Op naar het waterstoftijdperk!

De Europese Unie verkeert in de positie de eerste grote mogendheid te worden die de overstap maakt naar waterstof als energiebron, meent Jeremy Rifkin.

Eind vorige week kreeg de wereld een glimp van de toekomst. Op de Parijse autotentoonstelling maakte de revolutionaire `Hy-wire' van General Motors zijn debuut. De auto van GM loopt op waterstof (`Hy' is van hydrogeen), het wezenlijkste en lichtste element in het heelal. Bij de verbranding van waterstof komen alleen zuiver water en warmte vrij. De auto is gebouwd op een brandstofcel-chassis dat twintig jaar meegaat. Kopers kunnen er elk willekeurig model opzetten. De auto heeft geen conventioneel stuur en geen pedalen en wordt bestuurd met een joystick. Het is een rijdend stukje elektronica voor de IT-generatie.

Terwijl GM de auto heeft gefinancierd, is een groot deel van de techniek, het ontwerp en de software in Europa ontwikkeld. De auto van GM is het begin van het einde voor de inwendige-verbrandingsmotor en markeert de verschuiving van een beschaving die berust op olie naar een waterstoftijdperk. Zijn Europese debuut getuigt ook van de grote verandering die zich voltrekt in de wijze waarop Europa en Amerika de toekomst zien.

De Europese Unie en de Verenigde Staten beginnen te verschillen in het belangrijkste grondbeginsel van de organisatie van een maatschappij: het energiebewind. Nergens was dit zo duidelijk als in Johannesburg, op de wereldtop over duurzame ontwikkeling, toen de EU aandrong op een doelstelling van 15 procent duurzame energie over de hele wereld in 2010 en de VS zich tegen dat initiatief verzetten. De EU heeft zich al haar eigen interne doel gesteld voor 2010: 22 procent duurzame energie voor de opwekking van elektriciteit en 12 percent van alle energie uit duurzame bronnen.

Het contrast in de benadering van de energietoekomst zou niet schriller kunnen zijn. Terwijl de EU begint zijn industriesector, onderzoeksinstituten en bevolking rijp te maken voor de overgang op duurzame bronnen en een toekomst met waterstof, proberen de VS steeds wanhopiger de toegang tot olie veilig te stellen. Het doek valt over de grote fossiele-brandstofcultuur die meer dan tweehonderd jaar geleden begon met de aanwending van steenkool en stoomkracht. Vooraanstaande petrogeologen zijn het oneens over het tijdstip waarop de wereldolieproductie op haar hoogtepunt zal zijn – namelijk op het punt waarop de helft van de bekende en nog vermoede oliereserves zijn opgebruikt. Daarna zal de olieprijs op de wereldmarkten gestaag omhooggaan naarmate de olieproductie daalt.

Volgens de Cassandra's zal deze oliepiek zich vermoedelijk al voordoen aan het eind van dit decennium, maar waarschijnlijk niet later dan 2020. Volgens de optimisten zal de topproductie pas omstreeks 2040 liggen. Er zit weinig tijd tussen de twee kampen – maar twintig à dertig jaar.

Waar ze het beide over eens zijn is dat op het moment dat de wereldolieproductie haar hoogtepunt bereikt, tweederde van de nog overgebleven oliereserves zich zal bevinden in het Midden-Oosten, politiek het meest instabiele deel van de wereld. Landen die nog van olie afhankelijk zijn zullen worstelen om toegang te behouden tot de resterende olievelden in het Midden-Oosten. De in Europa gevestigde bedrijven British Petroleum en Koninklijke Olie/Shell hebben zich verplicht om op den duur van de fossiele brandstoffen af te stappen, en ze besteden grote sommen geld aan duurzame-energietechnieken en waterstofonderzoek en -ontwikkeling. De nieuwe slagzin van BP is `Beyond Petroleum' – de olie voorbij. En volgens Philip Watts, president-directeur van de Koninklijke Olie/Shell-groep maakt zijn bedrijf zich op voor het einde van het koolwaterstoftijdperk.

De Amerikaanse energiemaatschappij Exxon-Mobil daarentegen blijft ook op lange termijn vasthouden aan fossiele brandstoffen en heeft zich niet erg ingespannen om onderzoek te doen naar duurzame energie en waterstof. De EU is nu in de positie om de eerste grootmacht te worden die op den duur de overstap maakt van brandstoffen op koolstofbasis naar een tijdperk van waterstof. Als het energiebewind in de loop van de komende halve eeuw een verandering van deze omvang ondergaat, zal de uitwerking daarvan op de maatschappij waarschijnlijk even diepgaand zijn als die van steenkool en stoomkracht is geweest.

Jeremy Rifkin is verbonden aan de Foundation on Economic Trends en schrijver van The Hydrogen Economy: The Creation of the Worldwide Energy Web and the Redistribution of Power on Earth. © LAT-WP Newsservice