Waddenzee Noordzee (v.v.)

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week op Terschelling.

De wolken lijken vandaag op walvissen. Soms zijn ze wit en drijven ze, bultrug na bultrug, kalm voort in een strakblauw geblazen hemel. Nu en dan worden ze hardgrauw van tint, sluiten zich aaneen tot een slagorde en werpen een ragfijne regenbui omlaag. Venijnig, maar kort en alleen mijn haar wordt er vochtig van de druppels zijn klein als vlooienprikjes, mijn jack droogt subiet.

Ik sta op het uiteinde van de Dwarsdijk, ten oosten van Oosterend, het laatste dorp aan de oostkant van het waddeneiland Terschelling. Aan de overkant van de Waddenzee is onder de wolken de Friese kust te onderscheiden. Wat huisjes op een streep land, tussen ons in modderkleurig water, heftig golvend en rimpelend maar hier en daar is er ook een strook water opvallend stil en glad. Ik keer me om en kies een zandpad tussen absurd schelgroen blinkende weilanden waar zwarte paarden grazen of rondstappen. Imposante types zijn het, met hoge halzen, de hoeven discreet gekleed in zwartharige slobkousen. Het zandpad wordt een schelpenpad, de bramen erlangs worden elzen die zich vermengen met kleine eiken. Even is er sprake van een bos, dan ontvouwt zich De Boschplaat, het ruigste, meest onweerstaanbare duinlandschap dat ik ken. Waren er zopas nog andere wandelaars, nu valt het stil. In dit beschermde natuurgebied zijn honden niet welkom, misschien daarom.

Weide- en watervogels krijsen en joelen, de Noordzee bast achter de hoge, geel gekapte duinketen met wenkbrauwen van helmgras. 's Zomers mogen de kleine paadjes die in dit landschap naar binnen voeren niet begaan worden, maar tussen 15 augustus en 15 maart is dit geen broedgebied en dan mag het wel. Het op de kaart aangegeven spoor dwarsover De Boschplaat stijgt en daalt en voert langs de rand van diepe duinpannen de zandige afgronden zijn bedekt met paarse bloemetjes, met heftig golvende graspluimen, of ze zijn zoutgroen gestoffeerd, bespikkeld met duinviooltjes of met gele bloemetjes, klein als het stof van de sterren. Het paadje versmalt tot iets dat eigenlijk misschien geen paadje meer is. Bovenop een duin zijn Waddenzee en Noordzee tegelijk te zien. De Waddenzee vangt zonlicht en lijkt nu een cassette met pasgepoetst tafelzilver. De Noordzee ziet dreigend donkerblauw in de verte en aan de kust dreigend staalgroen.

Ploegend door scherpe hoge halmen en duindoorns bereik ik de andere kant van het eiland, waar een brede duinovergang toegang geeft tot het loeibrede Noordzeestrand. Het is eb, de wind blaast vlagen stuifzand van de vloedlijn naar de duinen en jaagt de mensen terug. Terug naar de Waddenzee, maar nu via het reguliere schelpenpad, langs een koperen gedenkplaat met, in reliëf, Kapitein Rob en zijn hond allebei met een glimmende, door weer en wind gepoetste neus. De walvissen zijn verdwenen. Tegen het nu egale grijs verzorgt een even wervelend als verwaaiend eskadron bolle vogeltjes een luchtshow van jewelste.

Wandeling op basis van de Topografische Kaart van Terschelling, Topografische Dienst Emmen.