Pro en contra in de Golfoorlog

Tijdens de Golfoorlog, in januari en februari 1991, meldden zich bij het ministerie van Defensie dagelijks tientallen Nederlanders die `orde op zaken wilden stellen' in de Golf. Het departement wees de aanbiedingen vriendelijk van de hand.

Op de Dam stonden iedere avond demonstranten tegen de oorlog, al was de opkomst niet groot. Op 26 januari werd in verscheidene landen gelijktijdig een grote demonstratie georganiseerd. Het grootste aantal betogers, 200.000, kwam op de been in Bonn. Het aantal mensen dat in Amsterdam de straat op ging, 10.000, stak daar mager bij af.

Opmerkelijk was dat Pax Christi en het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) wegbleven. S. Strikwerda, oud-voorzitter van het Komitee Kruisraketten Nee verwoordde de twijfel in de vredesbeweging. ,,Ik heb twee zielen in een borst. Voor 55 procent ben ik voor de volledige uitvoering van de VN-resoluties en voor 45 procent ben ik tegen de oorlog. Zo lopen er bosjes mensen rond.'' Oud-IKV-voorzitter B. ter Veer zei: ,,Ik ben op dit moment nog onvoldoende tegen de oorlog om ertegen te kunnen demonstreren.'' Op spreekbeurten merkte hij ook dat anderen ,,tot aan hun nek vol met twijfels zitten''.

In de vredesbeweging werd de analyse gemaakt dat de opkomst bij de demonstraties mager was omdat de PvdA zich afzijdig hield. Wel aanwezig was GroenLinks, dat vond dat er te weinig debat was geweest over een embargo tegen Irak in plaats van een oorlog.

Veel media-aandacht trokken destijds vier Nederlanders die in januari deelnamen aan een internationaal vredeskamp bij de Saoedisch-Iraakse grens. Zij moesten begin februari van de Iraakse autoriteiten vertrekken. Onder hen bevond zich de bekende actievoerder Kees Koning. Terug in Nederland zei hij: ,,Ik had uiteraard niet het idee dat we met dat groepje mensen de oorlog konden verhinderen, maar ik ging er van uit dat er nog duizenden vredesactivisten zouden komen. Nou, als zodanig is dat voor 100 procent mislukt.''