Wolffensperger hield het lang vol

G.J. Wolffensperger was gedoemd te mislukken als voorzitter van de raad van bestuur van de NOS. De omroepen hebben te veel macht gehouden.

Eigenlijk was het vanaf het begin een mission impossible, waar Gerrit Jan Wolffensperger zich in 1998 aan zette. Toen werd de nieuwe raad van bestuur van de NOS benoemd, met Wolffensperger als voorzitter. Bedoeling was de publieke omroepen centraal aan te sturen. In plaats van alle omroepen evenveel inspraak te geven in het dagelijkse bestuur van de NOS zoals dat daarvoor bestond.

De nieuwe raad van bestuur moest bóven de omroepen komen te staan. Om besluiten te kunnen nemen die in het belang van het gehele publieke bestel waren. De daling van het marktaandeel, gestaag gaande sinds de jaren negentig, moest tot staan worden gebracht. De raad van bestuur zou knopen moeten doorhakken die voor die tijd aan te veel partijen waren overgelaten.

Bedacht werd de netprofilering: een consistenter indeling van de drie publieke zenders. Daarmee werd begonnen in september 2000. Nederland 1 moest de levensbeschouwelijke zender worden, waar de iets oudere kijker bevestiging moest kunnen vinden van (vooral christelijke) normen en waarden. Nederland 2 moest de publiekszender worden met populaire programma's en sport; Nederland 3 werd de progressieve, vooruitstrevende zender voor het kritischer denkende deel van de natie.

Voorwaarde voor het slagen van de netprofilering was dat de omroepen hun vaste uitzendavonden en vaste zenders zouden opgeven, en hun programma's los zouden aanbieden aan een zender. In deze nieuwe situatie bepaalden netcoördinatoren van de drie zenders op welk tijdstip de programma's geplaatst werden. Dit gebeurde in overleg met netredacties waarin de omroepen en programmamakers zitting hadden. Maar de zendercoördinatoren hadden het laatste woord.

Althans, dat was de bedoeling. Maar al snel bleek dat, hoewel alle omroepen hun handtekening onder de nieuwe constructie gezet hadden, in de praktijk de omroepen hun autonomie helemaal niet wilden afstaan. De VARA, bijvoorbeeld, wilde eigenlijk haar eigen uitzendavond houden op een vast net, Nederland 3. De EO daarentegen wil juist dolgraag programma's voor álle netten maken. Maar daar staken de VARA op Nederland 3 en de KRO en NCRV op Nederland 1 een stokje voor. De VARA wilde liever niet dat haar uitzendavond te veel doorbroken zou worden met programma's van de EO, en NCRV en KRO wilden niet dat de EO met te veel programma's naar Nederland 1 kwam omdat anders de kijker de indruk zou kunnen krijgen dat sprake was van een `religieus net'. Bovendien werkten NCRV en KRO al hecht samen met de AVRO, in het samenwerkingsverband AKN. Dus werd de EO op Nederland 2 `gestald', tussen de sport en nieuwsevenementen van de NOS.

De raad van bestuur had kunnen ingrijpen. En zeggen: veel meer programma's van de EO moeten naar Nederland 1 dan nu het geval is, en de populaire programma's van de AVRO en VARA moeten verhuizen naar Nederland 2. De feiten geven daar aanleiding toe. Sinds de netprofilering in september 2000 is de daling van het marktaandeel van de publieke omroep tot staan gebracht. Verdere doorvoering van de netprofilering had het marktaandeel zelfs kunnen doen stijgen, zegt René van Dammen van de Dienst Kijk- en Luisteronderzoek van de NOS.

Morgen stelt de raad van bestuur voor dergelijke wijzigingen in de programmering door te voeren. Probleem daarbij is echter dat uitvoering staat of valt met de toestemming van de raad van toezicht, een orgaan met acht omroepvoorzitters, zes `kroonleden' van buiten de omroep en twee voorzitters van de niet aan leden gebonden omroepen, zoals de IKON.

Een vreemde constructie: de raad van bestuur moet de omroepen aansturen, maar is afhankelijk van de toestemming van diezelfde omroepen om besluiten uit te kunnen voeren. Deze ingebouwde blokkade heeft de afgelopen vier jaar voortdurend de raad van bestuur gefrustreerd. Nu zijn de grenzen bereikt, zegt een hoge functionaris bij de publieke omroep. Hij spreekt van een ,,Verelendung van de publieke omroep''. De publieke omroep is verzand in een bestuurlijke impasse. Er is een bestuurscrisis ontstaan.

De positie van de omroepen is te begrijpen. Verkleining van hun autonomie maakt hen kwetsbaar. Als de raad van bestuur te veel macht krijgt, worden zij gereduceerd tot productiehuizen die nauwelijks nog de mogelijkheid hebben zich te profileren richting kijker. Tegelijkertijd worden ze door de politiek gedwongen 300.000 leden te hebben, anders mogen ze niet blijven uitzenden.

Gerrit Jan Wolffensperger trok zijn conclusie al begin september. Hij maakte bekend na het aflopen van zijn ambtstermijn in februari volgend jaar, te vertrekken. De raad van bestuur is nu te veel een tandeloze tijger, zo zou zijn kritiek verwoord kunnen worden. Ook een ander lid van de raad van bestuur Hans van Beers vertrekt. Het derde lid van de raad, Peter Dirks, wil als enige blijven.

Je zou Wolffensperger het compliment kunnen geven relatief laat tegen de grenzen van dit hopeloze besturingsmodel te zijn aangelopen. Een volgende voorzitter zal onvermijdelijk hetzelfde lot ondergaan. Of er moet wezenlijk iets veranderen aan de structuur van de publieke omroep.

Zo zou de raad van toezicht een andere samenstelling kunnen krijgen. Bijvoorbeeld minder omroepvoorzitters en meer onafhankelijke leden van buiten de publieke omroep. Een onafhankelijker orgaan, verder afstaand van de omroepen, dat de publieke omroep gaat controleren, zoals voormalig staatssecretaris Philomena Bijlhout van de LPF ooit opperde. Het kan ook de andere kant op: door de situatie te erkennen die nu al feitelijk bestaat, namelijk dat de raad van bestuur niet meer is dan het uitvoerende orgaan van de raad van toezicht dat zich moet schikken naar wat de omroepen willen. Het is het één of het ander. De huidige mediawet wil het te veel partijen naar de zin maken.