De lucht in (2)

Korte inhoud van het voorafgaande. Op uitnodiging van iemand die weet dat hij van oude vliegtuigen houdt, was schrijver dezes naar het vliegveld Gilze-Rijen gekomen. Na in een Harvard, onder aanvoering van een Spitfire, een verkenningsvlucht boven Brabant te hebben gemaakt, stond hij weer op de grond. Toen zei de generaal-

majoor b.d. B. Macco, die de Spit- fire had gevlogen: ,,Nu gaan we nog een rondje in de Beaver maken.''

Zo gezegd, zo gedaan. De Beaver is een éénmotorige hoogdekker, een compact gebouwd, een stoer toestelletje. Op zijn aanwijzing ging ik naast de heer Macco zitten, we stegen op en bereikten een zekere hoogte. De piloot legde me uit hoe je de stuurknuppel moet bewegen en zei: ,,Nu jij!''

Wat gaat er op zo'n ogenblik door je heen? Een jaar of 44 geleden had ik al eens een DC 7C bestuurd, wel een paar minuten, tussen de Azoren en Bermuda. Dat is een ander verhaal. Nu dacht ik iets van `het zal me benieuwen' en greep de knuppel. Ik probeer mijn ervaringen zo nauwkeurig mogelijk op te schrijven en gebruik daarbij het objectiverende `je'.

Op het ogenblik dat je de knuppel vast in handen hebt, merk je dat je contact hebt met het mechanisme. Wat dat aangaat, is het in principe niet anders dan met een fiets of een auto. Het mechanisme heeft geen wil, maar het is niet ogenblikkelijk bereid dan ook maar te doen wat jij wilt. De technici proberen de weerstand van het mechanisme tegen de gebruiker zo zwak mogelijk te maken. Vandaar in een auto de automatische versnellingsbak en de power steering. Van dergelijke gemakken is de

Beaver niet voorzien. Je beweegt de stuurknuppel, en het ding probeert terug te bewegen.

Des te groter de triomf als je merkt dat het vliegtuig de voorzichtige linkerbocht maakt die je bedoelt: een beetje klimt, een beetje daalt, naar rechts, naar links, rechtdoor gaat. Gelukkig dat het luchtruim zo groot is. Ik merkte dat ik daar ongelofelijk mijn best zat te doen. Na een paar minuten kreeg ik het gevoel dat het al iets beter ging. Ik zat de machine te bedienen en ik had de indruk dat deze Beaver daar ook iets meer van gediend raakte.

Daar sta je niet bij stil als je in de auto stapt of op je toetstenbord zit te tikken. Eerst moet je de veeleisende machine leren bedienen; dán pas is ze tot wederdienst bereid. En hoe groter en ingewikkelder de machine, des te mooier het is als je merkt dat ze je gehoorzaamt. Probeer eens een viskottertje de pieren binnen te sturen. Ga kijken hoe de kapitein van de IJ-pont feilloos, tot op de centimeter nauwkeurig, het vaartuigje naar de plaats dirigeert waar u veilig weer aan wal kunt stappen. Mishandelde machines laten weten dat ze het verdommen. In het ergste geval nemen ze wraak. Dat doen ze niet `zelf'. U bent degene die zichzelf bestraft voor uw achteloosheid, onverschilligheid, overmoed.

Wat ging er in de Beaver door me heen? Ik was vijf jaar. Ik had mijn eerste tweewielertje gekregen, en voor het eerst reed ik los.

Om kort te gaan, nadat ik nog een wolk had ontweken, nam Berry de knuppel weer over en na een paar minuten stonden we op de grond. Tijd om iets te gaan drinken.

Zoals ik in het vorige stukje heb geschreven: het was al een opluchting, de Randstad te verlaten. Dat deel van Nederland, tot de laatste vierkante meter bezet met belangrijke mensen die de hele dag bezig zijn met – ja, wat? Welk `weertype' het ook mag zijn, boven de Randstad hangt iedere dag een dikke wolk van humbug, Streberei en kwaadaardigheid.

Op Gilze-Rijen bleef het mooi weer, in alle opzichten. We zaten buiten, de piloten, nog wat mensen die tot de Stichting Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht horen (later meer over deze Stichting), en ik. Het gesprek ging over van alles, behalve over files en politiek. De mysterieuze verdwijning van Amalia Eckhart kwam nog even ter sprake, het horloge van Charles Lindbergh, de Fokker G-1, de Lancaster en de Constellation – ik zal de lezer die niet van vliegtuigen en vliegen houdt er niet verder mee vervelen. Maar één ding viel mij, na een maandenlang verblijf, uitsluitend in de Randstad, in het bijzonder op. Dit gezelschap was voortdurend in een goed humeur.

Dat heb ik wel meer bij vliegers gemerkt. Edgar Allan Poe heeft geschreven (in The Man of the Crowd) dat je de boekhouders kunt herkennen aan hun oren. Het ene staat iets verder van hun hoofd dan het andere, doordat ze daar hun pen achter bewaren. In de vliegerij zou je, mutatis mutandis, je algemene levensstemming op een hoger pitje kunnen houden, doordat je je vaak van de aarde onthecht, en, als je op de grond bent, in ieder geval het vooruitzicht hebt dat het gauw weer zal gebeuren. Dit ongeacht de ernst van het leven en de gewone gebeurtenissen die ook vliegers overkomen.

Een betere algemene levensstemming werkt aanstekelijk. Laat in de avond keerde ik terug naar de Randstad. Daar was het stikdonker. Bij Amsterdam verhief zich een vliegtuig. Het was alleen te zien aan zijn lichten, de knipogen die zich van de aarde verwijderden en langzaam uit het zicht verdwenen.

(wordt vervolgd)