Op Iran hoeft Irak niet te rekenen

Irak hoopt op steun van zijn erfvijand Iran tegen de VS. Maar Iran wil zich niet identificeren met een regime dat gedoemd is.

De val van het bewind van de Iraakse president Saddam Hussein, op welke manier ook bewerkstelligd, zou ,,de gelukkigste dag'' voor het Iraanse volk zijn. Met deze uitspraak gaf de vice-voorzitter van het Iraanse parlement, Mohammad-Reza Khatami, een mening weer die ongetwijfeld breed wordt gedeeld in Iran. ,,Ikzelf en iedere Iraanse burger beschouwen Saddam Hussein als een opportunist die afspraak noch verdrag respecteert [..] noch morele waarden, en in wie wij geen enkel vertrouwen hebben'', zei Khatami, broer van de Iraanse president, in een vorige week gepubliceerd vraaggesprek. Vice-president Mohammad Abtahi sprak tezelfdertijd in dezelfde termen over Saddams bewind.

De Iraniërs herinneren zich maar al te goed hoe Saddam Hussein in 1980 dacht te kunnen profiteren van de revolutionaire onrust in de nieuwe Islamitische Republiek om het land binnen te vallen en wat oude claims te regelen. Acht jaar duurde de oorlog, die aan Iraanse kant meer dan 200.000 levens eiste. De grote muurschilderingen van martelaren uit de oorlog houden de herinnering levend, net als de krantenberichten over de mensen die nu nog sterven aan de gevolgen van Iraks chemische oorlogvoering.

Alleen daarom al is het geen wonder dat de Iraakse minister van Buitenlandse Zaken, Naji Sabri, zo'n kille ontvangst kreeg van de Iraanse pers toen hij afgelopen weekeinde een bezoek aan Teheran bracht in het kader van de Iraakse inspanningen om bondgenoten te verzamelen en een Amerikaanse militaire actie af te wenden. Sabri kwam namens Saddam Hussein een regeling aanbieden van alle nog uit de oorlog stammende meningsverschillen en van latere irritaties om de Iraniërs gunstig te stemmen. Hij werkte in op de islamitische en anti-Amerikaanse gevoeligheden in Teheran en wees erop dat de Verenigde Staten een gevaar vormden voor de héle islamitische wereld, niet alleen voor Irak. Het leverde niets tastbaars op. Sabri kon het doen met de opmerking van president Khatami dat ,,de Islamitische Republiek Iran voorstander is van een regio zonder massavernietigingswapens''.

Maar de oorlogsherinneringen waren niet de enige reden waarom Sabri onverrichter zake uit Teheran vertrok. Even ongeacht de machtsstrijd tussen conservatieven en hervormers, die sommige conservatieven noodzaakt om hun vijands (Amerika) vijand (Irak) ten minste verbaal te steunen, leeft in Iraanse regeringskringen de overtuiging dat Saddam voorbij is en dat het nuttiger is om verder te kijken. ,,Er is geen reden voor Iran om zijn geld te zetten op een land dat gaat verliezen'', zei de hoofdredacteur van Iran News over Sabri's bezoek.

Iran maakt zich zorgen. Het maakt zich zorgen over de directe gevolgen van een oorlog: een toevloed van vluchtelingen (en niemand in de wereld zal ons daarmee helpen, voorspelde de Iraanse minister van Financiën enkele dagen geleden), een nieuwe chemische aanval van een Arabische buurdictator in doodsnood op zijn Perzische erfvijand. Het is bezorgd over de totstandkoming van alweer een pro-Amerikaans bewind in een buurland. Met Karzai in Afghanistan zijn redelijke relaties gevestigd, maar wie komt er in Bagdad te zitten? Niemand die het weet. Iran is ook bezorgd over destabilisering van de regio als dat nieuwe bewind Irak niet bij elkaar zou kunnen houden.

En de Iraanse leiders maken zich grote zorgen dat na Saddam Hussein zijzelf wel eens aan de beurt zouden kunnen komen voor `regimewisseling'. In conservatieve kringen in Washington, waar de campagne tegen Irak is begonnen, leeft sterk de wens om ook Teheran – door president Bush begin dit jaar al met Irak en Noord-Korea in de `As van het Kwaad' opgeborgen – aan te pakken. ,,Van de vier terroristische tirannieën [Iran, Irak, Syrië en Saoedi-Arabië] lijkt Iran het makkelijkst om te bevrijden'', stelde de inderdaad zeer conservatieve Amerikaanse schrijver Michael Ledeen vorige maand in de Wall Street Journal. `De oorlog tegen terreur zal niet in Bagdad eindigen' luidde de kop.

Dergelijke oproepen blijven in Teheran niet onopgemerkt. Temeer omdat ze de laatste tijd gepaard gaan met verrassende berichten in de Amerikaanse pers over Iraanse samenwerking met Osama bin Ladens Al-Qaeda: hoge leiders van het terreurnetwerk zitten in Iran te complotteren, met medeweten van het Iraanse leiderschap, tekende The Washington Post bijvoorbeeld uit Arabische bronnen op. NBC meldde tegelijkertijd een Al-Qaeda trainingskamp aan de Afghaanse grens. De Iraanse shi'ieten en sunnitische extremisten als Bin Laden zijn ideologisch elkaars tegenpolen en Iran heeft de beschuldigingen ook met de grootste kracht tegengesproken. Maar het is wel het soort beschuldiging dat Washington graag gebruikt om `regimewisseling' te wettigen.

Daarom vindt de Iraanse pers het eigenlijk een vergissing dat Sabri langs heeft mogen komen. De gematigd conservatieve krant Entekhab suggereerde zelfs dat de autoriteiten om misverstanden te voorkomen misschien beter de Amerikanen konden informeren over de resultaten van zijn bezoek. De regering verzet zich er niet meer tegen dat de Iraakse shi'itische oppositiegroep SCIRI, die vanuit Iran opereert, discrete contacten met Washington onderhoudt. Nee, op Iran hoeft Irak niet te rekenen.

    • Carolien Roelants