Het verzet van linkse dichters

Lezend in het nieuwe nummer van Literatuur realiseerde ik me dat de onlangs gepubliceerde Verzamelde Gedichten van Lucebert, die ik net heb aangeschaft, op een uiterst ongelukkig moment zijn verschenen. Is Lucebert niet te – even slikken – politiek correct, te elitair, te links, te weinig in overeenstemming met de normen en waarden van de jaren vijftig, zodat het wel bijna een verzetsdaad is nu zijn verzameld werk aan te schaffen?

In het openingsartikel van Literatuur beschrijft Marije Groos het ,,politieke protestkarakter'' van de vijftigers en vooral ,,het bijzonder felle engagement van Lucebert''. Groos werkt aan een proefschrift over het linkse engagement in de literaire tijdschriften van de jaren vijftig. Zij betoogt en passant dat het revolutionaire gehalte van de experimentele dichters lange tijd niet onderkend is. Dat laatste is natuurlijk een beetje flauw. Het werd wel onderkend, maar weggemoffeld in de BVD-archieven.

Het is algemeen bekend dat iemand als Kouwenaar tot 1949 bij De Waarheid heeft gewerkt en dat ook Lucebert en Elburg na de bevrijding communistische sympathieën hadden. Het is waar dat het protestkarakter van hun poëzie naar de achtergrond is gedrongen, maar dat heeft volgens mij vooral te maken met de tekst-immanente benadering van de invloedrijke school rond het tijdschrift Merlyn. En bovendien verdient het hoe dan ook geen aanbeveling Luceberts poëzie te reduceren tot tijdgebonden politiek-maatschappelijke protest, daarvoor is zijn werk gewoon te belangrijk.

Niettemin heeft Groos heel wat wetenswaardigs te vertellen over met name Luceberts dwarse en ook wel dappere opstelling. Hartje Koude Oorlog behoorde hij tot de weinigen die zich verzetten tegen het giftige McCarthyisme dat ook in Nederland (meer dan elders in West-Europa) uiterst virulent was. Zo analyseert Groos uitvoerig Luceberts De stem van de meester, voor het eerst gepubliceerd in Podium in 1954, met de strofe: ,,en onze ondergang een duur gehuurde rode ruiter/ uit Amerika/ Zeg het maar na/ uit Amerika''.

Deze rode ruiter uit Amerika, blijkt uit een voetnoot van Groos, was afgebeeld op een door een Amerikaanse verzekeringsmaatschappij gefinancierde en door de Katholieke Actie op grote schaal in Nederland verspreide verkiezingsaffiche. Bij het artikel staat de angstaanjagende afbeelding: een dood en verderf zaaiende ruiter uit de Apocalyps plus de tekst: ,,Kiest communisten voor terreur en slavernij.''

Lucebert had het niet zo op de Katholieke Actie, evenmin als op de katholieke kerk als geheel. In De stem van de meester wordt de kerk volgens Groos door hem voorgesteld ,,als een instituut waaraan krankzinnigen houvast vinden. Deze krankzinnigen vormen de clerus, getooid met mijter en toga. Zij leggen absurde geboden op: bloemen mogen niet bloeien, boeken mogen niet worden gelezen, de neger mag niet zwart zijn en Jezus mag het bloed van zijn bruid niet drinken. De heersers van de kerk ondermijnen hiermee het bestaan van bloemen, boeken, negers en van Jezus.''

Het belooft een boeiend proefschrift te worden.

Literatuur. Tijdschrift over Nederlandse Letterkunde. 2002. Prijs: 8 euro

    • Elsbeth Etty