De digitale revolutie is mislukt

Internet is inmiddels net zo gewoon als telefoon en fax, televisie en krant. Maar de digitale revolutie, die veel goeroes voorspelden, blijft vooralsnog uit.

`Voor een alleenstaande ouder is internet een zegen. Door telewerken ben ik niet meer afhankelijk van naschoolse opvang.'' Dat schrijft een deelnemer aan de enquête over internetgebruik op de website van NRC Handelsblad. De afgelopen drie weken vertelden ruim 5.000 bezoekers van de site hoeveel zij internetten, wat zij doen op het web en of internet hun leven heeft veranderd.

De belangrijkste conclusie luidt dat internet volop is geaccepteerd als massacommunicatiemiddel. Het net is een basisvoorziening. ,,Ik woon sinds enkele jaren in Azië'', schrijft een deelnemer aan de enquête. ,,Dankzij internet is de toegang tot het Europese leven nieuws, familie en vrienden, beleggen sterk vergroot. Ik besef soms niet eens meer dat ik duizenden kilometers ver woon.''

Volgens het Amerikaanse bureau NUA.com maken wereldwijd meer dan 580 miljoen mensen regelmatig gebruik van internet. Niet alleen in dichtbekabelde gebieden als Europa en de Verenigde Staten, maar ook in China en Brazilië. Europeanen vormen volgens NUA.com sinds kort de meerderheid op internet met 32 procent van de webbevolking. Circa 186 miljoen mensen in Europa gebruiken internet; dat is 3 miljoen gebruikers meer dan in Noord-Amerika en 15 miljoen meer dan in Azië en Oceanië.

In Nederland surft en e-mailt ongeveer 61 procent van de bevolking. Deze 6,8 miljoen Nederlanders gebruiken het net vooral om snel en gemakkelijk met elkaar te communiceren. Volgens het Nederlandse bureau Nipo (onderzoek juni 2001) e-mailt 91 procent van de Nederlandse internetgebruikers een of meer dagen per week; 20 procent onderhoudt contact via internettelefoon, videoconferencing en chat (onder meer via ICQ en MSN). Met soms aangename gevolgen. ,,Ik heb mijn huidige vriend ruim twee jaar geleden leren kennen op internet, via ICQ,'' schrijft een deelnemer aan de enquête op NRC.nl. ,,Na één week chatten heb ik hem in het echt ontmoet en sindsdien zijn wij niet meer uit elkaar gegaan. Vorig jaar hebben we een huis gekocht.''

Andere activiteiten van de Nederlandse internetgebruiker zijn volgens het Nipo het zoeken van specifieke informatie (70 procent), telebankieren (43 procent) en het downloaden van software en muziek (39 procent).

Een nieuw communicatiekanaal is echter nog lang geen nieuwe economie. Of een nieuwe democratie, een nieuwe overheid of een nieuwe vorm van onderwijs. ,,Internet is het zoveelste medium,'' schrijft een bezoeker van NRC.nl. ,,De waarde is beperkt. De totale communicatie is chaotischer en minder efficiënt geworden.''

Het web voldoet nog lang niet aan de grootse beloften van veel deskundigen. Eind vorige eeuw, drie jaar geleden, voorspelden veel digigoeroe's dat het wereldwijde web een `digitale revolutie' zou veroorzaken, vergelijkbaar met de industriële revolutie van ruim honderd jaar eerder. Internet zou zorgen dat wij op een nieuwe manier zouden kopen, stemmen en leren. Nu, twee jaar na de dramatische neergang in de dotcom-industrie, heeft het web vooralsnog gefaald in revolutionair opzicht. De overheid gebruikt het web voornamelijk nog slechts als een digitale folder, webwinkelen vormt slechts een miniem percentage van de totale detailhandel en de computer is nauwelijks ingeburgerd in de klas.

De vraag is zelfs of er op korte termijn een digitale omwenteling zal plaatsvinden. De Amerikaanse hoogleraar internetrecht Lawrence Lessig is pessimistisch. ,,Multinationals remmen de innovatie op internet'', zei hij in juni in deze krant. Internet begon als vrijplaats voor ideeën, maar multinationals vertragen verdere vernieuwing omdat ze geen concurrentie willen, aldus Lessig.

Bovendien zijn veel telecombedrijven nauwelijks nog in staat om geld te steken in innovatie vanwege de torenhoge schuldenlast door investeringen in onder meer nieuwe vormen van mobiele telefonie en kabelnetwerken. Inwoners van dorpen op het platteland klagen bijvoorbeeld dat zij niet kunnen internetten via de kabel.

De digitale revolutie komt voorlopig ook niet van de overheid. In een tijd van bezuinigingen gaat het geld eerder naar zorg, veiligheid en onderwijs dan naar digitale infrastructuur en elektronisch kiezen op afstand. In de begroting voor 2003 staat dat provincies en gemeenten eind volgend jaar vrijwel alle informatie van Provinciale Staten en gemeenteraden op het web zetten. Verder moeten alle publieke dienstverleners hun diensten via internet aanbieden, zodat burgers en bedrijven altijd zaken met de overheid kunnen doen. Dat klinkt ambitieus, maar is volstrekt niet nieuw. Het vorige kabinet stelde zich vergelijkbare doelen, maar slaagde er niet in de overheid vergaand te `digitaliseren'. Tot grote teleurstelling van de automatiseringssector in Nederland. Een groot aantal organisaties, waaronder Internet Society Nederland (ISOC) en Electronic Highway Platform Nederland (EPN), presenteerden in juni een ICT-paragraaf voor het nieuwe regeerakkoord. De organisaties wilden onder meer een budget van 1,4 miljard euro voor nieuwe internetprojecten en een Platform Informatiesamenleving om digitale activiteiten van overheid, wetenschap, consumenten en bedrijfsleven te coördineren. Van die aanbevelingen is nagenoeg niets terechtgekomen in het regeerakkoord.

Internet heeft evenmin gezorgd voor een revolutie in het onderwijs. Een aantal universiteiten en hogescholen experimenteert met leren op afstand, maar dat zijn uitzonderingen. Kennisnet, het beveiligde onderwijsnetwerk, heeft structureel geld tekort. Het initiatief is gered voor 2003. Minister Van der Hoeven (Onderwijs) reserveert voor 2003 100 miljoen euro, maar zoekt nog naar financiering voor de jaren daarna.

De nieuwe economie dan? Internetgebruikers in Nederland kochten in de eerste helft van 2002 voor ongeveer 445 miljoen euro op internet, aldus het Nipo. Dat is een omzetstijging van 86 procent voor de Nederlandse webwinkels. De online bestedingen vormen echter slechts 1,2 procent van de totale detailhandel. Een van de populairste webwinkels in Nederland, boekhandel BOL.com van Bertelsmann, staat zelfs te koop.

Het web heeft wel enige invloed op de tussenhandel, de schakel tusen leverancier en consument. Bijvoorbeeld op de huizenmarkt. De traditionele rol van de makelaar is deels overgenomen door internet. Mensen die een huis zoeken oriënteren zich eerst uitgebreid op het web. Maar ook hier is nauwelijks sprake van revolutie. De populairste huizensite, www.funda.nl, is in handen van een partij uit de oude economie, de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM).

De muziekindustrie zegt wel degelijk te lijden onder internet. Napster, Kazaa en andere zogenoemde peer-to-peer-programma's om muziek uit te wisselen, maakten het web 's werelds grootste gratis jukebox. De platenmaatschappijen zoeken naarstig naar een antwoord. Initiatieven waarbij gebruikers moeten betalen voor muziek, zoals Pressplay van onder meer Sony, Universal en EMI en MusicNet van onder meer BMG, Warner en Zomba, slaan echter niet aan.

Toch lijkt het web als onbeperkte bron van het gratis genieten enigszins op te drogen. Steeds meer leveranciers vragen geld voor hun gratis diensten. Gratis internetproviders willen tegenwoordig geld zien. En de toegang tot het krantenarchief van de Volkskrant en Trouw is ook al betaald. NRC Handelsblad vraagt binnenkort ook een geldbedrag per artikel.

De tijd van eerst miljoenen investeren en later, ooit, winst maken is voorbij. Daarmee verdwijnt de oorspronkelijke gedachte op internet, het gratis uitwisselen van informatie, van het web. Duidelijk is dat de digitale revolutie niet moet komen van de gevestigde partijen, maar zoals bij iedere revolutie van bevlogen individuen. Misschien wel van Tim Berners-Lee. De Amerikaan is één van de uitvinders van het net en is tegenwoordig directeur van het World Wide Web Consortium (W3C), regelgever en discussieclub op het web.

Tim Berners-Lee werkt aan een veelbelovende, intelligente opvolger van het huidige www: het semantisch web. ,,Op het semantisch web hebben alle gegevens een goed gedefinieerde betekenis,'' schrijft hij op de site www.W3C.org. ,,Als informatie correct is definieerd en gelinkt kunnen computers het niet alleen tonen op een scherm, maar er ook mee redeneren en het hergebruiken. Op die manier zijn mensen en computers in staat om beter samen te werken.''

Over drie jaar hoopt Berners-Lee het huidige net stap voor stap te kunnen vervangen door zijn semantische web. Zo moet een netwerk ontstaan dat overweg kan met de complexe menselijke taal. Een netwerk dat net zo gebruiksvriendelijk wordt als de mens zelf.