RIVM: snippers natuur helpen niet

De natuur is er niet bij gebaat als het beheer wordt overgelaten aan boeren en buitenlui, waarschuwt het RIVM. En goedkoper is het ook al niet.

De onderzoekers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) doen geen politieke uitspraken. Maar ze noemen het wel `opvallend' dat het nieuwe kabinet-Balkenende de helft van het budget voor het aankopen van natuurgebieden wil schrappen (90 miljoen euro) juist op het moment dat er eindelijk wat meer grond voor nieuwe natuur wordt aangeboden en de grondprijzen lijken te dalen. Jarenlang wordt er geklaagd over het trage tempo waarin de ecologische hoofdstructuur wordt aangelegd. En juist op het moment dat er vaart in lijkt te komen, wordt het budget gehalveerd.

Efficiënt is de maatregel in elk geval niet, zo blijkt uit de Natuurbalans van het RIVM. Nu nog koopt het rijk gronden op om die als natuurgebieden in beheer te geven bij Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de provinciale Landschappen. Het kabinet wil een verschuiving van aankopen van grond naar natuurbeheer door boeren en andere particuliere landeigenaren. Daarvoor moeten contracten worden afgesloten. De overheid moet daarbij de waardedaling van de grond afkopen – natuurlijk beheerde grond heeft op de markt minder waarde dan gewone landbouwgrond. Daardoor levert deze verschuiving in werkelijkheid helemaal geen besparing op.

Bovendien is de natuur er zeker niet bij gebaat, stellen de onderzoekers van het RIVM. De agrarische hoofdfunctie blijft vaak bestaan, en daardoor ,,kan slechts een beperkt deel van de gewenste natuurkwaliteit worden gerealiseerd'', aldus de onderzoekers. Daar komt nog bij, zo stelt projectleider Maria Witmer van het RIVM, dat de contracten met boeren niet zelden worden afgesloten buiten de ruwe grenzen van de ecologische hoofdstructuur. Voor die begrenzing zijn de provincies verantwoordelijk. In sommige gevallen, zoals in Friesland, is de hele provincie aangewezen als zoekgebied voor natuur. Het effect is dat er overal `eilandjes' van natuur ontstaan zonder veel samenhang. Het RIVM pleit voor `planologische duidelijkheid'. De onderzoekers doen de suggestie om een voorkeursrecht voor groene gronden te introduceren. Net zoals gemeenten een voorkeursrecht op vrijkomende bouwgrond hebben, zo zou dat ook voor vrijkomende natuurgrond kunnen worden ingevoerd.

De ecologische waarde van geisoleerde terreinen is beperkt, stelt het RIVM. Wat Nederland nodig heeft, is een aaneengesloten lint van robuuste eenheden natuur, waarin planten- en diersoorten met elkaar verbonden zijn en daardoor de kans op overleven van populaties groter wordt. Dat is in de `snippers' natuur in het buitengebied niet het geval, aldus het RIVM. De natuureilandjes zijn te klein om weerstand te bieden aan de invloed van vermesting, verzuring en verdroging in de omliggende gebieden. Ook bestaat er discussie over de effectiviteit van natuurbeheer. Volgens een recent onderzoek uit Wageningen is er nauwelijks verschil in natuurkwaliteit tussen `gewone' agrarische grond en grond die door boeren natuurvriendelijk – en met subsidie van het rijk – wordt beheerd.

Aanleg van grote gebieden is des te belangrijker, stelt het RIVM, omdat de kwaliteit van de natuur als geheel blijft dalen. De natuurgebieden zijn al versnipperd door de aanleg van wegen, wijken en bedrijventerreinen. Slechts de helft van de ecologische hoofdstructuur bestaat uit gebieden die groter zijn dan duizend hectare en daardoor voldoende ,,gebufferd'' tegen slechte milieucondities eromheen. Zo'n 90 procent van de natuurgebieden wordt belast met verzurende stoffen en stikstof.