Identiteitscrisis 1

De identiteitscrisis waarin onze samenleving zich bevindt en waarvan Paul Scheffer een paar oorzaken noemt (NRC Handelsblad, 21 september), is ook in de microkosmos van de gezondheidszorg waar te nemen. De nadruk op individuele vrijheden en rechten heeft bijvoorbeeld geleid tot een Algemene Maatregel van Bestuur die de inderdaad soms excessieve werktijden van specialisten in opleiding beperkt heeft. Echter zodanig beperkt, dat bijvoorbeeld chirurgen en arts-assistenten in opleiding tot chirurg klagen dat het onmogelijk is om tijdens de opleiding voldoende chirurgische ervaring op te doen binnen de door deze maatregel gestelde kaders. Resultaat: uitgeruste, maar onervaren dokters. Een ander ongewenst effect van de individualisering is het stijgend aantal artsen dat in deeltijd werkt. Dokter A stelt de diagnose, dokter B voert het slecht-nieuws-gesprek en dokter C begint de behandeling. Uitgeruste artsen, die echter geen van allen de patiënt goed kennen.

De tweede oorzaak is volgens Scheffer de door onderwijskundigen gepropageerde nadruk op vaardigheden/toepassing ten koste van kennis/inzicht. Niet meer blokken, maar leuk in groepjes problemen oplossen. Daardoor worden co-assistenten het ziekenhuis ingestuurd, die geleerd hebben hoe je door literatuuronderzoek een probleem moet oplossen, maar niet hoe je een patiënt systematisch moet ondervragen en onderzoeken. Pas afgestudeerde verpleegkundigen weten niet wat een vochtbalans is of hoe je spitsvoeten voorkomt. Het probleem is dat de generatie van de jaren '60 en '70, die het nu voor het zeggen heeft (als bestuurder, onderwijskundige etc.) geen eisen stelt of durft te stellen – niet aan zichzelf (individualisering), en niet aan anderen (onderwijs moet vooral leuk zijn, zelfontplooiing ). ,,Alles is verpret'', (Hofland).

De oplossing is volgens Scheffer een mentaliteitsverandering. Maar van wie moet die uitgaan? De oudere generatie is grotendeels verantwoordelijk voor de geschetste problemen en de jongere generatie lijkt zich er niet verantwoordelijk voor te voelen.

    • Dr. C. Halma