Liever in het internaat dan alleen thuis

Internaten in Franstalig België verheugen zich in een groeiende belangstelling. De reden? `Versplintering van de gezinsstructuur.'

Toen de ouders van Nicolas gingen scheiden, ging hij bij zijn moeder in Brussel wonen. Maar nu is zij als kokkin naar Mexico vertrokken en zit Nicolas (16) op internaat. ,,Ik ben liever hier'', zegt hij in de rumoerige eetzaal met zijn vrienden achter een bord gehakt met tomatensaus en friet, ,,dan in mijn eentje thuis.''

Nicolas is de enige niet. Op het jongensinternaat waar hij zit, Les Marlaires in Gosselies, vlakbij Charleroi, hebben negentig andere jongens tussen de zes en achttien een vergelijkbaar verhaal: de ouders zijn er niet – en als ze er wel zijn, besteden ze de kinderen om allerlei redenen liever uit. Les Marlaires telt 92 bedden, en daarvan lijkt er dit jaar maar één leeg te blijven. ,,Toen ik hier twaalf jaar geleden kwam'', vertelt directeur Francis van Beveren, ,,waren er dertig leerlingen. Vooral de laatste paar jaar neemt de vraag enorm toe.''

Alle 153 gesubsidieerde internaten die de Franstalige gemeenschap in België onder haar hoede heeft, melden dit jaar een groei: de een heeft vijf procent meer leerlingen dan vorig jaar, een ander zelfs twintig procent (gezamenlijk hebben ze de balans nog niet opgemaakt). Vlaamse internaten hebben gemiddeld drie procent meer leerlingen dan in 2001, hetgeen het totale Vlaamse leerlingental voor het eerst sinds vele jaren op bijna tienduizend brengt.

De reden? ,,Versplintering van de gezinsstructuur'', zegt Van Beveren zonder aarzelen, ,,vooral in de lagere sociale klassen.'' Een groeiend deel van zijn leerlingen komt uit éénoudergezinnen. ,,De kinderen blijven bij de moeder. En zij weet niet wat ze met ze aanmoet. Wat we ook vaak meemaken, is dat de moeder gaat samenwonen met een man die ook kinderen heeft, en dan met hém kinderen krijgt. Bij sommige leerlingen thuis is het chaos.''

Ook ouders die te hard werken om goed voor de kinderen te zorgen sturen hun kroost naar het internaat. Een van hen is André Nardi, die een garagebedrijf heeft in de buurt van Nijvel. ,,Ik maak veel overuren, mijn vrouw werkt fulltime'', zegt hij. ,,Mijn oudste zoon vindt het internaat geweldig. De jongste niet, maar hij begrijpt dat wij hem niet elke dag naar school kunnen brengen.''

Tien jaar geleden vormden dit soort ouders de meerderheid op Les Marlaires. Nu heeft het gros van de jongens werkloze ouders bijna geen allochtonen overigens, want die hebben vaak hechtere families. Van Beveren, een zachtaardige, bescheiden man die tegen zijn pensioen loopt, is zelf als kind op kostschool geweest. Zijn hele leven heeft hij op internaten lesgegeven.

,,Toen ik klein was, waren het vooral hogere middenklasse-gezinnen die hun kinderen naar een internaat stuurden. Vaak deden ze dat om de kinderen te disciplineren. Een kostschool was voor orde en tucht. Kinderen aten, sliepen en werkten er, meer niet'', zegt Van Beveren. In die tijd surveilleerden leraren vooral. Buitenschoolse activiteiten waren er niet of nauwelijks daar waren de kinderen niet voor gekomen. Nu voelt hij zich meer psycholoog: ,,Wat ze nu vooral nodig hebben is geborgenheid.''

In de jaren zestig telde Wallonië vierhonderd internaten. In de jaren zeventig en tachtig kwam de kentering: ouders wilden dat hun kroost méér deed dan de hele dag in de schoolbank zitten. Sommige internaten, zoals Les Marlaires, sprongen daarop in door muziek, sport en vakanties in het pakket op te nemen en zij overleefden. Internaten die dat niet deden, hebben de poort moeten sluiten.

De populariteit van nu is te danken aan het feit dat kinderen tegenwoordig vijf dagen per week compleet onder de pannen zijn (in het weekeinde is het internaat dicht). Voor 150 euro per maand gaan ze naar school, krijgen ze drie maaltijden per dag, gaan ze naar Eurodisney, het Atomium of soms theater, en vieren ze groots carnaval. ,,Allemaal dingen die ze thuis nooit doen'', zegt Van Beveren, terwijl hij door de recreatiezaal vol zitzakken en voetbaltafels loopt.

Het gebouw, dat naast de kerk van Gosselies ligt, echoot met zijn spaarzame inrichting, betegelde gangen en hoge plafonds een spartaans verleden. Maar de muren zijn warm geverfd. Er is een kamer met nieuwe, blauwe Apple-computers. En de oude slaapzalen zijn in kleine eenpersoonshokjes verdeeld, waar de jongens onder hun eigen Pokémon-dekbed van thuis slapen en plaatjes aan de muur hangen. Hier en daar ligt een pluchen beertje op een hoofdkussen.

,,Ik denk dat het voor mij moeilijker was dan voor de kinderen, dat ze naar het internaat gingen'', zegt Dominique Villano uit Monceaux. Haar zoon Antoine (10) zit al vier jaar op Les Marlaires, haar dochter gaat naar een meisjesinternaat. Villano is gescheiden en werkloos.

Antoine was vroeger thuis niet te hanteren. ,,We zaten in een te klein wereldje met ons drieën'', zegt Villano. ,,Ik verstikte die jongen, de hele wereld draaide op het laatst om hem.'' Daarom stuurde ze hem naar het internaat. Ze was bang dat hij zich verlaten zou voelen. Maar Antoine geniet. ,,Hij heeft goede rapporten en is evenwichtig geworden. En hij vindt het heerlijk, al die uitstapjes en zoveel vriendjes.''

Villano is uit schoonmaken gegaan om het lesgeld te betalen, maar toch vindt ze het spotgoedkoop: ,,Voor 150 euro kan ik ze niet kleden, voeden én mee naar Eurodisney nemen.'' Ze belt Antoine elke dag en zoekt hem twee keer per week op. Ze merkt dat veel andere ouders dat niet doen. ,,Leraren nemen soms in het weekend kinderen mee naar huis omdat de ouders ze niet willen.''

Die tendens wordt elk jaar sterker, bevestigt directeur Van Beveren. ,,Er waren tijden dat de ouders hun best deden om hun zoons te zien voetballen. Steeds vaker brengen ouders hun kinderen hier als ze geen uitweg meer zien. Ze denken dat alle problemen zijn opgelost als de kinderen hier eenmaal zijn.'' Er zijn jongens die op het internaat voor het eerst met mes en vork eten thuis `snackten' ze alleen maar uit een zakje.

Anderen, zegt de directeur, moet je leren dat ze 's ochtends eerst goeiendag zeggen voor ze iets vragen. Zeker hier in de Borinage, een van de armere regio's van de Europese Unie, zijn eenvoudige omgangsvormen niet evident meer. ,,Sommige jongens zijn echt beschadigd als ze hier komen. Het beste wat we kunnen doen, is hun een thuis te bieden.''

Zo te zien lukt dat aardig. Grote jongens helpen de kleinen spontaan bij hun huiswerk, en volgens hun ouders dragen ze vooral de kok en de directeur op handen. ,,In het begin dacht ik dat mijn moeder me niet meer wilde'', zegt Adrien (15), die net als de andere pubers opvallend rustig en zelfstandig uit de hoek komt. ,,Maar nu ben ik blij dat ze me hierheen heeft gestuurd. Wij wonen tussen de Marokkanen, niet in een fijne buurt waar je buiten kunt spelen. Begrijp me goed, ik heb Marokkaanse vrienden, ik ben geen racist. Maar er waren drugs enzo. Ik zat altijd maar thuis en ik zag nooit iemand.'' Eerst moest hij wennen aan de regels hier, zoals `Niet naar de wc als je je huiswerk maakt'. Wat dan de doorslag geeft? Samen zwemmen, en een vakantie in Italië. Maar hij vindt het vooral fijn dat hij nooit meer alleen is. ,,Hier is altijd iemand die naar me luistert.''

    • Caroline de Gruyter