STARTERS HEBBEN NOG HOGE EISEN

Dat de economie nu een stuk slechter draait is bij veel afstudeerders nog niet goed doorgedrongen. Nederlandse studenten die zich nu oriënteren op de arbeidsmarkt zijn nog steeds heel optimistisch over wat ze kunnen verwachten. Bijna de helft zegt in de eerste drie jaar van de loopbaan als doel te hebben tot een balans te komen tussen werk en privé-leven. Favoriete secundaire arbeidsvoorwaarde is de lease-auto, gevolgd door extra vrije dagen. Dat blijkt uit de Dutch Graduate Survey, een jaarlijks arbeidsmarktonderzoek onder 1.500 universitaire studenten aan economische en technische opleidingen, in opdracht van adviesbureau KPMG Ebbinge.

,,Voor ons kwam dit resultaat als een verrassing. We hadden verwacht dat er onder deze groep in een stagnerende arbeidsmarkt al sprake zou zijn van een culture shock. Maar die realiteitszin is er nog niet'', zegt adviseur Sacco van de Velde van KPMG Ebbinge. Volgens zijn collega Ron Jansen zijn hiervoor twee verklaringen: de ondervraagde groep zit nog in de beginfase van het solliciteren en heeft nog geen teleurstellingen in het sollicitatieproces meegemaakt, maar, en dat is volgens Jansen een lastiger verschijnsel, de huidige generatie starters is opgegroeid met de gedachte dat er geen keuzes gemaakt hoeven te worden. ,,Je ziet dat er nu een én-én-generatie op de arbeidsmarkt komt. Het werk moet uitdagend zijn én goed verdienen én genoeg vrijheid bieden. Dat leidt op dit moment echt tot een mismatch met wat werkgevers willen'', aldus Jansen.

Uit de Graduate Survey komt naar voren dat studenten de voorkeur geven aan het werken in een informele sfeer en aan flexibele werktijden. De gemiddelde student verwacht in zijn eerste baan zo'n 28.000 euro te verdienen; in ruil daarvoor wil hij iets meer dan veertig uur per week werken. Studenten met een economische opleiding willen het liefst bij Unilever werken, terwijl bijna eenvijfde van de studenten bij technische richtingen Philips op de eerste plaats zet.

Opvallend is dat een groot deel van de ondervraagde Nederlandse studenten een uitgesproken voorkeur heeft voor werkgevers die internationale loopbanen kunnen aanbieden. Maar hoe komt het dan dat bedrijven voortdurend klagen over het feit dat steeds minder werknemers naar het buitenland toe willen? ,,In het begin willen ze allemaal, maar als ze eenmaal twee tot drie jaar werken en de werkgever begint over een baan in het buitenland, dan blijkt die prikkel opeens veel minder te zijn geworden. Dat komt omdat ze een relatie hebben of een huis hebben gekocht, maar ook omdat men zich bij het buitenland alleen maar bepaalde landen voorstelt'', zegt KPMG Ebbinge-adviseur Van de Velde.

Veel werkgevers worstelen op dit moment met een groep jonge hoogopgeleiden die niet alleen moeten gaan beseffen dat hun eigen carrière anders loopt dan verwacht, maar ook dat het werk zelf heel anders is geworden. Geen leuke reclamecampagne ontwikkelen, maar zoeken naar goedkope distributeurs. Geen interessant cursusprogramma samenstellen, maar ontslaggesprekken leren houden. ,,Voor bedrijven is dat echt een probleem''', merkt Jansen op. ,,Hoe moeten ze deze mensen stimuleren? Je ziet in de praktijk dat de ene helft het wel spannend vindt en zich snel aanpast, maar de andere helft wordt lethargisch. Daar kun je dan niets meer mee.''