Vogels kijken: Houtduif

Loom, dromerig gekoer hoort bij de nazomerse augustusmaand. De zang van de houtduif, 41 centimeter lang, klinkt op uit de kastanjebomen in de grachtentuin. Zijn frase van 5 tonen wordt telkens herhaald, eentonig en ook weemoedig. Het is de doffer die om de duivin roept. Of het is gewoon de doffer die van zich laat horen, zomaar. Want het is zomeravond.

Ooit was de houtduif of woudduif een schuwe vogel van het bos. In Amsterdam liet hij zich pas zien na de aanleg van het Vondelpark aan het einde van de negentiende eeuw. Deze prooivogel, vooral van de duivenverslindende havik, fourageert en nestelt zowat overal. Goed herkenbaar aan de grijze bovenzijde en vleugels, de witte dwarsband over de vleugel en de oplichtende paars-groene vlek in de hals. Ander onmiskenbaar veldkenmerk: de houtduif vliegt op met luid vleugelgeklepper. In de stad ontwijkt hij elke keer in een snelle capriool de aanstormende fiets of auto.

freriks@nrc.nl