Scheidslijnen in de joodse kritiek op Israël

De Britse orthodoxe opperrabbijn leverde deze week scherpe kritiek op Israël. Kritiek als de zijne blijft echter zeldzaam. De geografie van de holocaust heeft daarmee te maken.

De Israëlische media hebben de afgelopen dagen ruim aandacht besteed aan scherpe kritiek van de Britse opperrabbijn Jonathan Sacks op Israëls bezettingspolitiek in The Guardian. Luisteraars naar de Israëlische radionieuwsdienst konden horen dat een joodse geestelijk leider tot de conclusie is gekomen dat de ,,bezetting en onderdrukking van het Palestijnse volk indruist tegen de diepste en hoogste waarden van het jodendom''.

Rabbijn Sacks heeft een godvrezend ontzag voor teksten. Hij komt tot zijn in wezen politieke conclusie betreffende de Palestijnse kwestie door een letterlijke interpretatie van het oude joodse gebod ,,een vreemdeling niet slecht te behandelen of te onderdrukken want we [joden] waren vreemdelingen in Egypte''. Zo'n tekst, die volgens de rabbijn 36 maal in de vijf boeken Mozes voorkomt, kan niet worden genegeerd en moet een morele maatstaf zijn voor politiek gedrag. ,,Daarom beschouw ik de huidige situatie [bezetting] als tragisch omdat zij Israël in een positie brengt die niet verenigbaar is met onze diepste idealen.''

Om zijn gevoel over wat er in Israël gebeurt tot uitdrukking te brengen zegt hij ,,diep geschokt te zijn over berichten van Israëlische soldaten die zich bij gedode Palestijnen laten fotograferen''. In het vraaggesprek met The Guardian waarschuwt hij dat de lange duur van het Israëlisch-Palestijnse conflict zonder hoop op vrede, haat en hardheid schept die ,,op de lange duur verworden tot een corrupte cultuur''.

Sacks' uitspraken zijn in Israël genoteerd, maar hebben geen noemenswaardige reacties uitgelokt. In de Israëlische politieke cultuur worden diaspora-joden, of ze nu rabbijnen of multi-miljonairs zijn, wel ingezet om de regeringspolitiek uit te dragen en te verdedigen, maar inspraak op wat er in Jeruzalem wordt besloten hebben ze niet. Op zichzelf is dat een historische paradox. De staat Israël is immers een product van reeksen zionistische wereldcongressen. Verlichte en ook religieuze joden uit alle Europese landen gaven daar aan het einde van de 19de eeuw en in de eerste helft van de 20ste eeuw in resoluties vorm aan de in wording zijnde joodse staat in Palestina.

Sacks is de tweede Britse opperrabbijn die er niet voor terugdeinst om Israël in het openbaar op zijn Palestijnse politiek aan te spreken. Op het Europese continent is kritiek op Israël niet meer dan een randverschijnsel, terwijl orthodoxe Amerikaanse rabbijnen nooit zo ver gaan als hun Britse collega's. Wat is de diepste reden van dit van elkaar afwijkend gedrag?

De geografie van de holocaust is voor een deel de scheidslijn tussen kritiek en zwijgen/tolereren. Het Britse jodendom is, evenals het Amerikaanse, aan Hitlers vernietigingskampen ontsnapt, terwijl het jodendom op het Europese continent voor een belangrijk deel werd gedecimeerd. In Groot-Brittannië en de VS ging het joodse leven door, terwijl het Europese jodendom zwaar door de holocaust is getraumatiseerd en nog steeds de pijn van de ramp draagt.

Tegen deze achtergrond heeft opperrabbinale kritiek op Israël op het Europese contintent geen voedingsbodem zoals in Groot-Brittannië. Israël is voor de Europese orthodoxe, liberale en zelfs seculiere joden een veiligheidsgarantie en invulling en/of aanvulling van de identiteit. Een Europese opperrabbijn zou het daarom niet in zijn hoofd halen Israëls oorlog om het voortbestaan tegen de Palestijnen te kritiseren of de vuile was buiten te hangen.

De grote Amerikaanse joodse gemeenschap bleef, toen de omvang van de holocaust doordrong, zitten met een onverwerkt maar ook onderdrukt schuldgevoel. Integratie in de Amerikaanse samenleving was het hoofddoel. Toen Israël voor de oorlog van 1967 in doodsgevaar leek te verkeren, maar daarna de Arabische overmacht overwon, ging er door het Amerikaanse en ook Russische jodendom een schok van trots over de ontsnapping aan een tweede holocaust, in dit geval de vernietiging van de staat Israël.

Zelfs Amerikaanse joden die voor 1967 niets van Israël wilden weten, draaiden bij en werden door het zionistische idee bevangen, zonder overigens te emigreren. Het onverwerkte schuldgevoel over de machteloosheid en het zwijgen, óók in de duistere Hitler-jaren, heeft de Amerikaanse joden op de emoties van `1967' tot een machtige pro-Israëlische pressiegroep in de VS gemaakt.

Nu de Palestijnse opstand volgens de officiële Israëlische opstelling het bestaan van de staat Israël bedreigt, heeft de pro-Israëlische lobby in Washington, AIPAC, een scherpe rechtse bocht genomen in het spoor van president George W. Bush. Na 11 september is kritiek in Amerikaanse joodse kringen op Israël sporadischer dan ooit. Orthodoxe rabbijnen die dat doen moeten als een speld in een hooiberg worden gezocht.

Het effect van Israëls zege in 1967 brandde door het IJzeren Gordijn en zette de Russische joden in vuur en vlam. Eerst, onder de tirannie van het sovjetregime, in het geheim, maar later steeds openlijker kwamen Russische joden voor hun lang ontkende recht op emigratie naar Israël op. De `refusniks' zetten de toon. Dat de Sovjet-Unie in de jaren zeventig onder Amerikaanse druk en ook door interne ontwikkelingen de joden liet gaan, is misschien wel het eerste teken geweest dat het sovjetimperium ging vallen. De communistische leer kon de contradictie tussen gelijkheid en antisemitisme niet meer aan. Het wekt geen verwondering dat Russische joden in Israël met een lange geschiedenis van gedwongen assimilatie en onderdrukking achter zich in Israël, maar nu ook in Rusland en in andere landen van het vroegere sovjetrijk, geen kritiek uitoefenen op Israëls politiek maar een duidelijke nationalistisch-zionistische inclinatie hebben. Een Russische `Sacks' is er niet onder hen.

Kritiek zoals die van Sacks is in de joodse diaspora uitzonderlijk. In Israël worden zijn woorden waargenomen, gemeld en daarna door andere gebeurtenissen in de saga van dit land overweldigd.