Opleiding bepaalt (mede) levensduur

Mannen met alleen lager onderwijs leven gemiddeld vijf jaar korter dan mannen met hbo of universiteit. Bij vrouwen is dit verschil 2,5 jaar. Laagopgeleide mannen lijden ook langer aan chronische ziekten.

Dit blijkt uit onderzoek van TNO Preventie en Gezondheid in Leiden, dat vandaag hierover het rapport `Gezonde levensverwachting naar sociaal economische status' heeft gepubliceerd. Voor het berekenen van de levensverwachting en de `gezonde levensverwachting' zijn cijfers van het CBS, het RIVM, de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Vrije Universiteit Amsterdam gebruikt. Het is de eerste keer dat voor zowel mannen als vrouwen op basis van Nederlandse gegevens cijfers worden gepresenteerd.

De levensverwachting voor Nederlandse mannen met alleen lager onderwijs is 73 jaar. Voor mannen met een hbo- of universitaire opleiding is dit 78 jaar. Bij vrouwen zijn de verschillen minder groot, bij hen bedraagt de levensverwachting respectievelijk 79,5 jaar en 82 jaar.

Nog grotere verschillen bestaan in de `gezonde levensverwachting'. Dit is de periode dat men leeft zonder chronische aandoening. Voor lager opgeleide mannen is deze periode tien jaar korter dan voor hoger opgeleide mannen. Bij vrouwen is het verschil 5,5 jaar. Met andere woorden, mannen met alleen lagere school kunnen verwachten gemiddeld 49 jaar zonder en 24 jaar met chronische ziekte te leven. Hoogopgeleide mannen leven gemiddeld 59 jaar zonder en 20 jaar met chronische ziekte.

De verschillen in `gezonde levensverwachting' zijn afhankelijk van de gebruikte definitie. Wordt bij `gezonde levensverwachting' uitgegaan van lichte beperkingen (moeite met horen, zien, lopen, persoonlijke verzorging), dan is het verschil voor mannen ongeveer tien jaar en bij vrouwen 8,5 jaar.

Grotere verschillen worden gevonden bij de ervaren, dus subjectieve, gezondheid (`voelt u zich gezond?'). De periode dat mannen met alleen lager onderwijs zich gezond voelen is zo'n zestien jaar korter dan bij mannen met hbo of universiteit. Bij vrouwen is het verschil tussen beide opleidingsniveaus veertien jaar.

De totale en de `gezonde' levensverwachting zijn de afgelopen decennia toegenomen. Vorig jaar deed de Programmacommissie Sociaal-economische Gezondheidsverschillen aanbevelingen om deze verschillen te verkleinen. De aanbevelingen behelzen verbetering van woon- en werkomstandigheden en leefgewoonten in de lagere klassen.