Verdachte in zaak Luten vrijgesproken

De rechtbank in Assen heeft de 27-jarige verdachte van de doodslag van de Drentse scholiere Andrea Luten gistermiddag vrijgesproken. Tegen de verdachte, Richard K., was acht jaar gevangenisstraf geëist.

Volgens de rechtbank is er niet voldoende bewijs om K. voor de doodslag van Andrea Luten te veroordelen.

Justitie hield de man ook verantwoordelijk voor verscheidene pogingen tot doodslag op zijn ex-vriendin, bij wie hij zou hebben geprobeerd de keel dicht te knijpen. Maar ook daarvan werd K. vrijgesproken. Wel is hij schuldig bevonden aan mishandeling van zijn vroegere vriendin, maar daar krijgt hij geen straf voor. K. heeft geruime tijd in voorarrest gezeten.

K., afkomstig uit Zuidwolde, heeft altijd ontkend dat hij iets met de dood van Andrea Luten te maken heeft gehad. Tijdens het proces, dat enkele dagen in beslag nam, zweeg hij op aanraden van zijn advocaat, mr. A. Moszkowicz.

De 15-jarige Andrea Luten uit Ruinen werd op 10 mei 1993 gewurgd toen zij op weg van school naar huis fietste. Het meisje werd een dag later gevonden in de bossen bij Gijsselte, tussen Ruinen en Hoogeveen.

Sinds haar dood heeft de politie in Drenthe vier verdachten opgepakt, maar die bleken allemaal niets met de moord te maken te hebben. Een van hen had zelfs een bekentenis afgelegd. Het DNA in een haar die destijds werd aangetroffen op het shirt van Andrea, kwam niet overeen met dat van de verdachten, ook niet met dat van Richard K.

K. was de eerste verdachte die daadwerkelijk voor de rechter werd gebracht. Hij werd in 1993 al verhoord, maar pas veel later rezen tegen hem verdenkingen. Afgelopen voorjaar werd hij aangehouden.

De afgelopen weken hoorde de rechtbank in Assen dertig getuigen. Verscheidene getuigen, onder wie een kroongetuige aan wie K. twee jaar geleden zou hebben bekend dat hij Andrea had gedood, legden tegenstrijdige verklaringen af.

De kroongetuige kon niet meer duidelijk maken welk deel van zijn verklaring het gevolg was van interpretatie. In de loop van het proces werd duidelijk dat er geen overtuigende bewijzen waren voor een veroordeling van K.