Vrije lansiers versus de loonslaven

Starters op de arbeids- markt willen later graag voor zichzelf beginnen. De vrijheid is aantrekkelijk, maar er moet wel werk zijn.

Doen waar je zin in hebt en er nog betaald voor krijgen ook. Veel mensen dromen van het luilekkerland dat het freelancerbestaan soms lijkt. Vooral de vrijheid van de ongebonden freelancer spreekt tot de verbeelding: geen baas meer die zegt wat te doen en bij mooi weer lekker naar het terras. Een werknemer in loondienst merkte laatst op sterk de indruk te hebben op een warme dag alléén maar freelancers op terrassen te zien zitten.

,,Elke dag kan er weer iets nieuws gebeuren, het leven is vol avontuur'', beschrijft journaliste Daphne Scheiberlich de praktijk van het freelancen. ,,Ik kan mijn ideeën de vrije loop laten en zelf beslissen of ik die in actie ga omzetten. Je kunt je gemakkelijker dan in een baan losmaken uit onvruchtbare samenwerkingsverbanden. Als ik een klant niet zie zitten, neem ik de opdracht niet aan. Als ik bepaald werk een beetje saai vind, vraag ik er een hogere prijs voor.''

Nog steeds is het gemakkelijk om een zelfstandige beroepspraktijk te beginnen. Met een laptop, visitekaartjes en een internetaansluiting kom je al een heel eind. Om het lang vol te houden is ook professionaliteit en liefst een specialisme nodig. Ondernemingszin is er genoeg, bleek onlangs nog uit een enquête in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. Meer dan de helft van de ondervraagden `ziet er wel iets in' ondernemer te zijn. De meeste mensen kiezen uiteindelijk wél liever voor werken onder een baas.

Freelancers zijn er in soorten en maten en er zijn bijna evenzoveel benamingen. We noemen ze eenpitters, vrije beroepsbeoefenaren, zzp'ers (zelfstandigen zonder personeel) of self navigators. Het gaat bijvoorbeeld om de veelgevraagde specialist die zelf aan het roer wil staan van zijn kunnen, de thuiswerkende moeder of vader die werk en zorg handig hoopt te combineren, de ICT'er die meer wil verdienen, maar ook vutters die actief willen blijven, mensen die tijdelijk zonder baan zitten of parttimers die een freelancerpraktijk runnen naast hun dienstverband.

De term freelancer zorgt soms voor verwarring. De belastingdienst spreekt bijvoorbeeld niet van freelancers, maar van ondernemers. Een freelancer is, kort gezegd, een zelfstandige ondernemer die zijn kennis of een dienst verkoopt. Hij moet drie of meer opdrachtgevers hebben en er mag geen sprake van een gezagsverhouding zijn. Veel freelancers noemen zichzelf liever ondernemer. Dat zou hun zelfstandigheid beter doen uitkomen. De term freelancer stamt uit de Middeleeuwen. De vrije lansiers waren ridders die zichzelf met paard en lans verhuurden aan de heer die de hoogste prijs bood.

Vaak gaat het om freelancende mannen, blijkt uit onderzoek in opdracht van de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Economische Zaken. Ze zijn meestal 45 jaar of ouder, werken fulltime en hebben een inkomen dat hoger is dan dat van de gemiddelde werknemer. Als reden om te gaan freelancen noemen ze als eerste de vrijheid om naar eigen inzicht te werken, als tweede de mogelijkheid om de eigen tijd in te delen. De helft van de freelancers vindt dat hun vakmanschap beter tot zijn recht komt in hun freelancerpraktijk. Een op de vier gaat freelancen om meer te verdienen. Het combineren van arbeid en zorg is maar voor enkelen een reden. Ook ontslag of werkloosheid wordt nauwelijks genoemd als motief. Freelancen lijkt vooral ,,een kwestie van uit het jasje groeien van loonslaaf'', zoals een freelancer opmerkte.

Tegenover de lusten van het freelancen staan ook lasten, die vooral als het economisch tegenzit, gaan tellen. De constante zorg om nieuwe opdrachten leidt dan tot slapeloze nachten. Freelancers gaan meestal niet failliet; hun praktijk kwijnt weg, bij gebrek aan opdrachten. De onzekere toekomst, gebrek aan sociale zekerheid en een pensioenregeling baren sommige freelancers zorgen. Veel uren maken en hoge verzekeringspremies worden minder als nadelen ervaren. Dat laatste wellicht omdat veel freelancers ervoor kiezen zich niet extra te verzekeren tegen bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid. De lijst is uit te breiden met wanbetalers, moeilijkheden bij het verkrijgen van leningen enzovoort, maar boven aan de lijst staat de administratieve rompslomp die de zelfstandigheid met zich meebrengt.

Sommige Amerikaanse arbeidsmarktgoeroes voorzien het einde van het klassieke dienstverband. Over enkele tientallen jaren zou het werk gedaan worden door steeds wisselende netwerken van freelancers. De cijfers wijzen daar nog niet op. Op het moment is vijf procent van de beroepsbevolking freelancer, zo blijkt uit eerder genoemd onderzoek. Dit aandeel – ongeveer 350.000 mensen – is de afgelopen jaren niet erg gestegen, maar in sommige sectoren was wel een explosieve groei te zien. Bijvoorbeeld in de bouw, de financiële en zakelijke dienstverlening, in de zorg en het onderwijs. Hoogconjunctuur en krapte op de arbeidsmarkt zouden oorzaken zijn.

Ook bij een stagnerende economie is er volgens Arjan Hulst, directeur van The Freelance Company, intermediair voor freelancers te Rotterdam, volop werk voor freelancers. ,,De generalisten die vooral op de hoge uurtarieven waren gericht, hebben hun prijzen wel moeten verlagen'', aldus Hulst. Maar voor de specialistische freelancer is er werk genoeg. Hulst: ,,Bedrijven huren na saneringen juist freelancers in. Dat houdt de vaste kosten op termijn laag. Freelancers zijn ook heel geschikt als bliksemafleider. Denk maar aan de interim-manager die de onsympathieke beslissingen moet nemen en dan verdwijnt.''