Nigel Hitchcock kan alles op de altsaxofoon

In vrijwel iedere platencollectie is een album te vinden met een solo of melodielijntje van Nigel Hitchcock. De Britse altsaxofonist is al sinds zijn zestiende beroepsmuzikant en heeft de afgelopen vijftien jaar studiowerk verricht voor uiteenlopende acts als Ray Charles, Tom Jones, Pink Floyd en Joe Cocker. Zelfs huurlingenwerk voor Boyzone, the Spice Girls en Take That staat op zijn cv. De saxofonist staat te boek als de ongekroonde koning van het Britse sessiecircuit.

Buiten zijn kortstondige lidmaatschap van het saxofoonkwartet Itchy Fingers treedt Hitchcock weinig uit de schaduw. Het eerste en enige album dat hij onder eigen naam uitbracht, The Snakeranch Session, dateert van vijf jaar geleden. Dat hij deze week vijf avonden als bandleider op het podium van Pompoen staat met een puur bebopprogramma mag een zeldzaamheid heten. Een echt eigen band is het Nigel Hitchcock Quartet dan ook niet. De saxofonist fungeert als frontman voor het trio van Ivan Paduart. Voor de Belgische toetsenist is dit de omgekeerde wereld. Deze fusionepigoon van weleer legde zich de laatste jaren steeds meer toe op het akoestische pianotrio en probeert het dit jaar voor het eerst weer eens met solisten.

Hitchcock heeft als rechtgeaarde sessiemuzikant minder last van geldingsdrang dan de meeste blazers en geeft zijn collega's volop de ruimte. Misschien is hij zelfs iets te genereus. Een bassolo in bijna ieder nummer is iets teveel van het goede – zelfs als ze afkomstig zijn van een inventief snarenplukker als Stefan Lievestroo.

Maar zodra Hitchcock de hoorn aan zijn lippen zet, trekt hij daadkrachtig het initiatief naar zich toe. En hij maakt zijn reputatie meer dan waar: Hitchcock is een technische alleskunner. Moeiteloos blaast hij toonladder op en af, onderweg de meest complexe wendingen navigerend. Zijn melodielijnen zijn als vloeibaar edelmetaal, vurig en gloedvol. Als er al iets is aan te merken op zijn geluid dan is het de geringe dynamiek – in zijn omgang met popmuzikanten heeft Hitchcock zich de gewoonte eigen gemaakt iedere noot hard te spelen. Een anoniem, zielloos geluid – het noodlot van zoveel sessiespecialisten – kan de Brit in ieder geval niet aan worden gerekend. Vooral in de derde, laatste set profileerde hij zich als een aanstekelijke blazer met een rauw randje. En hij heeft nog de rest van de week om zichzelf verder bloot te geven.

Concert: Nigel Hitchcock Quartet. Gehoord: 24/9 in Pompoen, Amsterdam. Herh: t/m 28/9 aldaar.

    • Edo Dijksterhuis