UTRECHTERS LATEN MOLECULAIRE DETAILS BLOEDSTOLLING ZIEN

Bloed begint te stollen zodra een eiwit enerzijds aan de beschadigde bloedvatwand bindt en anderzijds aan in het bloed circulerende bloedplaatjes. Dat dubbelbindende eiwit heet de Von Willebrandfactor (VWF). Eiwitkristallografen en hematologen van de Universiteit Utrecht hebben nu de binding van VWF met het bloedplaatje in beeld gebracht. Daarmee is de precieze atomaire interactie bekend van de binding die cruciaal is voor de start van de bloedstolling. Het biedt de mogelijkheid medicijnen te ontwerpen tegen trombose, de verstoppingen in bloedvaten die ontstaan door een te actieve bloedstolling (Science, 16 aug.).

Bloedstolling zorgt ervoor dat we niet leegbloeden door een klein wondje. De VWF speelt daarin een vitale rol. De binding tussen de Von Willebrandfactor en de bloedplaatjes is tijdelijk. Zodra de bloedplaatjes met VWF in contact zijn geweest veranderen ze van vorm. In het wondgat ontstaat daarna in een mum van tijd een prop van eiwitdraden en geactiveerde bloedplaatjes.

VWF en bloedplaatjes circuleren in normaal bloed zonder elkaar te activeren. Maar zodra er schade ontstaat, of wanneer bijvoorbeeld het slangengif botrocetine wordt ingespoten komt de bloedstolling razendsnel op gang. Er zijn een aantal erfelijke ziekten waarbij de bloedstolling niet, of te traag op gang komt. Het bekendst zijn de hemofiliepatiënten bij wie de stollingsfactoren factor VIII en IX niet zijn aangelegd. Dat zijn andere eiwitten die bij de uitgebreide moleculaire cascade van de bloedstolling zijn betrokken. Zeldzamer zijn de erfelijke ziekten waardoor de binding tussen VWF en het eiwit op de wand van de bloedplaatjes niet, of juist veel makkelijker plaatsheeft.

VWF is een groot eiwit waarvan alleen het A1-deel een interactie met één deel van een eveneens groot eiwit (Ib glycoproteïne) in het oppervlaktemembraan van de bloedplaatjes aangaat. Het glycoproteïne (een eiwit met eraan gebonden suikermoleculen) Ib omvat het A1-deel van de VWF zoals de hand van een tennisser een tennisbal omvat. Van de bijna 30 bekende genmutaties in de VWF- of Ib-eiwitten die stollingsstoornissen veroorzaken is er een aantal dat een verandering van de contactplaatsen tussen beide eiwitten bewerkstelligt, waardoor de binding niet tot stand komt, of juist te stevig wordt. De andere genafwijkingen veroorzaakten structuurveranderingen in het eiwit waardoor ze niet meer pasten.