Geen braaksel in de brievenbus s.v.p.

Er komt dan wel geen regeringscommissie meer voor, maar het waarden- en normenoffensief gaat volop voort. Deel 5 van een serie over gedragsregels in de buitenlucht.

,,Je gelooft niet wat de mensen bij ons door de brievenbus gooien als dat briefje niet op de deur hangt'', zegt dierenarts Bernadine Langhorst-Mak. Zeker twee keer per week vindt ze dan een dood of gewond vogeltje, kikkers, muizen en egels op de mat van de praktijkruimte. ,,Vooral in het weekend. Onze praktijkkat is toevallig een paar dagen geleden overleden, maar je kunt je voorstellen wat een smerige zooi we aantroffen op maandagmorgen. Dan lag dáár een pootje, dáár het koppie en dáár een staartje.'' Daarom hangt er een briefje op de deur: `L.S. Gelieve bij afwezigheid geen zieke of gewonde vogeltjes door de brievenbus te doen! Mede i.v.m. loslopende kat. B.V.D.'

,,Met het briefje op de deur gebeurt het minder, maar het komt nog steeds af en toe voor'', zegt Langhorst-Mak. ,,Diereneigenaren gooien ook broodzakjes met urine, poep of braaksel van hun huisdier naar binnen. Ze denken dat wij dat wel even onderzoeken. We sturen wel eens monsters naar het laboratorium in Utrecht, maar natuurlijk niet zomaar uit een zakje dat we op de mat vinden. Diegene die het naar binnen gooit, belt dan vaak een paar dagen later op, en verwacht dan dat wij precies weten om welk zakje het gaat.''

Mensen verwachten dat dierenartsen vierentwintig uur per etmaal, zeven dagen in de week aanwezig en beschikbaar zijn'', zucht de dierenarts. ,,Dat merk je ook als je nachtdienst hebt en je wordt om half twee 's nachts je bed uit gebeld omdat het vogelvoer op is, of omdat de hond jeuk heeft. Natuurlijk bellen er ook mensen met een echt spoedgeval. Maar ik verbaas me toch vaak over het grote aantal dat vindt dat de wereld alleen om hén draait.''

Mensen gaan makkelijk naar de dierenarts toe en ze eisen veel, merkt Lankhorst-Mak dagelijks. ,,Ze stappen vaak gewoon de behandelkamer in, terwijl je bezig bent met een dier dat aan het infuus ligt.'' Om dát tegen te gaan hangt er een briefje in de wachtkamer: `De dierenarts kan u buiten het spreekuur niet (altijd) persoonlijk te woord staan.' ,,Of ze willen hun huisdier komen brengen vóórdat ze naar hun werk gaan'', zegt Lankhorst-Mak, ,,en kunnen er niet over uit dat wij pas om negen uur opengaan''.

Boos wordt Lankhorst-Mak niet over die assertiviteit, ze is meer gelaten. ,,Boos word ik alleen maar als mensen echt slecht met hun dier omgaan of het opzettelijk verwaarlozen. En dan heb ik het niet over de vele oudere mensen die hun dier uit liefde overvoeren. We proberen wel te vertellen hoe slecht dat is, maar ze geloven heilig dat hun hond of kat ongelukkig is als-ie geen koekje krijgt. Maar als hier een hond binnenkomt die niet meer kan lopen van de klitten, dan kan ik echt boos worden.''