Groots en eigenzinnig afscheid van Haenchen

Hartmut Haenchen nam gisteravond in het Amsterdamse Concertgebouw met een imposante en soms theatrale uitvoering van de Achtste symfonie van Mahler officieel afscheid van het Nederlands Philharmonisch Orkest, dat hij zestien jaar als chef-dirigent heeft geleid. Onbekommerd feestelijk was het afscheid allerminst. Haenchen vertrekt uit protest tegen de bezuinigingen op de kamerorkestformatie van het orkest, in opdracht van Rick van der Ploeg, de vorige staatssecretaris van Cultuur. Haenchen noemt het ,,onbegrijpelijke en vanuit economisch standpunt uiterst onzinnige beslissingen.'' Bij dit monumentale afscheid was in ieder geval niet bezuinigd. Het podium werd bevolkt door in totaal 403 uitstekende musici, prachtig zingende koorleden en uitstekende solisten, plus één voortreffelijke dirigent.

Amsterdam raakt met Hartmut Haenchen zijn ijverigste en tüchtigste muzikaal leider kwijt. Haenchen, die een buitengewoon lang applaus kreeg, heeft na jaren van onvoorwaardelijk zeer hard werken met zijn orkest een enorme staat van dienst en wordt buitengewoon gerespecteerd. Na Mahlers Eerste symfonie op 21 oktober 1986 dirigeerde Haenchen ongeveer 250 keer in het Concertgebouw. In het Muziektheater leidde Haenchen 45 verschillende operaproducties. Als gastdirigent zal hij wel in beide zalen terugkeren.

Deze Achtste, waarvan maandag ook een uitvoering was gegeven, betekende het sluitstuk van een opzienbarende Mahlercyclus, die Haenchen de laatste drie seizoenen gaf. Hij toonde een eigenzinnige, hoogstpersoonlijke kijk op de componerende dirigent, met wie Haenchen zich verbonden voelt en zich zelfs vereenzelvigt.

Hoogst eigenzinnig was Haenchen tijdens dit concert al vóór deze Achtste symfonie door die vooraf te laten gaan door het voorspel tot de derde acte van Wagners Parsifal. De uitvoering van die opera was in 1990 in het Muziektheater het eerste grote succes van orkest en dirigent. Maar ook inhoudelijk is dit idee te motiveren. Parsifal is een langdurig smachten naar dezelfde goddelijke genade, die wordt aangeroepen in het eerste deel van de Achtste: het Veni, creator spiritus. Haenchen werkte hier vanuit een strak tempo naar een hel en fel oplichtende extatische climax, met koperblazers op de balkons.

Het tweede deel, de slotscène uit Goethes Faust, begon Haenchen sereen en plechtig om uiteindelijk zeer beheerst te eindigen met overweldigende vocale en instrumentale climaxen. De emotionele omslag kwam bij het `plötzlich mildert sich die Glut' van Doctor Marianus, net als het `Blicket auf' met exemplarische pathetiek gezongen door de tenor Glenn Winslade. Er werd ook door de andere solisten uitstekend gezongen, de hoge sopranen Rita Cullis en Angela Maria Blasi waren zeer goed op elkaar afgestemd. Theatraal hoogtepunt was het op het achterbalkon `binnenzweven' van Ofelia Sala. Als een in zuiver wit gehulde Mater Gloriosa stond zij daar langdurig met gelukzalige blik en bovenaards klonk haar oproep zich te verheffen naar hoger sferen.

Deze Achtste symfonie gaat morgen ook als overstromingsbenefietconcert in Dresden, waar Haenchen nu intendant is van de Dresdner Musikfestspiele. De vooral Nederlands-Duitse uitvoering met het Nederlands Philharmonisch Orkest, de Kapellknaben Dresden, waarvan Haenchen ook ooit lid was, en het Philharmonischer Kinderchor Dresden, wijst ook vooruit naar de eerste door Haenchen geprogrammeerde Musikfestspiele. Volgend jaar mei resulteren die in de grootste presentatie van het Nederlandse muziekleven ooit in het buitenland gegeven.

Concert: Ned. Philharmonisch orkest, Nationaal Koor Oekraïne `Dumka', Jongens Sacramentskoor Breda, Philharmonischer Kinderchor Dresden, Kapellknaben Dresden, Rita Cullis, Angela Blasi, Ofelia Sala, Catherine Keen, Reinhild Runkel, Glenn Winslade, John Bröcheler en Kurt Rydl o.l.v. Hartmut Haenchen. Gehoord: 10/9 Concertgebouw Amsterdam.