Kabinet moet op de bres voor Hirsi Ali

Het is voor een buitenstaander onmogelijk in detail te reconstrueren, laat staan te controleren, hoe de afweging tot stand is gekomen om geen permanente persoonsbewaking te verlenen aan Ayaan Hirsi Ali, medewerkster van de Wiardi Beckman Stichting. Het besluit is genomen door een stuurgroep waarin Binnenlandse Zaken, Justitie en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst vertegenwoordigd zijn. Die vond de bedreigingen met de dood, na kritische opmerkingen van Hirsi Ali over de islam, kennelijk niet ernstig genoeg.

Maar het gaat niet alleen om de ernst van de bedreigingen. Van belang is ook welk signaal de Nederlandse overheid wil geven aan ideologische groeperingen die dissidenten met de dood bedreigen. Moet het kabinet-Balkenende, dat hamert op eerherstel voor publieke waarden en normen, niet met een helder standpunt in de openbaarheid treden waar de vrijheid van meningsuiting in gevaar wordt gebracht? Ik pleit ervoor de zaak opnieuw te overwegen.

Het is in Nederland strafbaar iemand te bedreigen. De maximumstraf is twee jaar bij mondelinge bedreiging en vier jaar bij schriftelijke. Hirsi Ali werd zowel mondeling als schriftelijk bedreigd. Schriftelijke bedreigingen staan bijvoorbeeld op de website www.somalinet.com. Daar staat letterlijk: ,,Dat moet zij niet bij me flikken hoor want alleen al om die reden heb ik een mooie keuken mes voor aangeschaft en dat weet ik wel een raad mee hoor! Wees gewaarschuwd!!!'' Nadat Hirsi Ali op 5 augustus haar kritiek op de islam formuleerde in het programma Netwerk, zijn naar verluidt bij haar vader per telefoon meer dan twintig mondelinge bedreigingen binnengekomen, met de strekking dat Ayaan ernstig gevaar loopt als ze niet tot de orde wordt geroepen. De bedreigingen kwamen behalve uit Nederland ook uit Zweden en Italië.

Er zijn zeker vier redenen om op grond van die bedreigingen permanente persoonsbewaking te verlenen aan Hirsi Ali. Ten eerste is er sprake van verscheidene dreigers, wat de kans op uitvoering groter maakt dan bij één dreiger. Ten tweede komen de bedreigingen uit cultuurkringen zoals Somalië, waar het geweldsniveau hoger ligt dan in Nederland. Voorts is denkbaar dat er financiële belangen achter de dreigingen schuil gaan, omdat Hirsi Ali heeft bepleit overheidssubsidies aan islamitische stichtingen stop te zetten. Ten slotte is onderschatting van dreigementen één Nederlander fataal geworden. Een oordeel over de ernst van dreigementen is bij uitstek feilbaar: betreft het louter boze brieven van mensen die niet in staat zijn zoiets als een tegenargument te formuleren, om met Anil Ramdas te spreken, of gaat het om werkelijke intenties tot geweld? Men kan dus beter het zekere voor het onzekere nemen.

Maar het belangrijkste argument ligt elders: in het belang van een daadwerkelijke vrijheid van meningsuiting voor het goed functioneren van een democratie. Formeel gezien wordt onze democratie gekenmerkt door een aantal grondrechten. Artikel 7 van de Grondwet garandeert de vrijheid van meningsuiting aldus: ,,Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om [...] gedachten of gevoelens te openbaren.'' Dit wetsartikel wordt niet geschonden wanneer mensen een medeburger bedreigen wegens de opinies die deze openbaar maakt, want het artikel beschermt de vrijheid van meningsuiting uitsluitend tegen de overheid. Materieel gesproken is de democratie echter wel degelijk in gevaar als burgers zich niet durven uiten omdat ze deel uitmaken, of hebben gemaakt, van groeperingen die geen afwijkende meningen tolereren. Dat is het begin van het einde van de democratie. Het volgende stadium kan zijn dat Kamerleden hun stemgedrag door bedreigingen laten beïnvloeden.

Daarom dient de regering met grote duidelijkheid stelling te nemen. Deze casus heeft symbolische waarde. Staat het kabinet pal voor daadwerkelijke vrijheid van meningsuiting van alle burgers, of laat het een vluchtelinge die naar ons land is gekomen in de hoop hier vrijheid van vervolging te vinden, in de kou staan wanneer ze de moed heeft zich te mengen in het interculturele debat over waarden en normen? Is Nederland werkelijk een bolwerk van vrijheid waar we trots op kunnen zijn, of moeten we ons schamen daar de overheid geen strobreed in de weg legt aan anonieme lafaards die een medeburger door bedreigingen monddood maken? De keuze van het kabinet is beslissend voor de vraag of het gepropageerde debat over waarden en normen meer zal zijn dan een schijnvertoning.

Prof.dr. H. Philipse is hoogleraar wijsbegeerte aan de Universiteit Leiden.

    • Herman Philipse