Schelden, dreigen, zwijgen

Komende week keert de Tweede Kamer terug van zomerreces. Althans: degenen die nog durven. Hatemail, kogelbrieven, en een moord hebben politici bang gemaakt. Verliest het politieke debat daardoor aan scherpte? `Je wordt toch belemmerd in je meningsuiting.'

Drie weken na de moord op Pim Fortuyn kreeg demissionair VVD-minister Annemarie Jorritsma een dreigbrief. Het was een korte brief, geschreven met een viltstift, in slecht Nederlands. Er stond in dat ze weg moest uit de Tweede Kamer, ze moest plaatsmaken voor iemand anders. En er zat, zegt ze, een kogel bij. ,,De boodschap was duidelijk.'' Annemarie Jorritsma denkt dat het een brief was uit ,,een serie''. Er waren meer politici, en later ook voetbaltrainers, die brieven met kogels hadden ontvangen. PvdA-fractievoorzitter Ad Melkert kreeg zelfs een geladen pistool opgestuurd.

Annemarie Jorritsma praatte er met bijna niemand over. Er was één journalist die ervan wist. ,,Die heb ik zelf bijna bedreigd'', zegt ze nu, en ze lacht hard. ,,Ik zei: `Als je dit naar buiten brengt, dan schop ik je..''' Ze dacht dat de briefschrijver aandacht in de media heerlijk zou vinden. De enige manier om er een eind aan te maken was, dacht ze, niks zeggen. ,,Ik hoefde in die tijd ook niks, ik hoefde niet in de krant. Misschien had ik anders nog wel gereageerd op plannen in de kabinetsformatie. Maar nu had ik extra reden om te denken: `Doe het maar even rustig aan, Jorritsma'.''

Op een maandagochtend in augustus zit ze op het terras van een café tegenover het Tweede-Kamergebouw. Bruinverbrand, net terug van vakantie. Ze wil nu wel praten over de brief. Omdat het alweer een tijd geleden is dat ze die kreeg, en omdat ze het toch ook wel raar vindt als politici niks zeggen over de doodsbedreigingen van de afgelopen maanden. ,,Die brief speelde zeker een rol toen ik in De Groene zei dat het niet meer leuk was in de politiek.'' In dat interview, van eind juni, zei ze ook: ,,Als ik iets leuks tegenkom, dan ben ik weg.''

Ze had, zegt ze, ,,dat gedonder met het AD'' gehad – de krant had geschreven over mogelijke belangenverstrengeling van Jorritsma bij subsidieverlening aan het bedrijf van haar man –, de VVD had de verkiezingen verloren, de partij was van leider gewisseld, en Jorritsma had zelf net de verkiezing tot voorzitter van de Tweede Kamer verloren van haar partijgenoot Frans Weisglas. Toen kwam die brief. ,,Ik was helemaal aan het einde. Ik kon het emotioneel bijna niet meer aan.''

Na de moord op Fortuyn, op 6 mei, leek het erop dat vooral politici van de PvdA en GroenLinks werden bedreigd. Kamerleden van die partijen hadden weken, soms maanden beveiliging nodig. Jan Marijnissen, fractievoorzitter van de SP, vindt het ,,eigenlijk wel mooi'' dat iedereen dacht dat SP-Kamerleden er geen last van hadden. Marijnissen heeft zijn ,,portie'' wel gehad, maar daar praat hij, zegt hij, nooit over. Hij wil maar ,,één ding'' zeggen. ,,De avond van de moord, kort na zes over zes, kwam er een telefoontje. Ik zal de inhoud niet herhalen, maar het was zo bedreigend dat mijn vrouw het huis uit is gegaan en mijn dochter naar haar vriendje.'' Daarna stond de telefoon in zijn huis vier weken uit.

Marijnissen wil ook nog wel zeggen dat bedreigingen horen bij een publiek bestaan. En dat hij zelf er al heel lang ,,mee leeft''. Hij heeft zich voorgenomen: ,,Wat er ook gebeurt, ik wijk er niet voor.'' De SP-leider kan zich voorstellen dat er collega's zijn die ,,hevig'' reageren op de eerste dreigbrief die ze krijgen. Maar voor hem is het een ,,rationele zaak''. Hij denkt dat iemand die echt kwaad wil, dat niet van tevoren aankondigt. ,,Ik ben ervan overtuigd dat Volkert van der G. geen brieven heeft geschreven. De stillen, díe zijn gevaarlijk.''

De huizen van alle fractievoorzitters in de Tweede Kamer werden vanaf 6 mei tien dagen bewaakt, tot na de verkiezingen. ,,Er was een hausse aan bedreigingen'', zegt Marijnissen. In mijn geval is het snel weggeëbd.''

Het presidium van de Tweede Kamer heeft de fractievoorzitters nu in een brief voorgesteld de huizen van fractievoorzitters veiliger te laten maken. Net als bij ministers en staatssecretarissen. Dubbele ramen, extra sloten, een alarminstallatie. Marijnissen: ,,Maar ik denk niet dat ik het doe. Straks woon je in een bunker.''

Ex-PvdA-leider Ad Melkert en GroenLinks-fractievoorzitter Paul Rosenmöller worden ook nu nog beveiligd. Melkert praatte er gisteren voor het eerst over in een radio-interview. Hij zei dat de bedreigingen zijn leven ,,op zijn kop'' hadden gezet. Maar hij was niet bang, en zijn vrouw en kinderen gedroegen zich ,,strijdlustig en dapper''. Melkert gaat weg uit Nederland, hij is kandidaat voor een baan bij de Wereldbank in Washington. Paul Rosenmöller wil niets zeggen. Collega's in de Kamer denken dat hij het nog moeilijk zal krijgen. Hij is vanaf 6 mei niet meer alleen op straat geweest. Hij zal, zeggen ze, het contact met de werkelijkheid verliezen. En er zijn ook collega's die zich nauwelijks kunnen voorstellen dat hij nog lang fractievoorzitter wil blijven.

In een debat in de Tweede Kamer over het strategisch akkoord, eind juli, maakte Rosenmöller indruk op zijn partijgenoten. Hij stond bij de interruptiemicrofoon, hij had een confrontatie met LPF-fractieleider Mat Herben over het referendum, en hij riep: ,,Dan zou ik weleens willen weten wat Pim daarvan vindt.'' Hij keek omhoog, draaide zich om en liep terug naar zijn plaats. Halsema: ,,Wij waren zo trots op hem. Maar toen hij zich omkeerde, zag je bij hem de druk weer over zijn gezicht dalen.'' Halsema denkt dat de meeste politici nooit zullen toegeven dat dreigementen invloed hebben op wat ze in het openbaar vinden. Maar ze weet dat het soms wel zo is. Haar eigen partij bijvoorbeeld is ertegen dat het licht in cellen van gedetineerden dag en nacht aan is. Maar moest GroenLinks dat ook hardop zeggen toen het over Volkert van der G. ging, verdachte van de moord op Fortuyn én milieuactivist? Eerst dacht Halsema ook: ,,Laat maar even lopen.'' Maar dat vond ze toch niet goed van zichzelf. In een vraaggesprek in de Volkskrant zei ze dat ze zich niet meer door bedreigingen wilde laten tegenhouden, ze vond dat het licht in de cel van Volkert van der G. uit moest. Nu zou ze liever niets meer zeggen over de bedreigingen. Ze wil aan het werk, en ze wil geen ,,miss anti-bedreiging worden.''

Slaapkamerraam

Er zijn bijna geen politici die graag praten over bedreigingen waar ze het slachtoffer van waren. Kamerleden en oud-bewindslieden die in dit verhaal voorkomen, wilden vaak alleen maar meewerken als het óók over collega's zou gaan. ,,Ik moet er niet aan denken'', zegt Annemarie Jorritsma, ,,dat het na dit artikel opnieuw begint.'' Ze praten er ook bijna niet over met elkaar. PvdA-Kamerlid Peter van Heemst denkt dat dat is uit ,,een diepgewortelde overtuiging'' dat ze het dan groter en belangrijker maken dan het is. Maar het is ook, zegt Jorritsma, omdat ze zichzelf niet groot en belangrijk willen maken. ,,Je wilt vooral niet de indruk wekken dat je nu bij het elitekorps van bedreigden hoort.'' Rosenmöller wist wel dat Jorritsma was bedreigd. ,,Ik kwam Paul tegen en hij keek zo, op een bepaalde manier, en dan weet je van elkaar dat je het weet. Ik denk dat hij die jongens van de beveiliging herkende. Het zijn steeds dezelfde. Ik herken ze nu ook.''

De Kamerleden merken dat de politie dreigementen nu meteen serieus neemt. Vorig jaar kon het nog gebeuren dat het huis van een PvdA-kamerlid – Annet van der Hoek – werd beschoten en dat er geen beveiliging kwam. Van der Hoek, nu ex-Kamerlid, had voorgesteld dat psychiatrische patiënten in sommige gevallen tegen hun zin opgenomen kunnen worden. Er werden banden van haar auto lekgestoken, de auto werd bekrast, Van der Hoek werd telefonisch bedreigd, en op een dag zat er een kogelgat in het glas van de serre van haar huis, de kogel zelf lag in de tuin. Later werd er ook een kogel gevonden in het hek van het dakterras van de buren, net naast het slaapkamerraam van Van der Hoeks dochter. ,,In het begin'', zegt ze, ,,had de reactie van de politie wel wat alerter gekund. Nu zijn ze overtuigd van de ernst van de zaak.'' Dit jaar, in het weekend van 4 en 5 mei, werd er opnieuw een autoband van Van der Hoek lek gestoken. Een dag later werd Fortuyn vermoord. Van der Hoek: ,,Je realiseert je dan opeens: verdikkie, dat kan dus gebeuren.''

GroenLinks-Kamerlid Femke Halsema denkt niet dat de bedreigingen zelf anders zijn geworden na 6 mei. Het is vooral de reactie erop van politici die is veranderd. Ze was zelf lange tijd fractiewoordvoerder justitie en asielzaken, en ze kreeg veel woedende e-mails die met de portefeuille te maken hebben. Maar of ze voor de moord op Fortuyn weleens met de dood is bedreigd? Ze zou het niet weten. ,,Als ik zag dat het hatemail was, gooide ik het weg. Nu neem ik het serieus.'' Annemarie Jorritsma denkt ook dat ze de brief met de kogel twee maanden eerder lachend in de prullenbak had gegooid. Ze vond het een ,,amateuristische'' brief. ,,In zo'n grote envelop, met mijn naam erop in slordige koeienletters.'' Maar er was wel net een moord gepleegd. Haar huis in Friesland werd vier weken lang bewaakt, er waren steeds politiemannen in haar buurt. Ze waren met haar op de golfbaan, en als ze ging varen, kwamen ze in een bootje achter haar aan.

Jorritsma had eerder ook al beveiliging nodig gehad. Halverwege de jaren negentig kwamen er bedreigingen, zegt ze, ,,uit de hoek van Milieudefensie''. Het ging over Schiphol. Jorritsma was toen nog minister van Verkeer en Waterstaat. Een paar jaar later waren taxichauffeurs kwaad op haar. Ze had een voorstel gedaan voor een nieuwe taxiwet. Ze werd beveiligd tijdens publieke optredens. Bij een verkiezingsbijeenkomst van de VVD in Haarlem, in 1998, stopte de campagnebus bij de verkeerde ingang van het gebouw. De bewakers van Jorritsma stonden aan de andere kant. Taxichauffeurs gooiden taarten en eieren naar VVD-bewindslieden die uit de bus stapten. Benk Korthals en Gerrit Zalm ,,zaten helemaal onder'', zegt Jorritsma. Zelf was ze snel binnen, ze kreeg wel een ei tegen haar hoofd. ,,Dat deed pijn. Het ging niet stuk, ik vond het later in mijn jaszak.''

Oorlogsmisdadigers

Ze zegt dat ze het ,,heel naar'' vond dat die chauffeurs zo ,,fysiek boos'' op haar waren. ,,Ze hadden enge ogen.'' Jorritsma en haar collega's deden geen aangifte. ,,Het hoort een beetje bij het vak, vonden we.'' Maar daar denkt ze nu misschien anders over, zegt ze. ,,Dat soort dingen kán niet. Je wordt toch belemmerd in je meningsuiting.''

Het hoort bij het vak. Het gebeurde vroeger ook. Er zijn altijd gekken geweest die aandacht willen. Politici zijn nu alleen maar wat gevoeliger geworden. En Annemarie Jorritsma bijvoorbeeld hoopt maar dat dat snel weer over gaat.

Maar zo simpel is het niet, denkt de vroegere CDA-minister en premier Dries van Agt. ,,Er is niks visionairs aan'', vindt hij, ,,om te zien dat de bedreigingen van de afgelopen tijd in het verlengde liggen van schokkende gewelddadigheid die zich eerder heeft voorgedaan. Geweld wordt steeds grimmiger en steeds frequenter.'' Bij de bedreigingen die hij zelf heeft meegemaakt, was dat niet zo. Die werden, zegt hij zelf, in de loop van de tijd steeds minder ernstig. In februari 1972 – Van Agt was minister van Justitie – stelde hij voor om de Drie van Breda vrij te laten, Duitse oorlogsmisdadigers die een levenslange gevangenisstraf uitzaten. ,,Dat bracht een avalanche van bedreigingen op gang. Per post, per telefoon, er waren mensen die thuis aanbelden en voor de deur stonden te schelden.'' Hij had politiemannen in zijn buurt, hij sliep door de week niet meer in zijn flat in Den Haag, maar iedere nacht in een ander hotel. Van Agt wil niet ,,flink doen'', zegt hij nu, maar hij vond het eigenlijk wel spannend. ,,Ik liep in een jongensboek.''

Op een dag vonden zijn kinderen bij de post een briefkaart. ,,Er stond een karikatuur op van mij, en met rode balpen was er een wond in mijn hoofd getekend. Er stond iets bij als: `Jullie zullen je vader niet lang meer hebben'. Dat was akelig. De kinderen stelden angstige vragen: `Gaan ze jou doodschieten, papa? En wanneer doen ze dat dan? Dat vinden wij niet fijn.' Toen hebben we omwille van de kinderen de wijk genomen. We zijn een paar dagen ondergedoken in een vakantie-oord in Noord-Limburg. Daarna ging ik weer naar Den Haag, en mijn vrouw en kinderen naar familie.'' Van Agt zegt dat hij ,,met mildheid'' denkt aan de mensen die hem bedreigden. ,,Het is nu dertig jaar geleden, maar in die tijd waren er nog veel slachtoffers van kampen en nabestaanden in leven. Er waren mensen bij die beschadigd waren geraakt door de verschrikkingen.''

Ook in 1975 en 1977, tijdens de Molukse kapingen, werd Van Agt bewaakt. De Binnenlandse Veiligheidsdienst had aanwijzingen dat hij gevaar liep. Twee jaar geleden had hij opnieuw beveiliging, na de première van een documentaireserie over de kapingen, Dutch Approach. In die documentaire praat van Agt over de gewelddadige beëindiging van de treinkaping in De Punt. Een dag na de première belde minister van Justitie Benk Korthals om te zeggen dat Van Agt bewaakt zou worden. Er werden camera's opgehangen in zijn tuin en in de tuin van de buren, en als Van Agt ergens naar toe moest, werd hij begeleid door politiemannen. Dat duurde zo'n twee maanden. Van Agt: ,,Ik moet eerlijk zeggen dat ik het jammer vond toen dat voorbij was. Als ik in het land een spreekbeurt had of een conferentie – en dat gebeurt nogal eens – dan werd ik daar in een ongelofelijke vaart naartoe gebracht. Dat moet, dan ben je minder kwetsbaar. Daardoor kon ik soms een uur later van huis.''

De buren van oud-minister van Laurens Jan Brinkhorst van Landbouw vonden het prettig, zegt Brinkhorst zelf, dat hun straat soms maandenlang werd beveiligd. Er werd minder ingebroken. Brinkhorst werd bedreigd in de tijd dat hij plannen presenteerde tegen het mestoverschot, eind 1999, en tijdens de MKZ-crisis vorig jaar.

Niet iedereen is beschaafd, zegt Brinkhorst. ,,Maar hier zit geen gekwetste tulp.'' In 1999 waren er mensen die hem 's nachts opbelden. ,,Er was er één die zei: `We snijden je kloten eraf.' Ik zei: `Nou, ik ben blij dat u weet dat ik die nog heb.' Er was ook iemand die om half vijf belde. Ik zei: `Moet u niet gaan melken?' Ik vind: je moet je vooral niet weerloos opstellen.'' Soms kon hij daarna niet meteen slapen. ,,Je bent toch in je rust gestoord.''

Tijdens de MKZ-crisis werd er 'snachts een steen tegen zijn raam gegooid. Maar Brinkhorst had dubbele ramen, omdat hij minister was, en de steen ging alleen door het eerste raam. Hij zag het pas de volgende ochtend. Er was met rode verf MKZ op zijn stoep geschreven, en een boom in de tuin was in brand gestoken. ,,De helft was verbrand. Ik heb de randjes eraf geknipt en ik zie nu nog de herinneringen aan die leuke tijd dat ik minister was.''

Brinkhorst vindt dat boerenleider Wien van den Brink, nu LPF-Kamerlid, ,,een kwaadaardige rol'' heeft gespeeld. ,,Hij was heel bewust aan het ophitsen met de slogan `Brinkhorst killer van 10.000 gezinnen'. Hij heeft het klimaat geschapen dat een aantal mensen de legitimiteit gaf om die bedreigingen te uiten.'' Er was, zegt Brinkhorst, ook een dominee uit Heerde die zei dat hij iedere dag bad dat deze slechte minister er maar snel mee zou ophouden. En Telegraaf-columnist Bob Smalhout vergeleek tijdens een toespraak de MKZ-crisis met de Tweede Wereldoorlog, en hij vond dat het optreden van de medewerkers van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV) herinneringen opriep aan dat van de SS'ers.

Vervolg op pagina 26

Schelden, dreigen, zwijgen

Vervolg van pagina 25

Brinkhorst: ,,Vroeger mocht je niet `Johnson moordenaar' zeggen, maar ondertussen mag je wel een minister `killer' noemen en hem vergelijken met Hitler. Er is sprake van een vergroving van de publieke moraal. Het is een kwestie van opvoeden. Toen ik opgroeide, was het niet gewoon om geslachtsorganen te gebruiken in taal. Een term als kutmens zou vroeger nooit gebruikt worden. Nu schrikt men er niet meer van.'' Als er niks tegen wordt gedaan, zegt Brinkhorst, ontstaat er een permissive society, en bedreigingen zijn daarin uitwassen. ,,In dat klimaat kreeg Pim Fortuyn een kans. Hij was een intelligent mens die vol rancune zat.''

Oud-minister Jorritsma denkt dat het net andersom is. ,,Door Pim Fortuyn werd het opeens accepté om mensen behoorlijk te beledigen in de publiciteit. De mensen vonden het prachtig.'' De bedreigingen zijn een uiting van ,,stijgende emotionele gevoeligheid'', zegt Halsema. ,,Er heerst iets van: als ik niet kan zeggen wat ik denk, als ik niet kan schelden, dan word ik onderdrukt.'' Halsema vindt dat ze zelf niet veel bedreigingen heeft gehad. Ze werd één keer thuis gebeld, ze kreeg een brief met poeder erin – waspoeder, bleek later –, en zo'n zes doodsbedreigingen per e-mail of per post. Ze heeft van één anonieme e-mail een print bewaard. Die was zo smerig en seksistisch dat ze op de gedachte kwam dat de bedreigingen misschien door pubers werden verstuurd, die wilden schokken, en niet door serieuze criminelen.

Haags huisje

Eén bedreiger van Halsema werd gearresteerd, een 31-jarige man uit Eindhoven. Hij had in zijn e-mail een pseudoniem gebruikt dat zijn Nederlandse provider nog van hem kende. Halsmema heeft `dading' gedaan, ze ging de confrontatie met hem aan. De man bleek ,,puur uit persoonlijke frustratie'' te hebben gehandeld. Ze vond hem niet zielig, zijn zelfmedelijden irriteerde haar. Maar ze heeft justitie toch gevraagd hem niet te vervolgen. ,,Ik heb geen behoefte aan een symbolisch proces.''

Vóór 6 mei kreeg de partij van Pim Fortuyn duizenden brieven en e-mails, zegt Mat Herben. Steunbetuigingen, en ook rare brieven, scheldbrieven. ,,Maar Pim is zonder waarschuwing vermoord.'' Herben zit in zijn werkkamer in de Tweede Kamer, hij rookt een forse sigaar. Het is een van zijn laatste dagen als fractievoorzitter van de LPF. Harry Wijnschenk volgt hem op. De spullen in zijn kamer komen uit de kelder, hij heeft gehoord dat ze van Frits Bolkestein waren. Een sofa, stoeltjes, een wandmeubel.

Herben zegt dat hij eind mei ook een brief met een kogel kreeg. Dat was nadat hij in de Volkskrant had gezegd dat hij voorstander was van een generaal pardon voor illegalen. De krant had hem verkeerd begrepen, zegt Herben. Hij was niet voor zo'n generaal pardon. De brief met de kogel, die hij ,,de standaardbrief'' noemt, heeft hij zelf niet gezien. Hij begreep pas dat hij werd bedreigd toen hij een fax zag die naar de redactie van het Algemeen Dagblad was gestuurd. ,,Ik zou Pims erfgoed verkwanselen omdat ik mild was tegen buitenlanders, maar volgens mij is ons asielbeleid heel hard.''

Mat Herben werd in die tijd al beveiligd. De eerste weken na de aanslag op Fortuyn stond er een busje voor de deur, na twee weken kreeg hij een cabine. ,,Een Haags huisje'', zegt Herben. ,,Het waren wachthuisjes van de Haagse gemeentepolitie. Rosenmöller heeft later mijn huisje gekregen.''

Op maandag 22 juli, Herben was net ,,uit de beveiliging'', werd hij thuis gebeld: ,,Wilt u alstublieft uw huis verlaten, er zal een aanslag op uw huis worden gepleegd.'' Volgens Herben had de beller een beleefde, vriendelijke stem. ,,Ik belde 112. De politie nam het serieus, juist ook door die vriendelijke stem.''

's Avonds zei Herben door de telefoon tegen een verslaggever van de Telegraaf dat het dreigement te maken had met het valse bericht dat hij tijdens de formatie had ingestemd met de voordracht van Melkert voor een baan bij de Wereldbank. De volgende dag ging hij in op wat hij dácht dat de aanleiding was voor het dreigement – zoals hij eerder deed bij het generaal pardon. Er was, zei hij in het Algemeen Dagblad, helemaal geen sprake van ,,voorgekookte beslissingen''.

Nu heeft Herben een andere verklaring voor die bedreiging.,,Die avond was de avond van de affaire met Philomena.'' De net benoemde staatssecretaris Philomena Bijlhout moest aftreden, omdat ze had gelogen over haar verleden: ,,De beller sprak perfect Nederlands, maar met een Surinaams-Indonesisch accent. Ik dacht aan hoe we ze vroeger noemden: rijksgenoten. Het is een complotgedachte, maar ik sluit niet uit dat er iemand was die me van de telefoon weg wilde hebben op de avond dat Bijlhout in problemen kwam, of die me uit balans wilde brengen.''

Femke Halsema vindt dat Herben zelf ,,het beste bewijs'' is dat bedreigingen invloed hebben op het vrije woord. Ze zegt: ,,Hij heeft zich gedistantieerd van de baan voor Melkert, en hij is na een bedreiging van mening veranderd.'' In het debat over de regeringsverklaring, eind juli, zei fractieleider Fred Teeven van Leefbaar Nederland dat Herben er beter aan zou doen ,,om politie en justitie hun werk te laten doen'' in plaats naar de pers te rennen met de bedreigingen. Teeven, oud-officier van justitie, heeft ervaring, hij leefde zelf anderhalf jaar onder strenge beveiliging na dreigementen van drugscriminelen. Maar Herben was er niet van onder de indruk. Hij had eerder in het debat al gezegd dat bedreigingen onaanvaardbaar waren, maar dat er alleen een eind aan zou komen als politici zelf ,,respectvol'' met elkaar omgingen en de burger ,,in diens angsten en vermoedens'' serieus namen. Halsema was woedend. Bedoelde Herben dat politici de bedreigingen over zichzelf hadden afgeroepen?

Herben zegt nu dat Halsema bezig is met ,,een campagne om te zeggen dat de vrijheid van meningsuiting in gevaar komt door de bedreigingen''. Maar volgens Herben ligt het er maar aan hoe je ermee omgaat. ,,De politie voor de deur is voor linkse politici vervelender dan voor mensen zoals ik, die de politie een warm hart toedragen. Ik sta positief tegenover de gewapende macht.''

Herben herinnert zich dat hij ,,ongeveer een kwartier na de moord op Pim heeft gezegd: de kogel komt van links. Nu zegt hij dat het woord links ,,niet juist'' was. ,,In het Duits zijn er mooie woorden voor: autonomen, radicalen. Van de LPF wordt van ieder fractielid nagegaan of hij twintig jaar geleden lid was van een of andere groep. Maar er wordt niet nagegaan of er bij linkse partijen niet iemand zit die bijvoorbeeld daadwerkelijk radicale autonome aanslagen pleegde.'' Herben vindt dat er ,,met twee maten wordt gemeten''. Er is niet adequaat gereageerd, zegt hij, op de aanslag op de vrouw van Janmaat, op de benzinestations van Shell, en op het huis van Aad Kosto, toen die staatssecretaris van Justitie was. ,,Dat wordt allemaal niet gezien als een gevaar voor de samenleving. Er wordt gedaan alsof twintig jaar geleden de vrede is neergedaald. Dat is naïef.''

Herben vindt dat de beveiliging in de Tweede Kamer nog steeds niet goed genoeg is. ,,De LPF heeft het Presidium daar al verschillende keren op gewezen.'' Tijdens het debat over de regeringsverklaring rolden medewerkers van Novib een spandoek uit op de publieke tribune. Herben: ,,Dat gaf de LPF-fractie geen veilig gevoel. Je zit als schietschijf in de zaal.''

In de eerste drie weken na de dood van Fortuyn kwamen er bij het ministerie van Binnenlandse Zaken meldingen binnen van tachtig dreigbrieven die waren gericht aan politici, er waren zestig telefonische bedreigingen, zo'n vijfentwintig bedreigende e-mails en bijna achthonderd e-mails met beledigende teksten. In de weken erna waren het er veel minder. Nog wat brieven, telefoontjes, e-mails. Maar het was een slechte tijd voor dreigementen, de meeste Kamerleden waren met vakantie.

Volgende week werken ze weer. Ze zeggen dat ze er zin in hebben. Zelfs Annemarie Jorritsma vindt het ,,wel geestig'' om te zien hoe het haar bevalt in de Kamer. Maar ze weten nog niet wat de bedreigingen zullen betekenen voor de debatten in de Kamer, publieke optredens daarbuiten, of voor hun privé-leven.

Na het debat over de regeringsverklaring, net voor de vakantie, stemde de Kamer unaniem voor een motie waarin staat dat ,,in een beschaafd en democratisch land mensen, onder wie politici, vrijuit moeten kunnen spreken zonder vermoord, bedreigd of geïntimideerd te worden''. De Kamerleden vonden het nodig om te benadrukken dat politieke meningsverschillen vragen om ,,respect'', en dat ,,burgers en politici baat hebben bij een levendig en scherp publiek debat''.

De oud-ministers Van Agt en Brinkhorst zeggen dat ze zich nooit iets van de dreigementen hebben aangetrokken. ,,Ik vond het een goed voorstel om de Drie van Breda vrij te laten'', zegt Van Agt. ,,Ik zou het zo weer doen.'' Brinkhorst: ,,Ik kan me wel voorstellen dat bedreigingen anders overkomen als je nog niet aan het eind van je carrière staat en kleine kinderen hebt.''

PvdA-Kamerlid Peter van Heemst vindt dat Herben niks had moeten zeggen over politici die als schietschijf in de Tweede Kamer zitten. Natuurlijk heeft hij er zelf ook weleens aan gedacht, na schietpartijen vanaf publieke tribunes in Zwitserland en in de buurt van Parijs. ,,Maar als je zo'n uitspraak doet, breng je misschien iemand op een idee.'' Kamerleden, zegt Van Heemst, denken liever niet na over wat er zou kunnen gebeuren. ,,Uit de behoefte het werk ontspannen te houden.''