Liefde voor puisten

In 1863 liep Charles Lailler, dermatoloog aan het Hôpital de Saint-Louis in Parijs door de Jouffroy-passage aldaar. In een etalage zag hij fruit van papier-maché. Het was zo levensecht dat hij de winkel inliep. Daar zat iemand te boetseren: Jules Baretta, een Belg van Corsicaanse oorsprong, die toen 29 jaar was. Lailler nam hem mee bij zijn zaalvisites en vroeg hem replica's te maken van de huidziektes die hij hem toonde. Baretta bekwaamde zich in het modelleren van was. In 1865 schiep hij op Saint-Louis zijn eerste wassen beeld van een huidziekte en vijftig jaar lang bleef hij replica's van huidziektes maken.

De collectie groeide eerst met zo'n vijftig stuks per jaar, later, in 1884, met een honderdtal. Toen werd Baretta tevens conservator en ging de collectie naar het Musée de l'Hôpital de Saint-Louis, dat hiervoor werd gebouwd en nog altijd te bezoeken is. De verzameling bestaat uit 4.807 modellen van Baretta en zijn opvolgers, die tot 1958 hebben doorgewerkt. De replica's, de 162 vitrines, het museum en het bijna vier eeuwen oude ziekenhuis zijn nu ook officieel een historisch monument.

Baretta maakte zelf zo'n 3.500 stukken, die ook in Lyon, Wenen, Bonn, Londen, Boston, Philadelphia en Washington staan. De details van zijn techniek hield hij geheim, hij weigerde ook maar één leerling op te leiden. De fabricage kent drie stappen: het maken van een mal uit gips, het gieten van was, en het afwerken van het wasmodel. Het gips werd vloeibaar op de zieke huid gebracht om zo ook een afdruk van de fijnste poriën te krijgen. Als dit aan het harden was, speelde Baretta op zijn piano om zijn huidpatiënt af te leiden.

Eenmaal hard werd de mal van de huid gehaald en met zeep of olie ingesmeerd om later het wasmodel beter te kunnen lossen. De was bestond uit bijenwas, soms witte was uit Smyrna, en heel zelden walschot (spermaceti, uit een potviskop). Toevoegsels waren talkvet, varkensreuzel, olijfolie, hars, Venetiaanse terpentijn, lariksextract en loodwit. Dit werd au bain marie gesmolten. Dan gingen er natuurlijke pigmenten in voor de kleur. Rood: meekrap-lak, bloedzuring en alkannawortel. Blauw: indigo. Geel: saffraan, vernisboomsap en geelwortel (kurkuma). Zwart en grijs: roet en houtskool. Verdere finesses blijven geheim.

Als het model uit de mal was, werden de gietnaden weggekrabd. Het polijsten ging met een penseel gedoopt in terpentijnolie. Ogen, uit glas geblazen, werden van achteren ingezet. En geïmplanteerde haren sieren nu nog enkele gezichten. Om elke replica is een met gips geïmpregneerde katoenen doek vastgespeld. Dit geheel is op een zwartgelakt houten paneel gemonteerd en van een nummer, tekst en handtekening voorzien. Elk paneel hangt tegen de achter- of zijkant van een grote eikenhouten vitrine.

Gezichten met geloken ogen, handen, vingers, voeten, tenen, neuzen, borsten, lippen, open monden, uitgestoken tongen, penissen (hangend en staand) en vulva's (gespreid met vingers), allemaal met puisten, zweren, vlekken, korsten, zwellingen, bobbels, verkleuringen, wonden of ontstekingen. Spiraalnagels, blaren, bloedende kloven, koortslippen, pokken, lepraneuzen en -oren, wijnvlekken, traanweg-abcessen, scheurbuiktandvlees en gangreenbenen.

Neuzen als druppeltorens, verbrande paddestoelen of juist weggevreten. Glimmende moedervlekkanker, borstkanker, bilspleet-eczeem, punaisepriklaesies, vanille-allergie, reuma, potloodjes uit de blaas gevist, houten penissen en cilinders die uit het rectum gehaald zijn. Ook een gezwollen penis met een ring die er 's nachts omheen was geschoven.

Natuurlijk was syfilis toen de meest gevreesde ziekte. Een kast primaire syfilis, acht kasten met secondaire, acht met tertiaire en vijf met aangeboren syfilis. Syfilis werd, nadat het bijna vijf eeuwen met kwik behandeld was, pas in 1943 met de komst van de penicilline een goedaardige ziekte. Geestig is een zachte sjanker die, gesmolten door zonlicht, op de bodem van de vitrine ligt als een afgedropen druiper. En aandoenlijk de cycloop, die als foetus op een stoep werd gevonden met twee oren, één mond, geen neus, één oog met twee pupillen en irissen, en een steel op zijn voorhoofd. Dit Musée Baretta, zoals het ook heet, toont het levenswerk van een autodidact die wist wat liefde is en als geen ander haar wrange vruchten verkende, ook in la Belle Epoque.

Maar de replica's en hun behuizing, die samen de opkomst van het medisch specialisme van huid- en geslachtsziekten laten zien, worden nu bedroevend slecht beheerd. Het dak lekte al een jaar boven een vitrine, die was afgedekt met doorzichtig plastic. En een raam was al weken stuk. Toen ik aanbood er eigenhandig een nieuwe ruit in te zetten om stof, tocht en dieven te weren, werd eerst gemopperd op de Assistance Publique (letterlijk: armenzorg) waar deze cultuurschat onder valt. Pas toen ik aanbood naar de ziekenhuisdirectie te stappen vulde de conservatrice een bon in voor de technische dienst van het ziekenhuis. Dit huidziektenkabinet is uniek in de wereld en moet als kunst worden beheerd. Nergens zag ik zo'n breed spectrum van menselijk lijden zo kunstig verbeeld. Dit jaar is besloten de collectie te restaureren. En dat is goed nieuws.

Open van ma t/m vr, van 9 tot 5, niet op feestdagen, op afspraak. Adres: Av.Claude Vellefaux 1, 75475 Parijs, tel: (33) 1 424.99.915.