Het ritme van een basketbalhart

De Nederlandse basketbalcompetitie is vorige week begonnen zonder Cees van Rootselaar. Na negentien jaar als topspeler, is hij nu trainer van Omniworld Almere. ,,Het is makkelijk om vanaf de kant te roepen dat het Nederlandse basketbal niets voorstelt.''

De tijden zijn veranderd voor Cees van Rootselaar. Nadat hij bijna twee decennia lang alleen maar trainde en wedstrijden speelde, ziet zijn dagindeling er ineens volkomen anders uit. Van Rootselaar werkt overdag op het kantoor van een schoonmaakbedrijf in Almere, waarna hij in de avonduren trainingen verzorgt bij basketbalclub Omniworld uit dezelfde stad. ,,Voor aftrainen heb ik geen tijd. Daardoor kan ik 's avonds echter de slaap niet vatten, mijn lichaam is gewend geraakt aan het ritme van een topsporter.''

Na vijf jaar bij Omniworld kwam een abrupt einde aan de sportieve loopbaan van Van Rootselaar. De 1.88 meter lange basketballer kon zijn aflopende contract nog wel verlengen, maar de financiële vergoeding sprak hem niet aan. ,,Ik moest behoorlijk wat geld inleveren, dus ik had voor mezelf zoiets van: laat ik er nu maar mee stoppen. Volgens de club zou ik minder verdienen omdat ik niet zoveel meer aan spelen toe zou komen. Dat zal best, maar een ervaren speler als ik zet je toch niet zomaar aan de kant?''

Omniworld bood van Rootselaar een trainersfunctie. De geboren en getogen `Jutter', zoals een man uit Den Helder wordt genoemd, accepteerde het voorstel met graagte. Van Rootselaar had gedurende zijn loopbaan al interesse in het trainersvak en beschikt over diploma's om een eredivisieclub te coachen. De van Den Helder naar Amsterdam verhuisde Van Rootselaar vervult tegenwoordig tevens de rol van assistent-trainer bij de Nederlandse ploeg. Bondscoach Maarten van Gent zag wel iets in de bevlogen oud-topspeler, en haalde hem bij zijn jonge selectie. ,,Ik ben met Maarten meegegaan naar een toernooi in Polen, waar het Nederlands team een paar wedstrijden speelde. Hij is geen betuttelende bondscoach en laat me mijn gang gaan. Ik mocht trainingen geven en analyses maken van tegenstanders. Een leerzame ervaring, we bekijken nu hoe we mijn rol in de toekomst kunnen uitbouwen.''

Van Rootselaar, 120-voudig international en als speler actief op de EK's van 1987 en 1989, verwacht zijn steentje te kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van het Nederlandse basketbal. In de jaren tachtig kon de nationale ploeg zich meten met de Europese top, in de jaren negentig zakte het spelpeil naar een bedenkelijk niveau. Ook op beleidsmatig terrein was het kommer en kwel. Bestuurders van de Nederlandse bond maakten meer ruzie dan beleid en sponsors haakten massaal af. Met het aantreden van de Belgische bondscoach Luciën Van Kersschaever, eind jaren negentig, kwam de kentering: de nationale ploegen werden ondergebracht in een stichting, NOC*NSF waardeerde de status van de ploeg op en er verscheen een grote geldschieter ten tonele. Van Rootselaar: ,,Totdat Van Kersschaever werd afgerekend op de matige resultaten en weg moest. Doodzonde, die man had moeten worden beoordeeld op de lange termijn. Nu zijn we terug bij af.''

Toch houdt Van Rootselaar hoop. ,,Het is erg makkelijk om vanaf de kant te roepen dat het Nederlandse basketbal niets voorstelt. Het is inderdaad niet best, maar je moet toch ergens beginnen? Allereerst moeten er goede jeugdtrainers worden opgeleid. Verder zou een duidelijke visie op topbasketbal ook niet misstaan. Laat nu eens vijf jaar lang talentvolle basketballers met elkaar spelen. Op die wijze kweek je automatismen en een goede ploeg. De geselecteerde jongens kunnen op een gegeven moment mee in de eredivisie, waarna ze uitzwermen naar het buitenland. Uiteindelijk kunnen ze de componenten vormen van een sterk Nederlands team. Dan komen er ook sponsors op het basketbal af. Nederland is geen basketballand? Dat weet ik niet. Dit land heeft boegbeelden nodig. In de periode dat Rik Smits meespeelde met de nationale ploeg zaten de tribunes vol. Bovendien lopen in Nederland de langste mensen ter wereld rond. Daar moeten we toch iets mee kunnen?''

Van Rootselaar mijmert weleens over zijn loopbaan, die in 1983 begon bij Den Helder. Met die club werd hij vijfmaal landskampioen. Na de jaren bij Den Helder speelde Van Rootselaar in Freiburg, in het Belgische Houthalen en bij Omniworld. Bij zijn drie laatste clubs won hij geen prijzen meer. ,,Bij Den Helder had ik dan ook Ton Boot als trainer, de beste coach die ik ooit heb gehad. Boot maakt spelers beter en mentaal sterker. Hij zei altijd: 'Houd je tegenstander net zolang bezig tot hij breekt.' Onder Boot was ik zó fanatiek dat ik 's morgens om zeven uur al voor mezelf trainde in een zaaltje. Die tijd mis ik nog weleens.''

    • Marcel Abrahams