrouw uit een broodjeszaak zegt dat haar collega's heel verbaasd reageerden dat zij ging staken. ,,Wát ga je doen? Stáken? Maar ik zit hier wel, anders gaat de bond op zijn neus.''

    • Bart Garvelink