Eens een terrorist, maar niet altijd

Het verschil tussen een terrorist en een vrijheidsstrijder is soms ragfijn. De zaak waarvoor zij strijden bepaalt het onderscheid.

Zou Osama bin Laden ooit als vrijheidsstrijder te boek komen te staan?

Geen sprake van, zegt u nu verontwaardigd, de 3.000 slachtoffers van zijn aanslagen op het New Yorkse World Trade Center en het Pentagon in Washington indachtig.

De kans lijkt inderdaad klein dat de Arabische moslim-extremistenleider anders dan als terrorist de geschiedenis zal ingaan. Bij 11/9 moeten nog de aanslagen op het Amerikaanse oorlogsschip Cole (2000), op twee Amerikaanse ambassades in Afrika (1998) en op Amerikaanse installaties in Saoedi-Arabië (1996), en het lynchen van Amerikaanse soldaten in Somalië (1993) worden opgeteld. Plus nog wat kleinere aanslagen. Plus Bin Ladens aankondigingen op het ingeslagen pad voort te gaan om alle ongelovigen uit heilig moslimland weg te slaan.

Toch is de vraag niet helemaal onzin.

In de ogen van de Britse bestuurders van het mandaatgebied Palestina waren Menachem Begin en Yitzhak Shamir terroristen. Zij moordden in de jaren veertig om een politiek doel, een onafhankelijke joodse staat, te bereiken. Maar zij gaan in de publieke opinie de geschiedenis niet in als terroristen, maar als premiers van Israël, de eerste inclusief Nobelprijs voor de Vrede. Alleen Arabische schurkenstaten herinneren van tijd tot tijd aan hun verleden. Maar niemand luistert naar hen.

Het verschil tussen een terrorist en een vrijheidsstrijder is soms ragfijn.

Iedereen heeft zo vanuit zijn eigen situatie zijn particuliere kijk op wat terrorisme is en wie een terrorist. Je hebt de terrorist-terroristen, dat is makkelijk. In die categorie vallen de Palestijn Abu Nidal, een pathologische huurmoordenaar met vele honderden levens op zijn conto, en de Algerijnse moslim-extremist Antar Zouabri, met misschien nog meer bloed aan zijn handen. Wie niet gelooft moet dood, was diens geloofsartikel, en ongelovigen waren allen die anders dachten dan Antar Zouabri zelf – bejaarden, zuigelingen, het deed er niet toe.

Zij hadden – beiden vonden dit jaar zelf ook de dood – nauwelijks een Zaak of werden niet gezien als strijdend voor een Zaak, en hun aanhang was extreem klein: niet veel meer dan hun medemoordenaars. Een Zaak is wat het onderscheid tussen terrorist en vrijheidsstrijder vertroebelt. Dan wordt een terreurdaad in de ogen van de sympathisanten al gauw geheiligd door het doel.

Voor veel Turkse Koerden bij voorbeeld is Abdullah Öcalan geen meesterterrorist maar vrijheidsstrijder. Hij is voor hen de belichaming van de Turks-Koerdische opstand tegen de Turkse overheersing van hun land en de Turkse ontkenning van hun identiteit. De Turkse overheid op haar beurt heeft hem als terrorist en landverrader ter dood veroordeeld, met warme instemming van de meeste Turkse burgers.

Een terrorist van het kaliber Abu Nidal staat onderaan de ladder van achtenswaardigheid en blijft daar. Maar een terrorist/vrijheidsstrijder kan opklimmen in de publieke opinie. Niet alleen omdat het publieke geheugen soms kort is. Succes is een belangrijk glijmiddel: zie Begin en Shamir. Het Ierse Republikeinse Leger in Noord-Ierland is voor de Britten een terroristische organisatie. Maar de IRA en zijn politieke vleugel Sinn Fein hebben zonder twijfel voortgang geboekt op de lange weg naar respectabiliteit sinds het vredesproces in Noord-Ierland op gang kwam en een staakt-het-vuren werd overeengekomen. De Tamil-Tijgers in Sri Lanka hebben sinds hun bestandsakkoord met de regering van een half jaar geleden soortgelijke vorderingen gemaakt op de schaal van achtenswaardigheid. Öcalan zit gevangen. Hij blijft vooralsnog een terrorist.

Maar respectabiliteit is een glibberig goedje: zij kan de bezitter zo weer uit de vingers glippen. Daarvan kan de Palestijnse leider Yasser Arafat getuigen. Ook Arafat begon zijn lange carrière als terroristenleider. Onder zijn leiderschap van Fatah en de overkoepelende Palestijnse Bevrijdings Organisatie werden ten bate van de Palestijnse Zaak vliegtuigen gekaapt, gijzelingen georganiseerd en bloedbaden aangericht. De Israëlische regering kon zich in die tijd – ruwweg de jaren zeventig en tachtig – niet voorstellen dat zij ooit zaken met hem zou doen.

Dat was de Israëlische premier Yitzhak Rabin nog aan te zien toen hij in de vroege herfst van 1993 in de Rozentuin van het Witte Huis Arafat de hand moest schudden na de ondertekening van het Israëlisch-Palestijnse autonomie-akkoord, dat de opmaat moest zijn naar vrede tussen Israël en de Palestijnen. Een jaar later namen zij, samen met minister van Buitenlandse Zaken Shimon Peres, in Oslo de Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst.

Sindsdien heeft Arafat echter een aanzienlijk deel van zijn respectabiliteit weer moeten prijsgeven. In de Israëlische consensus is hij eens te meer een terroristenleider, die zelfmoordenaars (verzetshelden voor de tegenpartij, die Israël juist als terroristisch ziet) op pad stuurt om de vernietiging van de staat Israël te bewerkstelligen, of ten minste veel te weinig doet om hen tegen te houden. ,,Moordenaar'', ,,oorlogsmisdadiger'' en ,,onze eigen Bin Laden'' is hij voor premier Sharon. De Amerikaanse bondgenoten van Israël denken er niet veel anders over, maar zelfs in Europa is zijn ster aanzienlijk gedaald. Werd hij nog maar een paar jaar geleden in Europese hoofdsteden als staatsman gefêteerd, nu kijken zijn vroegere gastheren een andere kant op als hij in zijn hoofdkwartier in Ramallah door het Israëlische leger wordt belegerd en om internationale steun vraagt.

De Libische leider Moammar Gaddafi gaat dat beter managen. Gaddafi was opdrachtgever van Abu Nidal, van Carlos, en van Ahmed Jibril. Hij was bij wijze van spreken de Bin Laden van de toenmalige Amerikaanse president Reagan. De beruchte gijzeling van ministers van Oliezaken in het Weense hoofdkwartier van de OPEC in 1975 werd door Carlos in zijn opdracht georganiseerd. De bomexplosie die een Amerikaanse Boeing 747 op 21 december 1988 boven het Schotse Lockerbie neerhaalde was zijn werk.

Maar Gaddafi is op zijn schreden gekeerd. Tegenwoordig probeert hij de Afrikaanse wereld tot eenheid te brengen en her en der in de wereld vrede te stichten. Deze week heeft hij op de 33ste verjaardag van zijn bewind plechtig gezworen de ,,internationale legaliteit'' voortaan te volgen ,,ook al wordt zij opgelegd door Amerika''. ,,Niemand kan nu meer zeggen dat Libië een schurkenstaat is'', zei hij. Als gebaar van goede wil naar Washington maakte hij bekend verscheidene moslim-extremisten te hebben laten arresteren die worden verdacht van banden met Bin Laden. Zo gebruikt de ene schurk de nog ergere om zijn imago te verbeteren.

Een terrorist hoeft echt niet als zodanig te sterven.