CDA kiest: `de druk zal enorm zijn'

De CDA-leden mogen kiezen: een gereformeerde burgemeester of een katholieke organisatie-adviseur als partijvoorzitter. Wie zal de `enorme druk' van het tijdperk-Balkenende het best weerstaan?

Al een uur sleept de discussie zich voort tussen de twee kandidaat-voorzitters van het CDA. Vanavond is het publiek de `Dertigers-club' van oudere jongeren in het CDA. Nog zo'n vijftien andere openbare debatten hebben de kandidaten te gaan.

Heel lang op deze avond lijkt het verschil tussen beiden vooral een verschil van jargon. Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart (41 en in het dagelijks leven burgemeester van de gemeente Schipluiden) bedient zich van de gereformeerd-blijmoedige versie van de CDA-taal, in de stijl van Balkenende: zij wil ,,lef tonen'', klinkt het pittig, óp voor gemeenschappelijke waarden en wat de mensen belangrijk vinden. Zij wil zich honderd procent voor het voorzitterschap inzetten.

Jan Krapels (50) presenteert zichzelf nadrukkelijk als katholiek en ,,niet behorend tot de partijbureaucratie'' en uit zich meer in het jargon van de organisatie-adviseur. Tenslotte verdiende hij tot voor kort zijn brood als interim-manager in de (semi-)overheidssfeer, totdat hij voelde ,,aan een nieuwe uitdaging toe te zijn''. Hij wil over het CDA ,,drie V's'' laten neerdalen: ,,verbreding, versterking en verdieping''.

Zeker, er zijn verschillen tussen de kandidaten, waarop alle leden van het CDA tot eind oktober schriftelijk mogen stemmen. Zo wil Van Bijsterveldt, nadat zij ontslag heeft genomen als burgemeester, zich full time aan het voorzitterschap wijden. Krapels daarentegen denkt de klus in drie-en-een-halve dag per week te klaren. Dan houdt hij, zegt hij, tijd over om voeling met de samenleving te houden, en ook - dat zegt hij niet - voor zijn tweede baan als directeur van een keramiekfabriek waar uitsluitend gehandicapten werken.

Aangezien de twee kandidaten, begrijpelijkerwijze, zeker niet de indruk willen wekken ruziezoekers en scheurmakers te zijn, maar eerder communiceerders die problemen door transparant optreden tot een goed einde willen brengen, is het debat in een Utrechts theatertje voor veertig aanwezigen lang slaapverwekkend.

Totdat een `dertiger' vraagt waarom Jan zich toch zo nadrukkelijk als ,,niet behorend tot de bureaucratie'' presenteert. Bedoelt hij misschien dat Marja daar wél toe behoort?

Jan beaamt: dat wil hij inderdaad zeggen. Tenslotte zit Marja al jarenlang in het Dagelijks bestuur van het CDA, uit hoofde van haar voorzitterschap van het CDA-vrouwenberaad. Marja, tot dan toe de vriendelijkheid zelve, ontploft zienderogen. De zaal veert op.

De opmerking van Jan doet haar onrecht, meent ze: de indruk wordt gewekt dat zij binnen de partijhiërarchie gemakkelijk van het ene naar het andere postje wil doorschuiven. Terwijl ze nu juist haar nek wil uitsteken, zoals blijkt uit haar bereidheid om het burgemeesterschap eraan te geven. Jan is niet onder de indruk: echt risico nemen had voor haar betekend het burgemeesterschap eraan geven voordat deze CDA-verkiezingscampagne begon, zegt hij.

Nu de messen zijn getrokken, komt het gezelschap als vanzelf te spreken over Marnix van Rij, wiens naam trouwens als een schaduw over deze hele voorzitters-verkiezing valt. Want om de leden, en niet - zoals bij de meeste politieke partijen te doen gebruikelijk - een al dan niet gemanipuleerd partijcongres de partijvoorzitter te laten kiezen, lijkt misschien een staaltje van `nieuwe politiek'.

Maar het idee is al ouder in het CDA. Het komt, om precies te zijn, nu juist van ex-CDA-voorzitter Marnix van Rij. Die heeft - beide kandidaten uiten daarvoor hun waardering - veel gedaan voor het betrekken van de ,,basis'' bij het partijleven. Maar als lichtend voorbeeld voor hen zelf kan hij tegelijkertijd moeilijk gelden. Van Rij is immers vorig jaar, bij een geslaagde poging om de toenmalige politiek leider Jaap de Hoop Scheffer politiek uit de weg te ruimen, zelf ook ten val gekomen omdat hij de indruk wekte het leiderschap te willen overnemen.

Beide kandidaat-voorzitters zijn niet rouwig om de val van De Hoop Scheffer. Dat blijkt als zij enige dagen later in de jeugdherberg te Bunnik debatteren met het bestuur van het CDJA, de jongerenvereniging van het CDA. Gevraagd hoe zij zelf gehandeld zouden hebben, verklaren Van Bijsterveldt en Krapels eendrachtig dat zij eerder zouden hebben ingegrepen, wanneer hen was gebleken dat in de partij De Hoop Scheffer als ongeschikt voor het leiderschap werd beschouwd. Men heeft het gewoon te lang laten ,,sudderen'' destijds, zegt Krapels. Van Bijsterveldt meent dat er ,,beter gecommuniceerd'' had moeten worden.

Overigens is zij de enige van twee, die er blijk van geeft dat er nu in het CDA een soortgelijke, maar nog veel ernstiger crisis op de loer ligt: als er nu onvrede in de partij met de politiek leider zou ontstaan, dan is die leider wel net toevallig de premier van het land - hetgeen onbekommerde uiting van kritiek op Balkenende tot een moeilijke zaak maakt. Van Bijsterveldt is zich dit probleem zeer bewust: ,,De druk zal enorm zijn''.

Tegelijkertijd durft Van Bijsterveldt van de twee het meest kritisch te zijn over het kabinetsbeleid: er moet maar eens een goed gesprek komen over de vraag of de CDA-ideeën over het milieu in dit kabinet wel tot hun recht komen, kondigt zij aan, daarmee een onvrede onder veel partijleden vertolkend. Krapels kondigt wel aan zich intensief met de politieke lijn te willen bemoeien, maar laat niets los over inhoud.

,,Toch nog een echte keuze'', mompelt een ervaren CDA'er in Utrecht na afloop. Wat zou het beste zijn? Een voorzitter die in taal en gedachten de door problemen in het kabinet en hooggespannen verwachtingen in de partij belaagde Balkenende nabij staat, maar zich ook kritisch toont? Of de organisatie-deskundige van buiten de partij-elite? ,,Moeilijke keuze''.