Nog meer weken voor de klas staan is onzinnig

Toen mevrouw Netelenbos nog staatssecretaris van Onderwijs was liet ze het proefballonnetje al eens op: zij wilde de grote vakantie benutten om gezakte leerlingen bij te werken, zodat die bij het begin van het nieuwe jaar zonder tempoverlies verder zouden kunnen met hun studie. De nieuwe inspecteur-generaal, mevrouw Kervezee, liet zich bij haar aantreden in gelijksoortige bewoordingen uit. Het aantal vakantiedagen van leraren roept kennelijk ergernis op bij de bestuurlijke elite.

Bij de aanvang van dit schooljaar blaast de Onderwijsraad deze ergernis nieuw leven in. De raad wil leraren helpen. Hun hoge werkdruk is een gevoelskwestie. Leraren werken niet harder dan vergelijkbare werknemers, maar hebben wel een hoge piekbelasting. Uitsmeren van het werk over meer weken brengt uitkomst.

Van het ministerie mogen scholen het zelf weten. Er zijn al scholen in het voortgezet onderwijs die een week zomervakantie inleveren ter vermindering van het wekelijks aantal lesuren. Dit gesjoemel met schoolvakanties is voor leraren en leerlingen een gevaarlijke ontwikkeling.

Vakantieperiodes vragen om centrale regelingen, die duidelijk vastliggen. Verschillen tussen scholen in één regio nodigen uit tot eigenrichting. Ouders begrijpen niet dat bij hun kinderen vakanties verschillend beginnen, willen zo snel mogelijk de grens over en maken vervolgens zelf uit wanneer ze de caravan aanhaken.

Maar ook met eenduidige regelgeving levert terugbrengen van het aantal vakantiedagen en spreiding van het werk over meer weken niks op. De Onderwijsraad maakt een paar denkfouten. Ze analyseert de werkdruk van de leraar oppervlakkig, ontkent de natuurwet dat leren en vakantie bij elkaar horen en maakt het beroep leraar met haar voorstel onaantrekkelijk.

De raad beweert dat leraren niet harder werken dan vergelijkbare werknemers. Deze constatering is gebaseerd op het volgende gegeven: een ambtenaar werkt jaarlijks 1656 klokuren, een leraar ook, dus werken ze even hard. Maar los van allerlei technocratische omrekenformules zal één ding duidelijk zijn: een les is iets anders dan een uur achter een bureau naar een stapel papier staren of een gezellig werkoverleg met collegae. Natuurlijk geeft een leraar geen 1656 lessen in een jaar tijd, in die uren zitten ook voorbereidingstijd en nawerk, maar de druk van elke keer weer een groep opstarten en aan het werk houden, ligt hier erg hoog. Een Nederlandse leraar geeft aantoonbaar meer lessen, in vollere klassen, dan collegae in bijvoorbeeld België, Frankrijk en Duitsland. En laat in die landen de vakanties ook nog eens langer zijn dan hier. In Europees verband werkt de Nederlandse leraar dus wel degelijk te hard.

De vergelijkende analyse van de werkdruk van de leraar door de Onderwijsraad klopt niet. Maar ook los daarvan blijft opvoeren van het aantal werkweken voor de klas onzinnig, omdat naarmate het aantal lesweken toeneemt, de meeropbrengst van een les afneemt. Onderwijs in de maand mei heeft een beduidend lager rendement dan onderwijs in september. Na een lange periode van schools leren, afgesloten met toetsen, volgt ontspanning. Kinderen ontwikkelen zich dan in vrijheid en komen vervolgens uitgerust en wijzer terug. Vakantie en onderwijs zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Ja, zegt de Onderwijsraad, maar dat hoeft niet te betekenen dat die leraren al die tijd ook nog eens stilzitten. Waarna variant twee in werking treedt. Leerlingen gaan op vakantie, maar leraren werken door. De vakantie is voor overleg en bijscholing.

Ook deze constructie bestaat al. Er zijn delen van het onderwijs met gewoon vijfentwintig vakantiedagen plus wat betaald verlof. Althans op papier, in de zomer als leerlingen op vakantie zijn, werken docenten zogenaamd thuis, zes weken lang. Op deze manier doorwerken in de vakantie is een farce, een staaltje van eigentijds gedoogbeleid.

Het voorstel van de Onderwijsraad is opportunistische flauwekul, slecht voor het imago van het beroep leraar. Het zal de nieuwe politiek wel zijn. Criminele jongeren zetten we over de grens, orde houden in de klas mag met een oorveeg, ouders die daartegen protesteren krijgen straf en die luie leraren moeten onderhand maar eens gaan werken voor hun geld. Terwijl het onderwijs momenteel alleen nog aantrekkelijk is voor gestudeerde vrouwen met schoolgaande kinderen, wordt het werk ook hun nog eens tegengemaakt. Toch raar, zo'n lerarentekort.

Ton van Haperen is leraar en leraren-opleider.