Cultuuronderwijs is onmisbaar voor integratie

Het kabinet-Balkenende heeft cultuurbeleid niet op zijn prioriteitenlijstje staan. In de rijksbegroting wordt een half procent uitgetrokken voor cultuur. De kunstsubsidiekraan wordt dichtgedraaid. En het blijft niet bij het korten van overheidssubsidies: de herziening van de kerndoelen voor het basisonderwijs dreigen het Nederlandse cultuurbeleid nog verder uit te hollen.

Onlangs bracht de Onderwijsraad een advies uit over herziening van de kerndoelen van het basisonderwijs. Dit advies behelst een constructie waarin het curriculum in tweeën wordt gedeeld: een cluster met cognitieve vakken (zoals rekenen en taal) en een cluster waarbinnen de expressieve vakken en lichamelijke opvoeding (onder de noemer kunstzinnige oriëntatie en beweging en spel) vallen. Deze clusters zouden in beginsel in de verhouding 70-30 aangeboden moeten worden.

Heeft een school echter te kampen met veel leerlingen met leerachterstand, waardoor de Cito-norm niet gehaald wordt, dan is men vrij het tweede cluster te schrappen. Op deze manier wil de Onderwijsraad scholen meer gelegenheid geven leerachterstanden aan te pakken. Of scholen daarin slagen zal de praktijk uitwijzen. De vraag is hoe hoog de prijs is die voor dit plan betaald wordt?

Om die vraag te kunnen beantwoorden moet eerst bekeken worden welke leerlingen door de plannen worden geraakt. De profielschets van de leerling die slecht presteert bij de Cito-toets is, afgaande op de statistieken: een kind uit een gezin met een beneden-modaal inkomen, waar thuis weinig aandacht aan cultuur wordt besteed en bovendien niet genoeg geld is voor buitenschoolse activiteiten. Precies de groep die de weinige aandacht die nu op school aan cultuurvakken wordt besteed, het hardst nodig heeft.

Het meest directe gevolg van het schrappen van cultuurvakken is de afname van de algemene ontwikkeling. Een gevolg dat hiermee samenhangt, is toename van sociale uitsluiting. Van kunst genieten moet je nu eenmaal leren. Wie meer weet van de achtergrond van een muziekstuk zal er doorgaans met meer plezier naar luisteren. Bovendien is museumbezoek of concertbezoek sterk gebonden aan ongeschreven gedragsregels. Wie deze regels kent, voelt zich op zijn gemak in deze omgeving en kan ongedwongen van de kunst genieten. Wie deze regels niet kent, voelt zich ongemakkelijk, of zelfs inferieur en buitengesloten. Deze ongemakkelijkheid kan de culturele activiteit zodanig overschaduwen dat men het bij een eenmalige onderneming laat, ondanks het feit dat men de muziek of de kunst wel degelijk mooi vond.

Als de plannen doorgaan zal een grote groep kinderen opgroeien met het gevoel niet thuis te horen in musea of concertzalen, het gevoel inferieur te zijn aan de groep mensen die hier wel `past'. Of gaat de Onderwijsraad ervan uit dat deze kinderen als volwassenen hoe dan ook niet boven hun sociale klasse zullen uitstijgen en de gedragsregels die bij deze culturele evenementen horen dus niet nodig hebben?

Met het oog op de sociale cohesie is vooral het onthouden van cultuurvakken aan allochtone jongeren zeer onwenselijk. Het leren kennen van oude meesters en componisten kan een gevoel geven van een gemeenschappelijke identiteit, van gemeenschappelijke wortels. Het gevoel tot een groter geheel te behoren maakt dat mensen zich thuis voelen in een samenleving. En mensen die zich thuis voelen in een samenleving zullen minder snel geneigd zijn deze de rug toe te keren.

Veel allochtonen voelen weinig verbondenheid met de westerse cultuur, en houden zich meer bezig met culturele uitingen van het land van herkomst. Zij trekken zich terug binnen het hun bekende en voelen zich buitenlander tussen de Nederlanders. Gemeenschappelijke kennis van de westerse cultuur kan hier een brug slaan.

Maaike van Bemmel is redacteur van het TELEAC-programma Kunstlicht.

    • Maaike van Bemmel