Clickfonds kan weer sneuvelen op fouten

`Fouten zonder opzet', zegt justitie over het eigen optreden in de Clickfondszaak. Maar het is de vraag of de rechter dat ook zo ziet. Justitie dreigt opnieuw niet-ontvankelijk te worden verklaard, bleek deze week.

Hoe praat je iets recht dat krom is? Dat leek gisteren de rode draad in het uren durende betoog van de Amsterdamse fraudeofficier Joost Tonino. In de zaak tegen Dirk de Groot, een van de hoofdverdachten in de beursfraudeaffaire, moest hij zich verantwoorden voor enkele forse justitiële misstappen uit de beginperiode van Operatie Clickfonds in 1997.

Dat was geen sinecure voor de officier, die destijds nota bene niet eens bij de zaak betrokken was. Tonino werd pas later aan het team toegevoegd, maar staat er, sinds het vertrek van initiator Henk de Graaff naar de rechterlijke macht, alleen voor. Gisteren had hij een ondankbare opdracht, omdat hij een weerwoord moest vinden tegen een aantal aantijgingen waar eigenlijk geen weerwoord voor is. Het deed denken aan een eerdere Clickfonds-rechtszaak, die tegen de voormalige directie van het effectenhuis Leemhuis en Van Loon. Justitie werd toen niet-ontvankelijk verklaard, omdat de rechtbank onzorgvuldigheden van het openbaar ministerie (OM) als ,,schadelijk voor de strafrechtspleging in het algemeen'' zag.

De zaak tegen De Groot, die ervan verdacht wordt een belangrijke rol te hebben gespeeld in een systeem van coderekeningen waarmee de fiscus werd ontdoken, is niet identiek aan de affaire-Leemhuis en Van Loon. Toch zijn er overeenkomsten. Ook hier is het de vraag of justitie haar recht op vervolging niet heeft verspeeld. De Groot, een in Zwitserland wonende Nederlandse ex-vermogensbeheerder, vindt zelfs dat het OM al vóór de inhoudelijke behandeling niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Zijn advocaat presenteerde vorige week een waslijst onzorgvuldigheden. Tonino gaf toe dat er ,,niet feilloos'' was gewerkt, maar noemde een niet-ontvankelijkheid een buitenproportionele sanctie.

Of de rechtbank daar ook zo over denkt is de vraag. In de zaak tegen Leemhuis en Van Loon tilde zij zwaar aan ,,een patroon van onzorgvuldig optreden''. Zo'n patroon is ook in het proces tegen De Groot te zien. En hoewel Tonino zijn best deed de onvolkomenheden te bagatelliseren, slaagde hij er niet in om het belastende beeld weg te poetsen. Een greep: enkele dagen na het begin van de Operatie Clickfonds zei het OM publiekelijk en ten onrechte dat voorkenniszaken ,,rond'' waren door verklaringen van De Groot. De uitspraak van een klachtencommissie van de beurs werd feitelijk onjuist en nadelig voor De Groot weergegeven. Processtukken werden niet of verkeerd verstuurd. En dan is er de kern van het proces tegen De Groot: de curieus verlopen procedure voor rechtshulp van Zwitserland. Justitie wilde vanuit dat land de administratie van de vermogensbeheerder hebben. Daartoe stuurde ze een rechtshulpverzoek naar Bern. Dat rammelde aan alle kanten, zo bleek later. Er staan vertaalfouten, feitelijke onjuistheden en verkeerde interpretaties in. Bovendien was de Zwitserse versie niet gelijk aan de Nederlandse. In het Duitse rechtshulpverzoek stond een extra zin waarin De Groot, naar later bleek ten onrechte, in verband werd gebracht met witwassen van drugsgeld van Johan V., alias de Hakkelaar. Daardoor kregen de verdenkingen een zware lading. Bedoeling was, zo vermoedt de verdediging, om de strenge Zwitserse voorwaarden voor het geven van rechtshulp te omzeilen.

Of het document bewust op deze manier is opgesteld, is nooit duidelijk geworden. Justitie houdt het op ,,fouten zonder opzet''. Maar vast staat, zo geven interne Zwitserse justitiële documenten aan, dat de drugsverdenking essentieel is geweest in het verlenen van de rechtshulp.

In zijn ijver de zaak te dempen noemde Tonino gisteren de toegevoegde zin onzorgvuldig, maar hij zei ook ten opzichte van de Nederlandse tekst ,,geen wezenlijke verandering'' te zien. Iedereen die de twee versies vergelijkt ziet echter dat de zin cruciaal is voor de duiding van de witwas-verdenking. Zonder de passage worden er slechts geldstromen beschreven en is het onduidelijk waar het witwaspatroon zit; mét de zin worden de geldstromen rechtstreeks verbonden met ,,de opbrengsten van verdovende-middelenhandel van Johan V.''

In het proces speelt een uitspraak van het Zwitserse Bundesgericht een wezenlijke rol. Dat bepaalde in 1998 dat de rechtshulp terecht was verstrekt. Justitie heeft deze uitspraak altijd als steun in de rug beschouwd. Ook gisteren zei Tonino weer dat er niets aan de hand was, omdat de Zwitsers de rechtshulp uiteindelijk goed hebben bevonden. Toch is dat maar één kant van het verhaal. Het Bundesgericht stelt namelijk óók dat zijn oordeel is gebaseerd op informatie die Nederland heeft aangeleverd. Zwitserland zelf, zo zegt het vonnis, hoeft ,,noch vragen betreffende de feiten, noch betreffende de schuld te onderzoeken en in principe ook geen waardering van de bewijzen te doen.'' Die beoordeling, ligt bij de Nederlandse autoriteiten. Zo zal de Clickfondskamer, de rechters die de beursfraudezaak afhandelen, moeten toetsen of de Nederlanders hun verdenkingen zuiver en volgens de Zwitserse rechtshulpvoorwaarden hebben doorgegeven. In andere zaken die voortvloeien uit de Operatie Clickfonds heeft men daar steeds omheen kunnen redeneren, omdat toetsing van de Zwitserse procedure niet aan de orde was. Maar in deze zaak is die procedure, en de gevolgen daarvan voor De Groot, juist essentieel. De rechtbank beslist waarschijnlijk volgende week of het OM niet-ontvankelijk is of dat men toch begint met de inhoudelijke behandeling van het proces.

    • Joost Oranje