Vrede Sri Lanka

Meestal lees ik met waardering de artikelen van Anil Ramdas, maar zijn artikel over de kans op vrede in Sri Lanka is kort door de bocht en deels apert onjuist (NRC Handelsblad, 19 september). Zo is zijn bewering dat president Chandrika Kumaratunga ,,altijd een groot voorstander van een militaire oplossing'' was, niet juist. Toen zij in 1994 de verkiezingen had gewonnen, heeft haar regering ook een groot plan voor vrede uitgewerkt.

Toen ik in 1998 bij een Sri-Lankees gezin logeerde kon ik via een Engelstalige krant en vele gesprekken meebeleven hoe toen in de media een heftige discussie gaande was, over deze ingewikkelde plannen, waarbij aan de noordelijke en oostelijke gebieden (waar de Tamils de meerderheid vormen) vergaande zelfstandigheid werd aangeboden.

Dit plan is onder meer stukgelopen op het probleem van de zogeheten `thee-Tamils': de door de Engelsen uit Zuid-India gehaalde theepluksters en hun nakomelingen, die volgens de LTTE, de organisatie van de Tamil Tijgers, wèl en volgens de Boeddhistische groepen in Kandy níet dezelfde rechten als de Sri-Lankese Tamils zouden moeten krijgen.

Dat de LTTE pas ná 11 september 2001 in moeilijkheden kwam wat betreft erkenning en financiën is ook onjuist. Per 1 januari 2001 kwam de LTTE, ondanks een krachtige lobby van in Londen wonende Tamils, (ook) op de Britse lijst van terroristische organisaties, waardoor deze organisatie geen geld meer mocht inzamelen in Groot-Brittannië.

Kort na deze `tegenvaller', dus al vroeg in het jaar 2001, hebben de `Tijgers' een eenzijdig staakt-het-vuren afgekondigd, wat tot hun verdriet toen niet leidde tot verminderde actie van het Sri-Lankese leger.

    • J.M. Nelemans