Cultureel determinisme

De manier waarop Ayaan Hirsi Ali `cultuur' een plaats wil geven in verklaringen omtrent de gebrekkige integratie van migranten (NRC Handelsblad, 31 augustus) verheldert weinig en is bovendien twijfelachtig.

Haar voorbeeld van de Marokkaanse magazijnchef die slecht functioneert omdat hij vasthoudt aan de normen en waarden van zijn `eer-en-schaamte-cultuur', waardoor hij o.a. te autoritair met zijn ondergeschikten omgaat, roept vragen op.

Een eerste vraag die dit volgens de auteur vaak voorkomende geval oproept: hoe heeft zo'n hardnekkig onaangepaste man het in hemelsnaam tot chef weten te brengen? Het voorbeeld suggereert dat de man gisteren is ingevlogen uit het Rifgebergte en de volgende dag als magazijnchef aantrad.

In dit nogal onwaarschijnlijke voorbeeld zit de vooronderstelling dat mensen gevangen zitten in hun cultuur, ze hun cultuur niet (kunnen) veranderen en geen nieuwe cultuur erbij kunnen leren, alsof cultuur iets massiefs en genetisch is.

Het lijkt er echter op dat de auteur migranten en hun (klein)kinderen `nieuwkomers' zou ik ze niet willen noemen zwaar onderschat. Want wie zou durven beweren dat Marokkaanse en Turkse migranten, en zeker degenen die in Nederland zijn geboren en getogen, niet flexibel met meer culturele perspectieven weten om te gaan?

Uit talloze onderzoeken en praktijkvoorbeelden blijkt dat met name de jongere generaties hun omgeving heel goed kunnen inschatten, ze vaak op vernuftige wijze elementen uit verschillende culturen met elkaar combineren en gemakkelijk van perspectief kunnen wisselen. En dan doel ik niet op het creatief gebruik van `het-is-nu-eenmaal-mijn-cultuur'-argument' dat Ayaan hun aanreikt, maar op iets als het verdedigen van het dragen van een hoofddoek als `persoonlijke keuze', waarbij traditionele en moderne noties met elkaar gecombineerd worden.

Het is dan ook onwaarschijnlijk dat cultuur het disfunctioneren van de magazijnchef verklaart, en uiteindelijk zijn werkloosheid. Andere oorzaken liggen meer voor de hand: incompetent management of ondoordacht voorkeursbeleid bijvoorbeeld. Daarmee blijft de oplossing die de auteur voorstelt: aanpassing van migranten door afstand te nemen van hun traditionele cultuur, niet alleen in de lucht hangen maar overvraagt ze hen bovendien. Om een competente chef in een Nederlands bedrijf te zijn, is het helemaal niet nodig om afstand van je cultuur te doen, ook, of zelfs niet, als dit een zogeheten`pre-moderne' is. Met aanpassing op de werkvloer kan worden volstaan. Welke waarden mensen in hun privé-leven aanhangen gaat dan verder niemand wat aan. Dat lijkt me nog altijd een belangrijke liberale waarde.