`EU moet begrip hebben'

Aan de noodzaak van betere samenwerking tussen de politie en justitie in Europa en de VS zijn na `911' vele woorden gewijd, maar de praktijk blijkt weerbarstig.

De Europese ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken maken zaterdag in Kopenhagen met hun Amerikaanse collega John Ashcroft de balans op van de gezamenlijke terrorismebestrijding na `911'. Of gezamenlijk? Europees Commissaris António Vitorino geeft toe dat er nog veel moet gebeuren.

In zijn Brusselse kantoor zegt de Portugees in een gesprek met enkele journalisten dat justitiële en politiesamenwerking tussen de vijftien EU-landen onderling al lastig genoeg is. Mede daardoor staat de samenwerking met de VS nog in de kinderschoenen.

De aantijging van de Britse organisatie Statewatch, vorige week, dat Ashcroft en de Europese ministers op het punt staan om een ,,geheim akkoord'' te tekenen dat mensenrechtenverdragen met voeten treedt, spreekt hij tegen. ,,Er heeft één vergadering plaatsgevonden, in juli'', zegt Vitorino. ,,We zijn nog lang niet zo ver.''

Justitie en Binnenlandse Zaken zijn terreinen waarop de vijftien EU-lidstaten maar moeizaam tot een gemeenschappelijk beleid komen, zoals ze in 1999 hadden afgesproken. Ieder land heeft zijn eigen hang-ups. Niemand vertrouwt andermans rechtbanken. Voor de Verenigde Staten is dat soms een nachtmerrie. Zij hebben met elk land afzonderlijk verdragen over de uitwisseling van informatie en het uitleveren van verdachten.

Na de aanslagen in de VS reisden Commissievoorzitter Prodi en de Belgische premier Verhofstadt (toenmalig EU-voorzitter) naar Washington om steun aan te bieden bij de terrorismebestrijding. President Bush antwoordde met een waslijst maatregelen die Europa in zijn ogen moest treffen, zoals anti-witwasregelingen, strengere grenscontroles en visaregels, en vlotter uitleveren van verdachten.

De Europeanen zagen dat als een diktaat. Zij bleven erbij dat zij geen verdachten wilden uitleveren als die de kans liepen op de doodstraf in de VS. En ze waren bezorgd over de Patriot Act die Bush na 11 september door het Congres loodste: buitenlandse verdachten van terrorisme kunnen voor militaire rechtbanken worden gebracht, zonder recht op een advocaat. Daaraan meedoen druist in tegen Europese mensenrechtenverdragen. Kortom, de onderhandelingen werden onder een verkeerd gesternte geboren.

Toch formuleerden de Europese ministers onder druk van Spanje, dat de ETA nu graag vergelijkt met Al-Qaeda – in juni een `mandaat', op basis waarvan ze nu met de Amerikanen onderhandelen. Amerika probeert er vooral betere uitleveringsregels uit te slepen. Europa wil dat de Patriot Act voor haar burgers wordt versoepeld.

,,Het gaat moeizaam'', geeft Vitorino toe. Hij lijkt even sceptisch als de Amerikanen zelf. Hij wijst erop dat de EU, sinds de aanslagen vorig jaar, wel degelijk haast heeft gemaakt met terrorismebestrijding. Zo is er een gemeenschappelijke definitie van terrorisme gekomen, en een intern Europees uitleveringsbevel. Ook laten politiediensten en magistraten hun samenwerkingorganen Europol en Eurojust iets minder links liggen dan voorheen wat ook coördinatie tussen Europol en de FBI ten goede kan komen.

Toch toont Vitorino begrip. Je kunt vinden dat Washington te hard door de bocht gaat, ,,maar zíj werden aangevallen, wij niet. Wij hadden zeker anders gereageerd als het óns was overkomen''. De tegenwerping dat een land als Frankrijk, dat ook met islamitisch terrorisme te maken heeft gehad, nooit de rule of law opzij heeft gezet zoals de Amerikanen nu, pareert hij meteen: ,,Dat was klassiek terrorisme. Iemand komt een bom plaatsen en vertrekt. Dat heeft een andere logica dan de zelfmoordaanslagen in de VS. Wij hebben nooit te maken gehad met een groep waarvan de armen gewoon door-opereren als je het hoofd eraf hakt. Wij moeten begrip hebben voor het feit dat zij in een totaal andere context leven dan wij.''