Wonen in ouderdom

Vandaag is het Open Monumentendag. Monumenten kunnen bekeken worden. De bewoners vinden die belangstelling meestal geen probleem. Ze vertellen graag over hun inspanningen om hun huis te verfraaien. Vaak met subsidie van de gemeente of het rijk. Of met belastingaftrek.

`Als er vroeger een huis in de verkoop was dat op de monumentenlijst stond, hield de makelaar dat liever stil'', zegt Pieter Baars van het Nationaal Restauratiefonds (NRF). ,,Potentiële kopers waren als de dood voor monumenten. Mensen dachten dat het huis zo beschermd was, dat ze nog geen spijker in de muur mochten slaan. Dat idee leeft bijna nergens meer. Tegenwoordig is het juist een verkoopargument als een huis op de monumentenlijst staat.''

Trudie en Charles Schreuder waren niet speciaal op zoek naar een monument toen ze eind 1999 hun oog lieten vallen op een pand aan een van de grachten in Gouda. Ze zochten vooral een groot huis, met atelierruimte voor Trudie, die thuis twee dagen per week cursussen decoratieschilderen wilde geven. Dat er bij de gemeente een aanvraag liep om het huis te plaatsen op de gemeentelijke monumentenlijst, vonden ze niet zo belangrijk. Wat hun vooral opviel was de grootte van het pand, plus de zeer slechte staat. De oude dame die er was geboren en er bijna haar hele leven had gewoond, had nauwelijks onderhoud gepleegd. ,,Het achterhuis was verzakt, er zaten nog loden pijpen in de waterleiding en er was geen aansluiting op het riool, dus we moesten er heel veel aan doen om het bewoonbaar te maken'', zegt Trudie. Nog voordat ze het kochten, schakelden ze een aannemer in die de kosten van de verbouwing raamde op negen ton (in guldens). Daar schrokken ze zo van dat ze een tweede aannemer in de arm namen. Bovendien schrapten ze een aantal klussen van de lijst en besloten ze veel zelf te doen. ,,Dat kon, want we zijn allebei handig.''

De tweede aannemer kwam met een begroting van twee ton, ook weer in guldens. Voor de Schreuders was dat haalbaar, want ze kregen voor hun vorige huis meer geld dan ze voor het nieuwe moesten betalen en ze konden een hypotheek krijgen.

Vorig jaar, toen de Open Monumentendag het thema `Gluren bij de buren' meekreeg, ontvingen de Schreuders tientallen belangstellenden in hun huis. Die vergaapten zich aan de bakkersoven uit 1800 (,,waarschijnlijk was hier de eerste stroopwafelbakkerij in Gouda''), aan het geprofileerde eikenhouten kruiskozijn uit 1600 (,,een van de oudste kozijnen van Nederland'') en aan de door Trudie eigenhandig gemarmerde deuren, terwijl Charles trots vertelde dat het houtskelet en de onder de vloer gevonden stenen erop duiden dat het oorspronkelijke huis waarschijnlijk gebouwd is in 1438. Op dit moment zijn Charles en Trudie bezig met de laatste klussen en dan is het huis echt af. ,,We hebben ons erop verkeken'', geeft Trudie toe. ,,We dachten met een paar maanden verbouwen klaar te zijn, maar we zijn nu al tweeënhalf jaar bezig. Het was ontzettend veel werk.''

Maar er waren ook meevallers. De vloer, waar de Schreuders doorheen zakten zodra ze voor het eerst over de drempel stapten, hoefde niet hersteld te worden. Er kwam schelpenzand tevoorschijn, waarop ze zonder extra ondergrond de oude hardstenen tegels konden leggen die ze elders in het huis vonden. Bovendien betekende de kwalificatie gemeentemonument – de aanvraag was inmiddels gehonoreerd – dat ze subsidie konden krijgen voor het opknappen van de verzakte achtergevel. De gemeente Gouda kwam met 14.000 euro over de brug.

Wie in Gouda restauratiesubsidie aanvraagt, krijgt Peter Oskam, de coördinator restauratiewerken, over de vloer. Hij bekijkt de plannen en maakt onderscheid tussen monumentale en bouwtechnische aspecten. Vervolgens beoordeelt hij welke onderdelen van het werk voor subsidie in aanmerking komen en welke niet. ,,Als een monument een zinken goot nodig heeft en het buurhuis dat geen monument is, heeft dezelfde goot, dan is het niet monumentaal, maar bouwtechnisch'', zegt Oskam. ,,Als je een oud verrot kozijn laat vervangen, is het monumentaal. Als je in plaats van dat kozijn openslaande deuren naar de tuin maakt, is dat ook monumentaal. Maar die kosten worden niet volledig gesubsidieerd. We nemen alleen de kosten mee die je zou maken als je het kozijn laat vervangen. De extra kosten voor de deuren moet je zelf betalen.''

Gouda vergoedt bij monumentale ingrepen de helft van de subsidiabele kosten, dus in zo'n geval de helft van de prijs van het kozijn. Er is een maximum van 25.000 euro. Bij bouwtechnische ingrepen vergoedt de gemeente 25 procent met een maximum van 8.000 euro. En onder welke noemer vallen nieuwe keukens en badkamers? ,,Dat is niet bouwtechnisch en niet monumentaal'', zegt Oskam. ,,Daar krijg je nooit subsidie voor.''

Jaarlijks verstrekt de gemeente Gouda ongeveer 200.000 euro subsidie aan restauratie van gemeentemonumenten. In de praktijk komt dat neer op financiële steun aan ongeveer twintig projecten per jaar. ,,Elke gemeente heeft een eigen beleid'', zegt Pieter Baars van het NRF. ,,Monumenten worden wel allemaal op een vergelijkbare manier beoordeeld, maar de financiële consequenties lopen erg uiteen. Sommige gemeenten, vooral die met veel monumenten, reserveren daar een groot budget voor. Gouda hoort bij die gulle gemeenten. Andere gemeenten hebben er geen geld voor vrijgemaakt. Of pas jaren later, zodat je lang op de subsidie moet wachten.''

Het NRF geeft veel voorlichting aan bewoners van monumentenpanden, maar desondanks doet naar schatting een kwart van de monumentenverbouwers geen beroep op de subsidiemogelijkheden. Het schijnt dat 20 procent van de bewoners van monumentenpanden niet eens weet dat hun huis historische waarde heeft. ,,Er is heel veel onwetendheid'', zegt Baars. ,,Dat is jammer, want als je wilt dat die panden hun waarde blijven houden, moet je ze goed onderhouden. Ik raad mensen altijd een abonnement aan op de Monumentenwacht. Dat is een soort Wegenwacht. Voor zo'n 50 euro per jaar komen ze je huis elk jaar inspecteren.'' Ieder jaar dat mensen wachten met het opknappen van hun huis, wordt het onderhoud 15 procent duurder, aldus Baars. ,,Dat heeft te maken met hogere loonkosten en duurder materiaal, maar ook met verval.''

Trudie Schreuder heeft geen aanmoediging van het NRF nodig. Ze wijst naar het eeuwenoude eiken kozijn, een uniek drieluik, op de eerste verdieping van haar huis. Omdat het kozijn veel schade ondervindt van regen en wind wil ze op een plat dak op de eerste verdieping een kleine serre bouwen. Ze heeft al een schets gemaakt. ,,Daar ga ik ook subsidie voor aanvragen'', zegt ze. ,,Waarom niet, want het gaat om het behoud van een monumentaal kozijn.''