Ook zingen in tijden van verdriet

Fiorentina, een Italiaanse voetbalclub uit Florence met de uitstraling van een theatergezelschap, is vrijdag failliet verklaard. Nu speelt het als Florentina Viola 1926 in de laagste profafdeling, de Serie C2. Hoe een mooie club met een rijke historie te gronde ging.

Op 19 december 1950 ging een zucht van verlichting door voetbalminnend Friesland. Abe Lenstra, Nederlands beste voetballer van dat moment, had besloten niet op het lucratieve aanbod van de Italiaanse profclub Fiorentina uit Florence in te gaan. Het Friese fenomeen van Sportclub Heerenveen had met zijn vrouw na enkele doorwaakte nachten besloten het aanbod van honderdduizend gulden naast zich neer te leggen. Vijftigduizend gulden zou hij bij de ondertekening van een tweejarig contract krijgen en nog eens vijftigduizend zodra hij zijn eerste wedstrijd had gespeeld. En elke maand zou hem ook nog zeshonderd gulden salaris worden betaald.

Abe wilde niet naar de culturele hoofdstad van Europa. Hij bleef liever in Heerenveen, waar hij een administratieve baan op de gemeentesecretarie had. Abe was honkvast. In tegenstelling tot zijn generatiegenoot en equivalent op het voetbalveld, Faas Wilkes, die wél inging op een aanbod van een Italiaanse profclub. En welke voetballer zou de laatste vijftig jaar niet naar Florence zijn gegaan, om gehuld in de paarse kleuren van Fiorentina toegezongen te worden in het Stadio Comunale aan de Viale Manfredo Fanti van de mooie stad aan de Arno?

Wie in het stadion is geweest waar La Viola zoals de club kozend is genoemd speelde, blijft zich de sfeer herinneren van zingende supporters, altijd maar zingende supporters. En als ze niet zongen, dan floten ze op hun vingers en scholden ze met al het venijn dat in hun lijf zat. Maar zingen genoot de voorkeur, ook in tijden van tegenslag en verdriet als het beste wapen om duivelse invloeden te verdrijven. Ze hebben gezongen als Florentijnse tenoren toen de Zweed Kurt Hamrin in de jaren vijftig en zestig daar glorieerde. En ze zongen toen Fiorentina in 1956 en 1969 Italiaanse kampioen werd, toen Fiorentina in 1957 de Europa Cup-finale bereikte en ze zongen zelfs nog toen Fiorentina in Madrid met 2-0 van Real Madrid verloor door doelpunten van Di Stefano en Gento wie kent deze fenomenen nog?

De tifosi van La Viola vereerden in de jaren tachtig de elegante spelmaker Giancarlo Antognoni, in 1982 aanvoerder van wereldkampioen Italië. Ze mochten genieten van de Duitser Stefan Effenberg en de Deen Brian Laudrup. En ze beleefden Florentijnse hoogmissen omdat het eigenaar graaf Flavio Pontello had behaagd de mooiste voetbaljongen van Italië, Roberto Baggio, als opvolger van de voorheen mooiste voetbaljongen van Italië, Antognoni, voor vijf miljoen gulden van Vincenza te kopen. De toenmalige trainer Sven-Göran Eriksson beleefde bijzondere tijden met Baggio, de fantasista. Vraag hem en zijn ogen glinsteren.

Fiorentina, met Baggio, verloor de UEFA-Cupfinale in 1990 van Juventus. Voorzitter Pontello verkocht Baggio voor vijftig miljoen gulden (een wereldrecord) aan Juventus of had hij hem al vóór de finale verkocht? De zachte jongen en boeddhist Baggio durfde Florence niet te verlaten. Zoveel geld was hij niet waard. Op het Piazza Savonarola, waar het hoofdkantoor van Fiorentina was gevestigd, richtte de harde kern van de supporters vervolgens een ravage aan. Ruiten van het kantoor werden ingegooid, brandbommen lagen klaar, gevechten met de politie liepen uit de hand. Baggio mocht nooit en te nimmer verkocht worden! Dat Fiorentina in geldnood verkeerde, wilden zij de door het paars verblinde aanhangers niet horen. Eens te meer werd bewezen dat supporters de realiteit niet willen zien en in hun dromen worden behekst door niet te verdrijven fantasieën.

Het rumoer rondom Baggio's vertrek was nog niet geluwd of een nieuwe held diende zich aan. De nieuwe eigenaar, Vittorio Cecchi Gori, telg uit de fameuze filmproducentendynastie, kocht de Argentijn Gabriel Batistuta voor pakweg zestig miljoen gulden van Boca Juniors uit Buenos Aires. Geen prijs ging hem te hoog. Hij kocht ook de Belgische Braziliaan Oliveira van Anderlecht en de Braziliaan Edmundo voor 70 miljoen gulden. Het was feest in het Stadio Comunale op de Curva Fiesole, het vak waar iedere voetballiefhebber verplicht moet worden een wedstrijd te beleven, maar ook het vak waar iedereen die passie wil meebeleven moet zijn geweest.

Wanneer veertigduizend Florentijnen zingen Batigol, Bati, Bati, Batigo-ó-ó-ó-ól, na weer een doelpunt van de cannoniere, voel je op je hele lijf kippenvel. In geen enkel stadion is zoveel zaligmakende vreugde te beleven als in het stadion van Florence. Pakweg 170 doelpunten in acht jaar maakte Batistuta. Alleen Hamrin maakte er in de jaren vijftig meer, 182.

Niet dat het voetbal dat Fiorentina speelde bijzonder goed was. Integendeel, aan het spel van Fiorentina was altijd te zien dat de club niet stabiel was. Het spel was niet constant, maar uiterst grillig. Toch lieten de tifosi hun club niet vallen, hoe primair ze ook konden reageren op de resultaten. Het waren zware tijden voor eigenaar Cecchi Gori. Hij kocht maar wat hij kopen wilde, als een opportunist die acteurs zocht voor zijn films. Grote namen moesten het zijn: van de Joegoslaaf Mijatovic en de Brazilianen Dunga en Marcio Santos tot de Portugezen Rui Costa en Nuño Gomes en de Italiaanse internationals Toldo, Di Livio en Chiesa. Giovanni Trapattoni wat een acteur kwam als trainer, toen weer Roberto Mancini, de oud-international van Sampdoria. Altijd grote namen, alsof Cecchi Gori meende zijn publiek alleen maar dure namen te moeten voorschotelen.

Misschien was Cecchi Gori niet meer dan een playboy die meende te kunnen spelen met dromen van voetbalaanhangers. Zijn machtswellust en zijn materiële rijkdom waren zijn enige drijfveren, zegt men nu in Florence. Voetbal was niet zijn passie. Vorig jaar degradeerde de club weer eens, van de Serie A naar de Serie B. De hooggespannen verwachtingen dat met tv-uitzendrechten het voetbal wel zou overleven, bleek in Italië ijdel. Betaaltelevisie, zo werd afgelopen week aan de hand van onderzoeken verkondigd tijdens het World Sport Forum in Lausanne, is in de meeste landen geen succes: voetbal is leuk, maar wie hoge prijzen moet betalen, zelfs voor een televisiereportage, haakt af. Toen ook nog eens de Italiaanse overheid de boekhouding van de Italiaanse profclubs wenste te controleren, kwamen wantoestanden aan het licht. Nog altijd vrezen Italiaanse clubs bezoek van overheidsaccountants.

Drie jaar geleden versloeg Fiorentina in de Champions League, waar iedere club graag aan deelneemt om bestaanszekerheid te krijgen, nog Arsenal en Manchester United. Nu speelt de club in de vierde divisie van het Italiaanse voetbal, de Serie C2, wegens het faillissement. De international Di Livio heeft negentig procent van zijn salaris ingeleverd om te kunnen blijven voetballen. De naam van de club is nu Florentina Viola 1926, trainer is nu de oud-international Pietro Vierchowod, voorzitter is nu de burgemeester van Florence.

Gisteren speelde Florentina Viola in een wedstrijd van de Serie C2, Girone B, tegen Castelnuovo Garfagnana. Het werd 1-1, waardoor de Florentijnen nu na vijf wedstrijden op de derde plaats staan. Liefst 17.000 toeschouwers waren in het stadion van Florence. Een record voor de Serie C2, meldde La Nazionale, de krant van Florence. Zoveel toeschouwers in de laagste afdeling van het Italiaanse profvoetbal het is niet voor te stellen.

Fiorentina was niet de succesvolste club van Italië, maar toch zeker een van de mooiste. Veel voetballers behalve Abe Lenstra wilden er spelen. Veel voetballers hebben in een van de mooiste steden van Europa genoten en hebben mogen ervaren wat glorie en heldendom betekenen. Enkele van de beste voetballers ter wereld hebben er kunnen spelen en hebben er beseft dat voetbal een bijzondere plaats heeft ingenomen. Eén Nederlander heeft er slechts gespeeld, de Fries André Roosenburg, een halve eeuw geleden. Wat hem bezielde, beseffen weinigen in Nederland. Voor een club die La Viola wordt genoemd, wil toch iedereen spelen, nietwaar? Zeker als de club uit de culturele hoofdstad van de wereld komt.

    • Guus van Holland