Reisopera laat `Platée' eigentijds sprankelen

Weinig titelhelden vergaat het zo gruwelijk als de foeilelijke moerasnimf Platée in de komische opera van Rameau. Schrijnend én hilarisch is haar lot in de vederlicht verteerbare productie waarmee De Nationale Reisopera deze maand rondtrekt langs acht steden en twee festivals. In de regie van Gerrit Timmers en Mirjam Koen speelt Platée zich niet af in de Atheense moerassen, maar in een Disney-achtig pretpark. De titelnimf is hier het meisje van de `waterwereld', dat met haar blonde pijpenkrullen en nuffige maniertjes oogt als de gemankeerde mensenvariant van Miss Piggy.

De première van Platée vond gisteravond plaats in Utrecht onder de paraplu van het Festival Oude Muziek. Dat is opmerkelijk, want de muziek van Platée wordt verzorgd door het Combattimento Consort Amsterdam. Wegens de keuze voor moderne instrumenten was het ensemble niet eerder officieel te gast, maar door Rameau's idioom gedwongen, speelde het nu op nieuwe én nieuwbouw oude instrumenten.

Het is aartslastig om een actuele sprankeling te geven aan een komische, soms bijna melige opera uit 1745 vol barokke insiders-grapjes en met voor de dramatische vaart levensgevaarlijke balletmuziek, maar daarin zijn regisseurs Timmers en Koen zeker geslaagd.

In het eveneens door Gerrit Timmers ontworpen toneelbeeld domineren houten reuzenobjecten. Er zijn een sprekende berg en een wegwijzer, en in de hemel prijkt het Disney-kasteel van Juno en Jupiter – een vondst die de oorspronkelijke scheiding tussen goden en moerassen listig in ere laat. In deze wonderwereld probeert Jupiter met succes zijn Juno van haar jaloezie te genezen middels een schijnhuwelijk met Platée, die uiteindelijk eenzaam en vernederd terugvlucht in de blubber.

De komische kracht komt vooral van het speelplezier van de zangers. Kikkers zijn hier opgewonden kwakende dagjesmensen. Amor – een theatraal sprekende, vocaal zelfs stralende rol van Johannette Zomer – dartelt mét liefdespijl rond in een spijkerrokje. En Claron McFadden (La Folie) overtreft zichzelf ooglonkend en heuppronkend in een onvergetelijk swingende weergave van haar aria in de tweede akte. Mooie rollen in uitbundigeve kostuums van Carly Everaert zijn er ook van Machteld Baumans als de woedend rondsteppende Juno, een sonore Frans Fiselier (Cithéron) en Michael Hart-Davis als Momus in Elvispak.

Dat deze Platée regelmatig een onderbuiklach oogst, komt door de nauwe wisselwerking tussen muziek en toneel. Mercurius (Benoit Boutet) berijdt zijn stokpaardje op de maat van de muziek, Amor en Jupiter zwieren een hoofse dans in botsautootjes en de balletten zijn door de choreograaf Ton Lutgerink ingevuld met afwisselend gracieuze en stoere dansen door het prima zingende koor en de scholieren van de Rotterdamse Havo voor muziek en dans.

Cruciaal is ook de invulling van de voor man gecomponeerde, vrouwelijke titelrol. De Schotse tenor Harry Nicoll betovert hier als een parmantige Platée, bij wie elk gebaartje en stemplooiinkje treffend een wereld van gekwetste ijdelheid suggereert. Geestig is ook Nicolls mimiek waar hij – door een videocamera bespied en vergroot geprojecteerd – in het paleis binnendringt en stiekem alvast de vorstelijke muiltjes aanpast.

Jan Willem de Vriend gaat het orkest met zwier en vaart voor in aanstekelijk enthousiast spel, dat zeer `authentiek' is in de manier waarop Rameau's muzikale kwinkslagen even extra worden aangezet zodat ook hedendaagse oren ervan omkrullen. Met Platée – met de vele dansende en figurerende kinderen ook de leukste gezinsopera sinds tijden – begint de Reisopera het nieuwe seizoen vrolijk en zorgeloos.

Voorstelling: Platée van Jean-Philippe Rameau door de Nationale Reisopera en het Onafhankelijk Toneel/Opera O.T. i.s.m. Combattimento Consort Amsterdam o.l.v. Jan Willem de Vriend. Regie: Mirjam Koen en Gerrit Timmers. Gezien: 30/8 Stadsschouwburg, Utrecht. Tournee t/m 24/9. Info: (053) 4878500 of www.reisopera.nl