De kater van St. Lucia

Correspondent Bram Vermeulen ging een lang weekend naar het kustreservaat St. Lucia, bedreigd door een lekkend vrachtschip én door Zuid-Afrikaanse toeristen.

Je wilt naar een wildpark. Want je bent in Afrika en daar heb je wilde dieren. Bovendien zou je ook de Indische Oceaan wel eens willen voelen omdat het nichtje van je collega daar heeft gedoken en er niet meer over ophoudt. Met de palmbomen op het hagelwitte strand achter je en de warme zeestroom tot aan de knieën. Dát is vakantie.

Dan ga je dus naar St. Lucia, aan de oostkust van Zuid-Afrika. Niet in het minst omdat de kranten al weken schrijven dat dit het grootste en indrukwekkendste kustreservaat van Afrika is. Waar je meer dan 400 vogelsoorten vindt, 700 nijlpaarden en 2000 krokodillen. Waar de Leatherback schildpad broedt en dat is heel bijzonder want die wordt met uitsterving bedreigd. En waar een Italiaans vrachtschip is gestrand dat olie en chemicaliën lekt. Met andere woorden: wie de pracht van St. Lucia in volle glorie wil beleven moet snel zijn.

Het begin van de reis is veelbelovend. Vanuit Johannesburg neem je de N17 en vervolgens de N2 snelweg naar KwaZulu Natal. Je passeert de afslag Ermelo, Amersfoort, Amsterdam en Leiden en denkt: `geinig'. En als je de grens met het koninkrijkje Swaziland bent gepasseerd begin je langzaam in de gaten te krijgen dat je echt in Afrika bent.

Tussen de bananenbomen schuilen hutten met rieten daken. Over diepgroene heuvels sjouwen vrouwen halve bomen op hun hoofd. Langs de kant van de weg prediken priesters in wit met paarse gewaden de leer van de methodistenkerk. En met een beetje geluk vind je hier de eerste sporen van het wild. Bavianen in de struiken en adders op het asfalt.

Dan rijd je St. Lucia binnen. Het eerste wat je ziet is het neonlicht van St. Pizza. En je hoort: ,,Hé punkface, get out of my car.'' `Punkface' blijkt een jongen met pukkels op zijn voorhoofd en geblondeerd haar. Hoewel hij pas vijftien lijkt, rookt hij stevig sigaretten. Hij draait ook harde rapmuziek van Eminem die iedereen in St. Lucia kan horen.

Aan de overkant van de straat vind je Nick, Marc en Hares uit Johannesburg. Zij drinken sinds half negen 's ochtends whisky en bier uit de achterbak van hun vierwiel aangedreven pick-up. In St. Lucia noemen ze elkaar Schottle, Throttle en Bottle en elke keer als ze dat zeggen gaat de fles omhoog. Ze komen hier drie keer per jaar, zonder hun vrouwen.

De kater van een avontuur in de Zuid-Afrikaanse natuur went nooit. Met de overweldigende omgeving komen standaard de blanke Zuid-Afrikanen en hun slechte smaak. Ze houden van barbecuen (`braai') en van auto's met grote banden. Daarom komen ze graag naar de kust van KwaZulu Natal. Op de uitgestrekte stranden kunnen ze eindelijk de paardenkrachten voelen van hun `bakkie' en is die vierwielaandrijving toch nog ergens goed voor.

Hoofd natuurbescherming van KwaZulu Natal Wildlife Richard Penn Sawers kan je vertellen dat hij zich een werelderfgoed van de VN-organisatie UNESCO anders voorstelt. Hij droomt van een ander publiek, zegt hij. Een publiek met iets meer klasse en iets minder kabaal. De wetgever gelooft in Sawers droom. Vanaf eind deze maand mogen de Jeeps en Landrovers het strand bij St. Lucia niet meer op, tenzij de rechter anders beslist.

De nieuwe regelgeving belooft de herriemakers St. Lucia uit te jagen. En ook een aantal middenstanders, die vrezen zonder de Zuid-Afrikaanse strandtoerist zestig procent minder om te zetten. Zwarte straatverkopers zijn evenzeer bang dat kabels in de voedselketen van St. Lucia binnenkort gaan breken. ,,Dit is bad for business.''

Als je toch nog een leuk weekend wilt lach je liever om de Zuid-Afrikanen en hun problemen. Dan wandel je 's ochtends vroeg hoofdschuddend langs hun vakantiehuisjes, die net als hun woningen in Johannesburg of Bloemfontein grote tralies hebben voor de ramen. Ook in het aards paradijs moet je kennelijk op je hoede zijn.

Even na zonsopgang kun je met de boot Santa Lucia het meer op. Links en rechts duiken nijlpaarden briesend op tussen de mangroven. Uitkijkend over de oever kun je zoeken naar vier van de Big Five die het St. Lucia reservaat beschermt: olifant, buffel, neushoorn en luipaard. En op het dek van de boot drink je koffie met Franse toeristen die bij thuiskomst grote verhalen beloven te vertellen. ,,Ik kan Crocodile Dundee nu wel een hand geven.''

Na het ontbijt in een van de vele restaurants van St. Lucia stap je op een andere boot om de walvissen te zien op de open oceaan. Die trekken tussen eind juni en begin oktober langs de Zuid-Afrikaanse kust en laten zich van dichtbij bewonderen. Sommige toeristen vinden kijken vanaf zo'n boot suf en gaan liever duiken. Zij pochen over de talloze haaien die ze rond de koraalriffen hebben gezien.

Als je eindelijk bent uitgekeken op de flamingo's en pelikanen in de riviermonding en niets meer wilt horen over de vijf ecosystemen die St. Lucia herbergt, dan kun je altijd nog naar het schip lopen. De Jolly Rubino ligt sinds 10 september een aantal kilometers ten zuiden van St. Lucia te roken. Het lekt al weken olie en heeft dunne zwarte slierten achtergelaten op het strand. De milieuramp waar de Zuid-Afrikanen aanvankelijk bang voor waren lijkt afgewend door de gunstige wind die de meeste olie de zee op blaast. Dijken van zand en rubberen vlonders beschermen St. Lucia voor het geval de wind gaat draaien.

Als je geluk hebt zal natuurbeschermer Anthon je achter op zijn wagen laden en de schade aan het schip laten zien. Anthon heeft een hekel aan journalisten en rare vragen. Onlangs kreeg hij ruzie met een verslaggever omdat hij haar vraag niet kon beantwoorden hoeveel water er in de rivieren van St. Lucia stroomt.

Anthon houdt van de zee. De zee maakt alles schoon zegt hij. Hij is er zeker van dat de chemicaliën die de Jolly Rubino aan boord had inmiddels veilig zijn opgelost in het blauwe water. En de zee maakt ook het hoofd schoon. Met de wind om de oren en de oceaan zover het oog reikt lijkt het kabaal van de hoofdstraat in St. Lucia mijlen ver weg.