Sharia-wetgeving

Ali-Ahmad maakt zich boos over de demonisering van de sharia-wetgeving (NRC Handelsblad, 23 augustus).

Naar mijn mening is hier geen sprake van demonisering maar van een terecht achterlijk noemen van wat ook achterlijk is. Een voordeel van de sharia noemt Ali-Ahmad de snelheid.

Zou er ook niet in Nederland een forse toeloop zijn naar een soort van snelrechtprocedure als rechtzoekenden van een redelijk alternatief overtuigd zouden zijn? Het komt mij voor dat vele zaken zelfs als rechtvaardiger ervaren zouden worden, zowel bij te trage rechtspleging als bij vertraagde strafvoltrekking of heenzendingen.

Ali-Ahmad haalt zijn eigen betoog op enkele essentiële punten onderuit. In de eerste plaats bepleit hij een hervorming van de moslimwetgeving, zodanig dat die verdraagzamer, opener en aanvaardbaarder wordt voor niet-moslims. Een Ijtihad, een ,,nieuwe, creatieve en intellectuele poging om het islamitische recht toe te passen.''

Hoezo achterhaald? Maar, zegt hij ongeveer: het zou beter zijn als de wetgeving zich meer richtte op twee problemen: de achterstelling van de vrouw die tot de dood door steniging wordt veroordeeld, terwijl de man voor een soortgelijke misstap nooit veroordeeld wordt. Die moet namelijk door vier getuigen op heterdaad worden betrapt!

Het tweede punt waar de wetgeving zich op zou moeten richten: corruptie is de grote wandaad van de overheid in Nigeria en met name daarop richt de sharia zich in het geheel niet, en zeker niet in de staten met een moslimbestuur. We zwijgen dan gemakshalve nog maar over de in het artikel met name genoemde discriminatie die binnen dit soort wetgeving klaarblijkelijk kan voorkomen en kan voortbestaan.

Kortom: de sharia-wetgeving is achterlopend, achterhaald en achterlijk.