Wat zoeken we eigenlijk in een baan?

Voor de meeste mensen is werk erg belangrijk. Maar waarom? De een laat zich leiden door de beloning, terwijl de ander iets voor de maatschappij wil doen.

De vraag `waartoe zijn wij op aarde?' is door de eeuwen heen vaak gesteld. Maar de vraag `waartoe zijn wij op de werkvloer?' heeft maar weinig filosofen aan het denken gezet. Mogelijk omdat het antwoord voor de hand lijkt te liggen: we moeten eten en dus geld verdienen en dus werken.

Anno 2002 is dat antwoord veel te simpel. De tijd dat arbeidend Nederland om 8 uur aan het werk ging en om 5 uur het pand verliet, en veertig jaar bij één werkgever bleef, is voorbij. De nieuwe arbeidswereld vol full- en parttimers, freelancers en loonwerkers, sabbaticals, zorg- en ouderschapsverloven, rsi en overspannenheid lijkt soms louter te bestaan uit vragen over `hoe' en `waarom'.

Welk belang hechten mensen aan werk? Om hier zicht op te krijgen, doet onderzoeksbureau Motivaction regelmatig enquêtes met als kernvraag `waar ga je voor in je werk?' Daaruit komen vier groepen werknemers naar voren: de traditionelen, de postmaterialisten, de moderne burgers en de gemaksgeoriënteerden. ,,Voor al deze groepen is werk op een andere manier belangrijk. Of onbelangrijk'', zegt Frits Spangenberg, algemeen directeur van Motivaction.

De traditionele werknemer, bijvoorbeeld, werkt omdat het hoort. Hij of zij laat zich leiden door regels, orde en gezag en hangt sterk aan de klassieke rolverdeling op de werkvloer. De traditionele werknemer is geen jobhopper en het ziekteverzuim in deze, overigens slinkende, groep is relatief laag. ,,Deze werknemer vormt de ruggengraat van calvinistisch Nederland'', zegt Spangenberg. ,,Hij is meestal wat ouder, werkt vaak bij een gemeentelijke overheid of een wat groter bedrijf en stelt weinig dingen ter discussie. Als hij te veel eigen initiatief moeten tonen, worden ze bij wijze van spreken overspannen.''

De postmaterialist staat heel anders in zijn werk. Hij werkt om een bijdrage te leveren aan een `betere samenleving'. Drijfveer is niet `veel geld verdienen', maar zinnig en leuk werk doen. Ze zijn te vinden in het onderwijs, de politiek, de journalistiek, ontwikkelingsorganisaties en de zorg. Spangenberg: ,,Postmaterialisten zijn relatief veel te vinden onder babyboomers. Ze willen een uitdagende baan en werken aan hun eigen vorming. Een groter huis of een grotere lease-auto tellen niet.''

Nee, dan de moderne burger... Die staat haaks op de postmaterialist en zou ook goed te omschrijven zijn als `de materialist'. Hij is sterk zelf-gericht en vraagt zich bij alles af: `what's in it for me?' Het salaris is dominanter dan de inhoud van het werk en een nieuwe baan betekent voor de moderne burger automatisch een grotere lease-auto. ,,Dit type werknemer wordt veelal aangetroffen in commerciële functies'', aldus Spangenberg. ,,Hij wordt afgerekend op wat hij doet en is dan ook sterk resultaatgericht als het om geld gaat.''

De moderne burger vertoont niet veel solidariteit ten opzichte van zijn werk. Bevalt iets hem niet of kan hij elders beter krijgen, dan is hij snel vertrokken. Veel jongeren voelen zich aangetrokken tot deze houding. Spangenberg: ,,Als werkgever heb je er goede werknemers aan: deze groep is bereid hard te werken, maar wil wel meteen een beloning zien, in de vorm van geld of promotie.''

De gemaksgeoriënteerde ten slotte werkt omdat het moet, maar zou het liever niet doen. Hij heeft weinig binding met de organisatie en doet er alles aan onder werken uit te komen. De gemaksgeoriënteerde is vaak negatief ingesteld: hij maakt zich kwaad over `vriendjespolitiek', denkt altijd dat het gras elders groener is en vervalt snel in verwijten. Gaat er iets mis, dan ligt dat altijd aan het systeem. Vaak vervult dit type een lagere functie. Promotie is vrijwel onbekend in het leven van de gemaksgeoriënteerde. Opleidingen doet-ie niet en ambitie heeft-ie niet of nauwelijks. Deze groep, die een hoog ziekteverzuim kent, brengt veel uitkeringsgerechtigden voort.

Spangenberg gelooft niet in universele waarden van werk. ,,Al deze mensen hebben een verschillende relatie tot hun werk'', legt Spangenberg uit. ,,De gemaksgeoriënteerden hebben een haat-liefdeverhouding met hun baan. De postmaterialisten zijn het gelukkigst in hun werk omdat ze echt doen wat ze leuk vinden. De moderne burger werkt omdat het geld oplevert en de traditionelen werken omdat dat `nu eenmaal' hoort.'' Zelfs op de grootste gemene deler, geld verdienen, reageren deze groepen verschillend. ,,Als je het salaris van de moderne burger verdubbelt, vraagt hij waarom het niet verdrievoudigd wordt. De postmaterialist vraagt zich af of hij die salarisverhoging niet moet overmaken naar Afrika en de gemaksgeoriënteerde roept, als hij meer geld krijgt: dat werd hoog tijd!'' Spangenberg: ,,Dus op de vraag `waarom is werk belangrijk voor mensen' is geen eenduidig antwoord te geven.''

Hoe divers ook, al die werknemers vertonen vaak dezelfde verschijnselen als er dingen fout gaan in het werk. Ze raken overspannen, opgebrand, verzuren of krijgen rsi. ,,Door de snelle veranderingen in het bedrijfsleven raken veel mensen hun houvast kwijt'', zegt Jolet Plomp, psycholoog bij het bureau Arbeids Psychologie Amsterdam en auteur van diverse boeken over overleven op de werkvloer. ,,Door reorganisaties krijgen werknemers vaak niet meer de kans om hun plek te vinden in een bedrijf. Een bedrijfsstructuur gaat gemiddeld anderhalf jaar mee, daarna heb je een andere manager, krijg je een andere functie of heeft je afdeling een andere naam. Dat brengt de `apenrots-functie' van het werk in gevaar: men krijgt onvoldoende gelegenheid om zich te nestelen. `Mensen willen nuttig zijn en ergens bijhoren', dat is de kortste samenvatting van de arbeidspsychologie. En daarvoor is het van belang dat collega's elkaar goed kennen en dat ieder zijn rol ontwikkelt. Zo niet, dan kan dat leiden tot stress: machteloosheid, frustratie, eenzaamheid en sociale onveiligheid.''

Maar het versnelde tempo waarin het moderne leven zich afspeelt, leidt tot meer problemen. ,,Wat het voor werknemers niet gemakkelijker maakt, is dat alles kan tegenwoordig. Vroeger waren er een paar mogelijkheden qua opleiding en werk, en die moest je grijpen. Nu zijn er zó veel opleidingen en zó veel banen dat je eerst moet weten wat je wilt voordat je kunt kiezen. En dat is voor veel mensen lastig.''

Ook als een keuze eenmaal is gemaakt, dringen zich voortdurend nieuwe vragen op: hoe lang wil ik deze functie doen, hoe wil ik de balans tussen werk en privé verdelen, moet ik niet weer eens een opleiding doen? Plomp: ,,Daarbij komt dat de moderne werknemer allerlei neveneisen aan zichzelf stelt. Je moet je werk goed doen, maar het moet ook uitdaging, zingeving en verdieping bieden. De optie `in tien minuten naar je werk fietsen, de hele dag hetzelfde doen en weer naar huis' is geheel uit beeld verdwenen.''

Dat we zo veel eisen van onszelf is niet vreemd, volgens Plomp. ,,De mens is ingesteld op `steeds meer willen', want `je weet maar nooit'. Elk moment kan schaarste optreden.'' Volgens Plomp raakt de werkende mens niet in de knel doordat hij te veel problemen heeft, maar te weinig. ,,De mens is van nature probleemoplossend, om te overleven. Een leeuw doden of een gezin voeden geeft bevrediging, de derde auto aanschaffen niet meer. Mensen vinden het heerlijk zich op een probleem te storten en doen dat vaak met overgave. Kijk maar naar de reacties op de dood van Fortuyn. Maar wat er op de werkvloer vaak misgaat, is dat mensen te weinig invloed hebben om een probleem op te lossen. Een nare baas of onzekerheid over je baan kunnen dan funest zijn.''

Het is een misverstand, volgens Plomp, dat de combinatie werk en zorg per definitie tot stress leidt of dat de werknemer die 80 uur per week werkt, snel overspannen raakt. ,,Als je je daar lekker bij voelt, is dat prima. Het gaat pas fout als mensen alles perfect willen doen of iets doen wat ze eigenlijk niet willen. Stress krijg je niet van problemen, maar van problemen die je niet kunt oplossen of van het schuldgevoel dat je niet genoeg doet.''

Voor ieder type werknemer, zoals door Motivaction onderscheiden, zijn valkuilen aan te wijzen. Plomp: ,,De traditionelen krijgen in deze snel veranderende maatschappij steeds minder waardering, want je moet tegenwoordig innovatief zijn en groeien. Zeker niet altijd hetzelfde doen.'' De postmaterialisten kennen de minste arbeidsproblemen, stelt Plomp. ,,Zij varen wel bij alle mogelijkheden, want zij weten vaak goed wat ze willen.'' De moderne burger moet oppassen dat hij niet zó gedreven wordt door externe prikkels dat hij intern niet meer voelt dat hij opbrandt. En de gemaksgeoriënteerde? Daar is weinig aan te doen, vreest Plomp. ,,Omdat ze de oorzaak van moeilijkheden altijd bij anderen leggen, kunnen ze hun problemen nooit oplossen.''