Vrijspraak vermeende Griekse terrorist

Abraham Lespèroglou (47) is door een zevenkoppige Griekse rechtbank wederom vrijgesproken van de beschuldiging, in 1982 een Griekse politieman tijdens een roofoverval zwaar te hebben verwond. Lespèroglou werd in het verleden verdacht van terroristische aanslagen, waarvan hij al eerder ook is vrijgesproken. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken noemde zijn geval typerend voor de lankmoedigheid van de Griekse gerechtelijke autoriteiten ten aanzien van het terrorisme, dat vijf Amerikanen in dit land het leven heeft gekost.

Lespèroglou week na de aanslag uit naar Nederland, waar hij zeventien jaar onder een andere naam heeft gewoond. Hij houdt vol dat hij in de zaak is gemengd doordat hij zijn identiteitspapieren had afgestaan aan een Palestijn die aan de aanslag deelnam. Eind 1999 werd hij op het Atheense vliegveld gearresteerd toen hij zijn zieke moeder wilde bezoeken. Hij werd veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf, maar in hoger beroep vrijgesproken.

Dat gebeurde doordat de vier juryleden hem geloofden en in de meerderheid waren ten opzichte van de drie rechters die hem schuldig achtten. Intussen is er in Griekenland een discussie ontstaan over juryrechtspraak. In de nieuwe wet tegen `georganiseerde misdaad' (lees: terrorisme) is deze afgeschaft omdat juryleden geacht worden bloot te staan aan emoties maar ook aan intimidatie.

In het proces tegen Lespèroglou, na hoger beroep door het Hooggerechtshof, gaat het echter om een gewone roof en moordaanslag. Daarom wordt zaak behandeld door een rechtbank van vier juryleden en drie rechters. De advocaten wezen op de Amerikaanse pressie en op het vreemde feit dat de gewonde politieman de verdachte 20 jaar later plotseling wél herkende. Intussen had een gevangen lid van de terreurgroep 17de November Lespèroglou's naam genoemd als iemand met wie hij contact had gehad, maar die hij niet had vertrouwd. De verdachte ontkende elke connectie met deze beweging.

Net als vorige keer kwamen er uit Nederland getuigen die voor hem opkwamen, en 162 Nederlanders hadden een pleitschrift ondertekend.