Burke zaait erbarmen, onheil en toorn

Slechts weinig doodgravers zal een begroeting ten deel vallen als Solomon Burke, gisteravond in een uitverkocht en juichend Paradiso. Er zijn dan ook weinig doodgravers met zo'n ontzagwekkende nevencarrière als de King of Rock'n'Soul. De 66-jarige Burke werd omringd door een heuse hofhouding het podium op geleid, waar hij zijn mantel afwierp en ging zitten op een roodfluwelen, hartvormige reuzentroon. De soulgigant was wat schor, zoals hij zelf meteen vertelde. Daarom dribbelde er een wulpse dame om hem heen met glaasjes `melk met honing', en week Solomon Burke Jr. niet van zijn zijde om het zweet van zijn vaders kale schedel te wissen.

Burke leek ouder en kwetsbaarder dan de onlangs verschenen `comeback-cd', Don't Give Up On Me had doen vermoeden. Zijn stem zonk lang weg in een hese fluister, en het grote lichaam deed een zwakke conditie vermoeden. Zittend, soms bijna liggend in zijn troon, zong hij een selectie van hoogtepunten uit een carrière die al zo'n halve eeuw duurt. Het waren andermans liedjes, als Proud Mary, It's a Wonderful World, Dock of the Bay, en eigen nummers van vooral zijn nieuwe cd die speciaal voor hem werden geschreven door collega's als Elvis Costello, Tom Waits en Brian Wilson.

Uit de grote man kwam een onverwacht kleine stem. Maar dan, op de momenten die er werkelijk toe deden, brak plotseling, met bijna brute kracht de ware Solomon Burke door. Dan was het alsof Erbarmen, Toorn en Onheil tegelijk aan het woord kwamen in een grauwende uithaal. Dan verhief Solomon Burke het verzwakte lichaam uit zijn stoel, en graaide met twee armen in de lucht als om Gods kracht naar zich toe te halen.

De oudere Burke is tegelijk een nieuwe Burke. De liedjes en hun instrumentaties van zijn nieuwste cd laten een zwaarmoediger soort zanger horen dan die van de meezinger Everybody Needs Somebody To Love – ook bekend van The Blues Brothers. Deze duistere kant werd in balans gehouden door bijvoorbeeld Brian Wilsons gemoedelijke Soul Searchin'. De band van tien muzikanten, waaronder een funky spelende harpiste, zorgde voor een bescheiden, strakke begeleiding. Op ieder gebaar van Burke werd naadloos gereageerd: meestal was dat `zachter', want zijn stem moest gespaard.

De laatste nog actieve grote soulzanger liet zich kennen als een waardige erfgenaam. Hij eerde zijn collega's van de `Soulclan' uit de jaren zestig, zoals Otis Redding en Joe Tex, en deed de groeten aan de in Nederland wonende Arthur Conley. De avond werd afgesloten met het dreigende None Of Us Are Free dat hier een optimistische gospel-uitvoering kreeg. Burke verwerkte er een parlando oproep in aan Bush dat ,,oorlog niet tot vrede leidt''. De jaren zestig waren even heel dichtbij.

Concert: Solomon Burke. Gehoord: 30/9 Paradiso, Amsterdam.

    • Hester Carvalho