Zonder mensenrechten faalt mondiale ontwikkeling

De wereldconferentie over duurzame ontwikkeling in Johannesburg kan nog zulke mooie plannen maken, het ontzag voor nationale soevereiniteit zal remmend werken op de verwezenlijking ervan, meent Wilfred Beckerman.

De wereldconferentie over duurzame ontwikkeling in Johannesburg mijmert, zoals verwacht, over tal van dappere beloften, maar de bijeenkomst zelf is gedoemd een nutteloze exercitie te worden. Want als we onder `ontwikkeling' de menselijke ontwikkeling in breedste zin verstaan, is de enige duurzame ontwikkeling die welke de mens in staat stelt in vrede en met eerbied voor de fundamentele mensenrechten samen te leven.

Er is op dit moment in veel, zo niet de meeste, landen op de wereld erg weinig ruimte voor internationale actie om een eind te maken aan de schendingen van deze rechten – vooral niet in de landen die van de top over de toekomst van de aarde een klankbord willen maken voor kritiek op het verzuim van de ontwikkelde landen meer te doen ter bestrijding van de armoede in de wereld of ter bescherming van het milieu.

We mogen in elk geval blij zijn dat deze twee onderwerpen – de armoede en het milieu – de twee hoofdthema's van de conferentie zijn. Dit ten koste van de eerdere fixaties die pressiegroepen inzake duurzame ontwikkeling altijd hadden, zoals de vermeende uitputting van grondstoffen ten gevolge van de groei, of het puur technische onvermogen van de wereld om haar groeiende bevolking te voeden, of de biodiversiteit.

De wilde overdrijvingen van milieuactivisten worden door de meeste deskundige commentatoren eindelijk doorzien. Volgens de wetten van de economie zal de prijs van een product omhooggaan als de vraag groter wordt dan het aanbod. Afgezien van speculatieve kortetermijnmarkten zal de vraag vervolgens afnemen en het aanbod (inclusief vervangingsmiddelen) toenemen. Dankzij deze wetten is geen van de doemscenario's uit de jaren zestig en zeventig – herinnert u zich de voorspellingen van de Club van Rome nog? – uitgekomen. Op de lange termijn hebben de prijzen van vrijwel alle mineralen zelfs een neergaande lijn gevolgd. De wereld komt nooit zonder minerale grondstoffen te zitten.

Eveneens onjuist gebleken zijn de alarmerende voorspellingen over een naderende mondiale hongersnood. Natuurlijk komen er hongersnoden voor, maar zelden of nooit in echt democratische landen. Vanaf de dagen van de sovjetcollectivisaties in de jaren dertig tot de racistische politiek van president Mugabe in het huidige Zimbabwe, zijn hongersnoden het gevolg van burgeroorlogen of ideologische waandenkbeelden. Plaatselijke klimaatverandering kan de toestand uiteraard ergeren, maar gelet op mogelijkheden van de wereldhandel en het bestaan van overschotten in tal van voedselproducerende gebieden, kunnen democratische regeringen de gevolgen wel aan.

Wat de biodiversiteit betreft, is de belangrijkste soort die tegenwoordig met uitroeiing wordt bedreigd de mens. Al kan internationaal optreden natuurlijk bevorderlijk zijn voor een oplossing van het dubbelprobleem armoede en milieubederf. Zo zouden de rijke landen hun landbouwsubsidies moeten verminderen en hun markten meer open moeten stellen voor voedselexport uit de Derde Wereld. Ook kan internationale actie helpen om de mondiale milieuproblemen op te lossen. Er zijn voorbeelden te over van dergelijke actie, zoals het Protocol van Montreal om de bedreiging van de ozonlaag te verminderen. Het is dan ook jammer dat Amerika zich heeft gedistantieerd van het Kyoto-proces ter bestrijding van het broeikaseffect, in plaats van te proberen dat proces in de richting van zinnige, marktgerichte oplossingen te sturen en het aan de regeldrift van allerlei ambtenaren te onttrekken.

Maar een vermindering van armoede en milieubederf zoals onvoldoende toegang tot schoon drinkwater en hun gevolgen voor het leven van miljarden mensen in de Derde Wereld, zal altijd hoofdzakelijk afhangen van de plaatselijke politiek. Dan gaat het vooral om meer eerbied voor de rechtsstaat, voor eigendomsrechten, voor de vrijheid van mensen om hun ondernemersgeest te benutten en hun onvrede met hun lot te uiten, om nog niet te spreken van andere fundamentele vrijheden die zijn vastgelegd in allerlei internationale documenten die zijn ondertekend door vrijwel alle landen die aan de top deelnemen maar door vele landen flagrant worden genegeerd.

Een grotere eerbied voor de mensenrechten is natuurlijk niet alleen wenselijk met het oog op armoedevermindering en milieubescherming. Het is toevallig ook een belangrijk, dikwijls het belangrijkste, element in het welzijn en de ontwikkeling van de mens. De gebeurtenissen van de afgelopen twaalf maanden hebben de meeste mensen duidelijk ingeprent dat het gevaarlijkste conflict waar de mensheid in de toekomst mee te maken krijgt niet het conflict is tussen mens en milieu, maar tussen mens en mens.

Helaas is er zoveel ontzag voor de nationale soevereiniteit dat er maar beperkte ruimte is om met behulp van internationale actie meer eerbied voor de fundamentele mensenrechten op te wekken in de vele landen waar ze worden geschonden. Daarom kan de top over de toekomst van de aarde nog zulke klinkende plannen opleveren, maar zijn die bij voorbaat gedoemd te mislukken.

Wilfred Beckerman is oud-hoogleraar aan het Balliol College te Oxford. Binnenkort verschijnt van zijn hand de studie `A Poverty of Reason: Economic Growth and Sustainable Development'.

©Project Syndicate